Balkan Beat Box :: Give

Na drie platen lijkt het voor het Amerikaans-Israëlische Balkan Beat Box nog slechts een fluitje van een cent om een evenwichtige plaat te maken waarop wereldmuziek en hiphop elkaar omarmen. Niettemin bewijst Give dat waakzaamheid geboden is, willen ze niet te veel in een bepaalde richting afglijden.

Is er eigenlijk nog wel iets dat Balkan Beat Box te bewijzen heeft? Met de fijne mix van hiphop en wereldmuziek heeft de groep immers al zijn eigen genre uitgevonden en dat goedje is zowel op plaat als op de festivalweide een waar succes gebleken. Waarom het combo de nieuwe plaat aftrapt met “Intro (Taste Of Where I’m From)” is ons bijgevolg een raadsel, want op de naar de Balkan verwijzende titel na is het een nummer dat meer met een elektronische dansgroep als Stereo MC’s gemeen heeft dan met de authentieke muziek van groepen als Boban I Marko Markovíc Okestrar en The Klezmatics. Op Give klinkt Balkan Beat Box weliswaar nog altijd hip, maar met de gladde draaitafeltonen ook wel een beetje koud, en dat kan voor een groep met één been in de feestelijke Balkan toch onmogelijk de bedoeling zijn?

Een goede intrede maakt Balkan Beat Box dus niet, maar dat zet gelukkig de toon niet. Met “Part Of The Glory” is het namelijk wel raak, en hoe. Het is naar Balkan Beat Box’ pacifistische gewoonte weer een vrolijk nummer dat mensen op Bob Marleyaanse wijze bij elkaar brengt dankzij de feestelijke blazers, afgewisseld door politiefluitjes. Het is alsof u naar een Braziliaans carnavalnummer luistert, terwijl tegelijk de typische Balkan- en hiphopingrediënten de revue passeren. Het bewijst dat de groep nog altijd voltreffers kan maken, op voorwaarde dat hij maar lang genoeg naar een mooi evenwicht zoekt.

Met “Political F**k” is het vervolgens weer op het randje. Het is vooral een rapnummer, zij het dat een koperblazertje er in de overgangsmomenten toch nog even aan herinnert dat je naar Balkan Beat Box aan het luisteren bent. De welgemeende fuck you aan het adres van de politici is iets dat de groep altijd heeft getypeerd. Even typisch is “Money”, een nummer waarmee het combo inspeelt op de bankencrisis, maar helaas vergeet het Balkan-gedeelte van de groepsnaam eer te bewijzen. “Suki Muki” begint op zijn beurt flauw met wat bits en bleeps, maar wordt tegen het einde met Turkse buikdanstonen toch wat interessanter.

Dergelijke nummers kunnen ermee door, maar maken eveneens duidelijk dat het combo een grens heeft bereikt waar hij zeker niet over moet gaan. Op Give blijft de schade nog beperkt omdat Balkan Beat Box in het tweede gedeelte wel nog wat nummers in petto heeft waarmee de groep gevoel voor evenwicht toont. Dat is bijvoorbeeld het geval in “Minimal” dat met een trage melodie langzaam overgaat van pure hiphop naar Turkse whirling dervish-tonen. Het levendige protestnummer “Urge To Be Violent” bewandelt op zijn beurt de gulden middenweg met een terugkerend trompetje dat zelfs ruimte krijgt voor een solomoment.

In tegenstelling tot op de vorige plaat Blue Eyed Black Boy komt het op Give echter nergens tot nummers als “Marcha La Vida” en “Balcumbia”, waarin Balkan Beat Box helemaal de kaart van de wereldmuziek trok. Wat natuurlijk niet per se hoeft, ware het niet dat dergelijke nummers hier net een alternatief hadden kunnen bieden voor het koelere materiaal. Wat gelukkig wel nog genoeg de stijl kan bepalen, is het militante karakter van Balkan Beat Box, bijvoorbeeld in “Enemy Is Economy”, een nummer waarmee de groep inhakt op de immense kloof tussen rijk en arm in de Verenigde Staten, of in “No Man’s Land”, een naïef protestnummer dat godsdiensten en staatsgrenzen verwerpt. Het is hieraan te danken dat Give nog genoeg weet te bekoren om een aankoop te rechtvaardigen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 16 =