Unsane :: 3 juli 2012, Vooruit

Met drie bands op de affiche waarvan beweerd wordt dat ze hoofdhuid kunnen verwijderen met enkel de withete intensiteit van hun muziek was een pak rammel bij voorbaat gegarandeerd. Toch zou het zo’n vaart niet lopen en waren de oude rotten ervoor nodig om de avond te laten overhellen naar een bescheiden succes.

Het Vlaamse New Bleeders pikt op dit eigenste moment een graantje mee van de naar de oppervlakte drijvende noiserockhausse die over het land dendert. Vandal X, jarenlang noiserots in de branding staat al even niet langer alleen, kreeg gezelschap van o.m. Kapitan Korsakov, het door El Guapo Stuntteam geaborteerde The Rott Childs en jonger geweld als Rape Blossoms, Kabul Golf Club en New Bleeders (ooit Vegas!). Terug naar de vroege jaren negentig, toen rock-‘n-roll nog geen holle term was die toegeëigend werd door hansworsten die schaamteloos de grootst gemene deler als persoonlijke expressie willen verkopen.

Wat betekent dat in het geval van New Bleeders? Een behoorlijk tegendraads gedoe waarbij de maniertjes allemaal aanwezig zijn: de turbobas vs. de iele gitaarlijnen, de semi-ongecontroleerde jengelzang, de hoekige, soms drammerige ritmes en het (onontkoombare) knopjesgedraai. In z’n beste momenten, vooral verzameld in de eerste sethelft, leidde dat soms tot fijne resultaten, maar eigenlijk bleef je ook wel op je honger zitten. Maniertjes en ideetjes, daar geraak je immers niet ver mee als er weinig blijft hangen van je songs, terwijl de broodnodige vijfde versnelling — absoluut een vereiste als je je wil profileren in een traditie van schuimbekkende beesten — het ook liet afweten. Veelbelovend was het zeker, vooral door het inventieve gitaarwerk, maar het is voorlopig nog te vroeg om bands als The Rott Childs en Vandal X te kunnen bijbenen.

Jared Warren en Coady Willis, samen de kern van Big Business en goed voor de helft van de leden en afros van The Melvins, werden een tijd geleden al vergezeld door gitarist Scott Martin, al heeft diens komst weinig aan de act veranderd. Het draait allemaal nog rond de soms duizelingwekkende drumshow van Willis en de ronkende baslijnen van Warren, maar meer nog rond diens hysterische, naar gladiatorengrandeur lonkende zangpartijen waarbij je elk moment fluo visuals van Placido Domingo en/of Ben Hur verwacht. Helaas werd het concert vroegtijdig de nek omgedraaid door Unsane-bassist Dave Curran, die er achter de mengtafel niet beter op wist dan alles naar de ‘MODDER’-stand te duwen. Het resultaat: een hoop dikke prut die de bombastische lappen nog eens uitvergrootte tot irritant gezwollen grootheidswaanzin. Op een enkel sterk moment na was dit vooral goed om koppijn van te krijgen.

En dat treft, want geen enkel trio is zo bedreven in het opwekken als het verdrijven daarvan, als Unsane. Meer dan twintig jaar is onversneden geweld immers het basisingrediënt van het trio, wat ook op het recent verschenen Wreck weer tot een ouderwets bot hakfestijn leidde. De band is sinds de jaren negentig (toen hij maar liefst vier jaar na elkaar in de Democrazy speelde!) amper geëvolueerd, maar de stijl is zo herkenbaar en uniek dat geen haan daar naar zal (durven) kraaien. Opmerkelijk: moest Curran bij de vorige passage verstek geven, dan was het nu hardklopper Vinnie Signorelli die thuis gebleven was en vervangen werd door Coady Willis (die we nog het best weten te appreciëren voor zijn hamerwerk bij het gruwelijk onderschatte Murder City Devils).

Dat deed het ergste vermoeden — Unsane heeft immers een slager nodig, geen gymnast — en even zag het er ook naar uit dat Willis eigenhandig roet in het eten zou gooien. Hij zat duidelijk niet in de groove, leek de songs te willen volstouwen met onnodige acrobatiek, met als risico de botte furie en strakheid uit het oog te verliezen. Vanaf keerpunt “Against The Grain” zat het trio echter op het juiste spoor, wat het, enkele overbodige drumsolo’s en valse starts buiten beschouwing gelaten, niet meer zou verlaten. En als er werd uitgehaald, dan werd er beenhard uitgehaald. De brij van Big Business werd vervangen door een granieten wall of sound, opgetrokken rond de gemeen beukende bas en verbasterd kervende bluesriffs van Chris Spencer.

Die keelt er nog steeds op los zoals twintig jaar geleden en een tekstvel is daarbij overbodig. Of het gaat om een handvol nieuwe worpen, bandklassiekers als “Scrape”, “Alleged” (mét harmonica-intro), een verschroeiend “Committed” (weinig songs die zo’n pure goesting in geweld geven) of een cynische rochel als Flippercover “Ha Ha Ha”; die songs zijn geen poëtische overpeinzingen, naakte verklaringen of sloganeske volksliederen, maar opruiende manifesten van grootstadsblues en overspannen nekspieren die de oorlog verklaren aan onverschilligheid, schijnheiligheid en de etterende, stinkende middelmaat.

Ze maken ook meteen duidelijk waar het verschil ligt tussen een band die na meer dan twintig jaar nog steeds voor een viscerale muilpeer kan zorgen en een zorgvuldig gefabriceerde mediastunt waar berekend segmentonderzoek aan vooraf ging. Unsane is voor wie er genoeg van heeft, voor wie het uit wil schreeuwen tegen het status quo, en vooral, voor wie een gemene wraakactie wil uitdokteren. Unsane speelt de muziek die er bij uitstek in slaagt om je bakkes in de stront te wrijven én een glimp te suggeren van een alternatief, ook al is dat dan bevrijdende verlossing via fysiek geweld. En dat is dan de fucking blues, inclusief geschaafde knokkels en gekneusde ribben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vier =