PUKKELPOP 2012 :: Club, vrijdag 17 augustus

Geen betere plek om op een hete vrijdag te vertoeven dan de Club: er is schaduw, het zit er zelden stampvol en er vallen en passant ook nog wat ontdekkingen te doen en nieuwe hypes te checken. Veel meer moet dat soms niet zijn.

De verrukkelijke vijftien van Pukkelpop:

Wie meer Pukkelverslag wil, klikt voor de langere verslagen van de vijftien beste concerten hieronder.

“Even rustig wakker worden in de Club” lijkt dan ook geen slecht plan, zo rond de middag. Was dat even buiten Willis Earl Beal gerekend: als een griezeliger versie van Tom Waits in zijn Black Rider-fase buldert en gromt de man zich door zijn set, met niet veel meer dan een bandrecorder als dreigende backing track. Beal, die beweert niet van optreden te houden, blijkt een overweldigende performer, en bovendien een geschikte kandidaat voor het wereldkampioenschap microfoonstandaardzwaaien — even vrezen we zelfs dat de cameraman met een oog minder naar huis zal moeten. In “Swing On Low”, met zijn repetitief, haperend pianootje, geeft hij “Swing Low, Sweet Chariot” een zodanig creepy make-over dat geen mens nog aan het gospelorigineel zou durven denken, maar ook wanneer hij in het onverwacht ingetogen “Evening’s Kiss” het rauwe bluesgeweld achterwege laat, maakt Beal een grootse indruk. Kippenvel bij 30 graden, niet slecht.

In het programmaboekje worden de Tom Waits-referenties overigens nogal gretig in het rond gestrooid, zo ook bij Willy Moon, waar een heus popfeestje aan de gang is. Waarom Moon aan Waits gelinkt wordt, snappen we vooralsnog niet, maar de sassy pop met een scheut hiphop die hij opdient, willen we bij deze temperaturen wel eens vanuit de autoruiten horen waaien. Stijlvol in het pak, als treedt hij doorgaans op school proms in de jaren vijftig op, houdt hij het echter een kwartier voor tijd al voor bekeken. In het oog te houden, dat debuutalbum later dit jaar.

Dan maar over naar de afknapper van de dag: Friends is een van de gehypete zomersnoepjes, maar verder dan de smaak van een plakkerige zuurstok komt het viertal uit Brooklyn vandaag niet. Op hun debuut Manifest! mengen ze de meest uiteenlopende genres (indiepop, funk, snuif new wave, eightiespop als suikerglazuur) tot een fris geheel, maar op het podium verzuipt het in een door percussie gedreven eenheidsworst, waarin de seksuele kreetjes van zangeres Samantha Urbani danig beginnen te irriteren. Met haar stond wel het eerste bikinimeisje op het podium; en met wulpse danspassen en innige omhelzingen met enkele mannen op de eerste rij profileerde ze zich bovendien als stoeipoes. Het deert het extreem tamme publiek allemaal geen ruk: ook haar meermaals uitgeschreeuwde verontwaardiging over de veroordeling van Pussy Riot in Rusland — zo had ze ook “Hooligan” over haar bovenlijf geschreven — werd op een pijnlijk “bah ja” onthaald. Alleen het hitje “I’m His Girl” doet even een flauw teken van leven geven, maar behalve enkele knieschijven beweegt er niet veel in een halflege Club. Terug naar af dus, óok al een kwartier voor tijd. Pijnlijk.

We are wie? Zeggen dat We Are Augustines al veel potten heeft gebroken, zou een understatement van het kaliber “Het was niet echt koud op Pukkelpop” zijn. Dat is duidelijk niet erg: frontman Billy McCarthy ziet er niet alleen uit als een uit een werkmansbroek geschudde versie van Greg Dulli, met eenzelfde bezetenheid als de Afghan Whigs-frontman gaat hij het gevecht aan met een halfvolle Club. Alhoewel: gevecht? U vertoont weinig weerstand en laat zich maar wàt graag overrompelen door deze passievolle rock. Goed, niet elke song staat even stevig op de benen, maar de manier waarop het trio zich doorheen de set werkt, is indrukwekkend, met als stevig orgelpunt een gloedvol “Headlong Into The Abyss”, waarvan het urgente “Call the police” nog uren in ons hoofd zou nazinderen. Een prettige kennismaking, die tot nader onderzoek noopt.

Al lang niet meer zo onbekend: The Tallest Man On Earth. Het was straf om te zien hoezeer de Club meeleefde met de Zweedse twintiger Kristian Matsson vanaf het moment hij het podium betrad. Gewapend met een eenvoudige gitaar en gekleed in een onderlijfje bracht hij een wervelende set alsof Bob Dylan en James Dean in één persoon verenigd waren. Nog straffer was het om te zien dat het enthousiaste publiek een aantal songs (“The Gardener” en”Love Is All”) meezong alsof Matsson al jaren de hitparades aanvoert. De sympathieke Zweed ziet zijn populariteit in ons land steeds groeien en maakte dankzij dit concert nog een sprong in de goede richting. Het nieuwe “1904” was geweldig, “Love Is All” blijft een sterk nummer en “King Of Spain” maakte het fantastisch af. Op uitdrukkelijke ‘vraag’ van het publiek, toen Stone Roses al aan hun set begonnen, kon er zelfs nog een bisnummer bij. Naast de knappe songs zijn het dan ook vooral Matssons enthousiasme en flair die hem zo populair maken. Ongetwijfeld een van de hoogtepunten op vrijdag.

De vierenzestigjarige Charles Bradley heeft een levenshistorie die zich op een dag uitstekend zal lenen voor een twee uur durende biopic: na omzwervingen als arme dakloze luis, kok en James Brown-imitator in stripclubs, belandde de Screaming Eagle of Soul een luttele tien jaar geleden bij het soul- en funkminnende label Daptone Records (Sharon Jones, Amy Winehouse, Budos Band,…). Nu de man stilaan de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, spreidt zijn succes zich uit als een niet te stoppen olievlek. Rags to riches , of hoe zeggen ze dat. Screamen doet deze Eagle alleszins met overtuiging, en dit vanaf het moment dat hij pirouettegewijs het podium opvliegt. The Godfather of Soul is nooit ver weg, en op een zwoele vrijdagavond in de afgeladen Club slaagt deze opa (in glitterkostuumpje!) erin met een mix van eigen nummers en enkele goedgekozen covers (waaronder Neil Youngs “Heart of Gold”) bijna letterlijk het dak van de tent te lichten (opletten met dit soort metaforen op Pukkelpop!). De welgemeende knuffels na afloop krijgt men er gratis bij. Heet? ’t Zal wel zijn – en maar goed ook!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + twee =