Brussels Film Festival 10th Anniversary Party with Chromatics :: 9 juni 2012, Flagey

Tien jaar, zo lang draait de laatste incarnatie van het Brussels Film Festival ondertussen al mee. Dit jaar trekt ook een stukje van de enola-muziekredactie naar het Flageygebouw. Om hun eerste decennium te vieren, bouwt BRFF vanavond immers een feestje met onder meer een concert van een van de meest gehypete bands van 2012.

Een feestje, dat vraagt muziek, en op een filmfestival vertaalt zich dat in: muziekdocumentaires. Vanavond staan er naast de première van een nieuwe Woody Allen ook twee van dat soort films op het programma. Sterk is There Are No Innocent Bystanders over The Libertines. Regisseur en popfotograaf Roger Sargent volgde het viertal in de aanloop naar de reünieconcerten van 2012, en grijpt die aan om het verleden uit te spitten. Met fragmenten van een ongemakkelijk eerste weerzien, repetities en eerlijke interviews met alle leden, borstelt hij een portret van een groep die jaren na de ruzies en de split nog steeds zijn wonden likt, maar ook opnieuw zoekt waarom het ooit leuk was. Wat overblijft, is het verhaal van twee jongetjes die niet zonder elkaar kunnen, maar ook nooit met elkaar hebben kunnen praten.

Ook in Shut Up And Play The Hits wordt naar een feestelijk concert toegewerkt, en ook daar hangt twijfel en spijt in de lucht. Tot daar de gelijkenissen, want het verhaal van LCD Soundsystem is natuurlijk helemaal anders. Het is er één van controle, tot het laatste einde toe. Vorige herfst zette James Murphy met een groots opgevat concert in Madison Square Garden immers zelf een punt achter zijn groep, maar nog tijdens de aanloop geeft hij toe dat hij het ook niet zo héél zeker weet. “Ik weet heel goed wat mijn redenen zijn”, bezweert hij, maar tegelijk geeft hij toe dat dit eindpunt misschien zijn grootste fout zal zijn. En dus eindigt het allemaal nogal pathetisch na tal van triomfantelijke concertclips, met een Murphy die in snikken uitbarst als hij daags nadien voor een laatste keer alle materiaal inspecteert.

Stilistisch kan er geen groter verschil zijn. Waar Sargent niet meer dan wat pratende hoofden en repetitiefragmenten ter beschikking heeft, samen met collages van oude foto’s, kregen Will Lovelace en Dylan Southern zo te zien full access tot Murhpy, tot het “opstaan” de dag na het concert. Het lijkt allemaal vooral heel erg scripted, op zoek naar een verhaal dat er geen is: “man had groep, man stopt groep en weet niet helemaal of dat nu echt wel zo slim was. Einde.” En dus werd het ook maar een concertfilm, maar niet helemaal. Shut Up And Play The Hits faalt dan ook jammerlijk waar elke muziekdocumentaire in zou moeten slagen: je nog eens zin geven iets van de groep op te zetten.

Alsof het vervolgens nog niet erg genoeg is dat geen enkele medewerker weet waar Chromatics precies zal spelen (de opties: een stuk of wat filmzalen en een overbelichte foyer waar slechts een fractie van de aanwezigen zou inpassen), blijkt de band tot overmaat van ramp zélf tijdelijk vermist. Met een ruime vertraging wordt het publiek uiteindelijk naar een van de — zittende — filmzalen geleid, waar de Franse performancekunstenaar Oko Ebombo voor een onaangekondigd voorprogramma blijkt te zorgen. Zijn combinatie van kortfilms en spoken word (met een vuistdik accent) maakt weinig indruk, het zwart-witte pak dat hij draagt, is nog het meest memorabel.

Ruim een half uur te laat lijkt Chromatics gelukkig toch de weg naar Flagey gevonden te hebben, waar ze zonder nog veel te dralen “Lady”, van op het pas verschenen en door jan en alleman de hemel ingeprezen Kill For Love, inzetten. Het tempo ligt meteen een stuk hoger dan op plaat, en hoewel “The River” later als “a slow song” aangekondigd zal worden, klinkt Chromatics van begin tot einde een stuk forser dan verwacht. Het anders lichtjes slepende “Kill For Love” wordt al vroeg in de set aan topsnelheid gespeeld: de band heeft wel zijn onmiskenbare eightiessynths meegebracht, maar de galm van de albumversie moet hier plaatsmaken voor een prominente beat. De theaterzetels van Studio 4 vormen dan ook een behoorlijk obstakel voor het hippe volkje dat vooral wil dánsen.

Ruth Radelet, de lichtjes onderkoelde blondine die sinds vorige plaat Night Drive de songs van Johnny Jewel van ijle — soms net iets te veel geautotunede — vocals mag voorzien, neemt vanavond ook voorzichtig het voortouw. Ze ziet er niet uit alsof ze daar bijzonder veel plezier aan beleeft (pas bij de bissen zullen we haar zien lachen), maar in haar ijzige interpretatie van “Running Up That Hill” — door Jewel ingekleurd met italodiscosynths — maakt ze wel indruk. Al scheelde het niet veel of ze werd overklast door gitarist Adam Miller, die met het hortende, duistere “These Streets Will Never Look The Same” voor de uitschieter van de set mag tekenen.

Wie op basis van single “Kill For Love” een zweverig concert had verwacht, was er aan voor de moeite. Chromatics schudde vanavond een fikse portie discobeats uit zijn mouw, en ook al mocht daar af en toe wat spaarzamer mee omgesprongen worden om wat rust in de set te brengen, het bewijst wel dat Jewel en de zijnen onvoorspelbaar genoeg zijn om de hype op zijn minst een beetje te rechtvaardigen. Wij zien daar alvast graag méér bewijs van in een tent of zaal zonder zetels.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 4 =