Paul Buchanan :: Mid Air

Paul Buchanan: de man die destijds met The Blue Nile vragen als “How do I know you feel it?” of “Will we always be happy go lucky?” durfde te stellen in poprefreinen. En met zijn stem alleen al het antwoord deed vermoeden: een happy end wordt het nooit. De man die z’n eerste soloplaat rond zijn stem weeft en daardoor een zelfs door hemzelf onbezingbare schoonheid bereikt. Een groter compliment kan deze plaat niet worden toebedeeld.

The Blue Nile een popgroep noemen klinkt als Annemie Struyf een sirene noemen. Het Schotse trio was het wel. Maar not as you know it. Melancholie was op platen van The Blue Nile geen modewoord, maar een noodzaak. De stem van Buchanan als een reikende hand die op het cruciale moment klam aanvoelt. Het was popmuziek als een soundtrack bij de eenzaamheid in een avondlijke verlichte stad. Zinnen als “I just want to be loved by you” maakten verlangen en onbereikbaarheid synoniemen, en dat hoeven ze niet altijd te zijn. Of maken we dat onszelf wijs? The Blue Nile deed altijd twijfelen.

The Blue Nile was een band van constanten. Een ervan was: er mag nooit minder dan vijf jaar tussen twee platen zitten. Vier platen op meer dan twintig jaar tijd. Tijdloosheid en onthaasting zijn bloedbroeders. Een andere was dat deze band elk gevoel verdiepte dat je koesterde of afwees, aanbad of vreesde. Vandaar dat elke verleden tijd in al de voorgaande zinnen aanvoelt als een speld in een naar je eigen beeld gevormde voodoopop. The Blue Nile bestaat immers niet meer, al kijken de bandleden bedeesd naar de grond als je het hun vraagt. Ze spreken niet meer tegen elkaar. Voor iemand met een stem als die van Buchanan is het de mooist denkbare contradictie. Tragisch niet, daarvoor is de schoonheid te sterk.

Maar nu is daar plots, even onverwacht als een plaat van The Blue Nile, of als die coup de foudre bij een nieuwe vleesgeworden verliefdheid, het solodebuut van Paul Buchanan. Mid Air. Dertien minisymfonieën, die op het slotnummer na allemaal afklokken onder de drie minuten. Een van de redenen dat dit aanvoelt als één lange suite die alle uithoeken van de melancholie streelt. Dit is de Portugese saudade, een weemoedig verlangen naar iets onbestemds, omgeven door de Schotse grauwheid die, in tegenstelling tot op dit continent, nooit groezelig, maar steevast groots aanvoelt.

Buchanan laat zich voornamelijk begeleiden op piano. Strijkers, blazers, synths schuifelen soms naar voren, maar blijven steevast nederig met Buchanan als een voorovergebogen dirigent die tijdens het zingen de vinger op zijn lippen houdt. Mid Air sluit daardoor nauw aan bij het meest intimistische werk van de Schotse filmcomponist Craig Armstrong. Dromerig, maar met de beide hartkamers in het nu. “I remember you” wordt in het gelijknamige nummer ettelijke keren herhaald, als vegen van een penseel die een duidelijk beeld scheppen op het canvas. Buchanan laat u de schilder zijn.

Emoties blijven klein, en dat is goed zo. Grootse metaforen worden vervangen door stiltes tussen piano-aanslagen, wat de impact alleen maar groter maakt. Tranen vallen onopgemerkt op een grijze parkeerplaats, en laat de muziek zich net op dat moment stilletjes terugtrekken in plaats van groots aanzwellen. Buchanan heeft nooit anders gedaan.

Hoogtepunten opnoemen heeft geen zin. Mid Air is één beklemmend geheel dat de alledaagsheid een diepgang meegeeft zoals weinigen dat kunnen. “Two Children” afspelen terwijl de twee dochters hier met elkaar spelen, zelfs al komen ze vijf seconden later jankend aangelopen, geeft een intens gelukkige gloed mee. Melancholie is meer diepgang dan mistroostigheid. Wie dat nog steeds niet gelooft, moet dringend elke keelklank van Buchanan beluisteren en koesteren. In dit geval synoniemen, trouwens. Zeker op dit Mid Air.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 3 =