Enola’s enige vijftig 30-21 :: de beste platen aller tijden

Een nieuwe website, zoiets komt met een nieuwe beginselverklaring. En wat maakt duidelijker waar enola.be voor zal staan, dan de beste platen aller tijden volgens onze medewerkers. Van nu tot vrijdag stellen we u de muziekgeschiedenis voor, handig gebundeld in vijftig onvergetelijke platen.

30. The Beatles :: Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band

Vraag vijf mensen naar de volgens hen beste Beatles-plaat en de kans is groot dat je vijf verschillende antwoorden hoort. Vraag hen naar de beste (pop)albums aller tijden en misschien hoor je wel net dezelfde. Of je nu tegen of voor de Fab Four bent, aan het historische feit dat The Beatles en hun entourage ons huidige concept van popmuziek en -albums hebben vormgegeven, valt niet te twijfelen.

Sgt. Pepper’s is de meest perfecte van hun platen, omdat er geen enkel moment van zwakte te bespeuren valt. Het is de plaat waar Lennon en McCartney nog verder gingen experimenteren en zo de soundtrack van de Summer of Love vormden. De plaat is erg veelzijdig, bijzonder bejubeld, bijzonder succesrijk en dit bijzonder terecht.

Hoogtepunt: afsluiter “A Day In The Life”. Het is de ideale finale na een zelden geziene weelde. Popmuziek in zijn meest volmaakte vorm.

29. DJ Shadow :: Endtroducing

Een molensteen, dat is Endtroducing voor Josh Davis oftewel DJ Shadow. Alles wat de man immers na dit debuut heeft uitgebracht, werd er steeds door pers en publiek tegen afgewogen, en meestal te licht bevonden (vooral ’s mans twee recentste platen). Dat is een vrij normaal gegeven in de muziekwereld, maar bij DJ Shadow heeft dat ook te maken met de torenhoge kwaliteit die op dat debuut te horen viel. Het deed naar meer verlangen, maar dat was buiten Davis gerekend, die zoveel mogelijk zou proberen om niet in herhaling te vallen, helaas met wisselend succes (al is zeker de helft ervan nog steeds de moeite).

Los van die hele nageschiedenis is Endtroducing echter een onbetwist meesterwerk van de instrumentale hiphop, een grondlegger van de triphop, en een lichtend voorbeeld voor al wie later met behulp van samples eigen muziek probeerde in elkaar te knutselen. Niets op Endtroducing werd zelf ingespeeld, alles werd uit tientallen stoffige platen (van Tangerine Dream tot obscure funk tot kitscherige seventies easy listening tot nog ettelijke andere curiosa) gefilterd tot iets geheel nieuws dat ook nu nog zonder moeite indruk weet te maken.

Hoogtepunt: “Midnight In A Perfect World” is één lang hoogtepunt, onmogelijk om daar een moment uit te kiezen. De zes minuten die het nummer duurt hebt u ervoor over, neem dat maar van ons aan.

28. Sufjan Stevens :: Illinois

Toen Sufjan Stevens zich in de eerste helft van de jaren 2000 openbaarde als de nieuwe grote jongen van de Amerikaanse indiefolk, was het Illinois waarmee hij zich definitief in de geschiedenisboeken schreef. Het was zijn tweede conceptalbum (na het geweldige Michigan) waarin hij de ziel van een Amerikaanse staat trachtte bloot te leggen in zijn typische, complex gearrangeerde folksongs. Architectuur, geografie, geschiedenis of folklore: Stevens stak het allemaal in dit 22 nummers tellend meesterwerk dat, de jammerklachten van fans ten spijt, nog geen conceptuele opvolger heeft gekregen.

Illinois werd zowel commercieel als artistiek het (voorlopige) hoogtepunt voor Stevens, die niet alleen wereldwijd eindejaarslijstjes domineerde maar ook live vriend en vijand overdonderde. Wie toen in de AB was, spreekt er nog van.

Hoogtepunt: “John Wayne Gacy Jr.” of hoe een van de zwartste pagina’s uit de geschiedenis van Illinois omgevormd wordt tot een bloedmooie ballad.

27. Neutral Milk Hotel :: In The Aeroplane Over The Sea

In 1998 omringde songschrijver Jeff Mangum zich met een dozijn muzikanten om de opvolger voor het twee jaar daarvoor verschenen On Avery Island in te blikken. Die gelegenheidsbandleden brachten de meest bizarre instrumenten met zich mee: een zingende zaag, Uilleann pipes en een fucking zanzithofoon, bijvoorbeeld. Geen idéé wat voor dingen dat zijn, maar hun unieke sound geeft Aeroplane een welhaast tijdloos karakter, met gedempte, intrieste klanken die ons krakend, als uit een ver verleden, bereiken.

Jeff Mangum zelf klinkt dan weer als de kruising tussen Bob Dylan en Dock Boggs, terwijl de sound meer een verderzetting is van de lo-firock uit het begin van de nineties. Gecombineerd met Mangums doodeerlijke, tegelijk surrealistische teksten — deels ingegeven door nachtmerries over de Holocaust — geeft dat een gevoelige, door het stof der eeuwen aangebeten parel die als bij wonder ook tot een commercieel succes uitgroeide. Als u al eens een singer-songwriteralbum lust, weet dan: Aeroplane is een van de állersmakelijkste.

Hoogtepunt: de rammelende, bloedmooie titeltrack, van voor naar achter en dan nog eens opnieuw. En vooral 2’44”: na een rommelige break doorklieft de ijselijke zingende zaag het nummer, de trompet (of is dát die zanzithofoon?) zwelt aan om het gitaarspel te overstijgen, terwijl Mangum, “lauging out loud”, doet alsof dood zijn, ondanks alle horror in zijn teksten, niet eens zo erg is.

26. Neil Young :: Harvest

Het volledige oeuvre van Neil Young op uw tenen laten vallen, is om twee redenen niet aan te raden. Ten eerste omdat dat oeuvre omvangrijk genoeg is om uw tenen nooit meer terug te zien, en ten tweede omdat het van niet veel respect zou getuigen voor een artiest die ons al bijna vijftig jaar onafgebroken weet te boeien, zelfs met recent werk zoals Le Noise uit 2010.

Uit het solowerk alleen al is het aantal verdedigbare keuzes voor deze lijst niet op een hand te tellen, maar wat dan weer voor Harvest pleit, is de aanwezigheid van een verzameling nummers die zonder twijfel tot Youngs beste behoren. “Old Man”, “The Needle And The Damage Done” of “Heart Of Gold”: wat rest er u anders dan instemmend te knikken?

Hoogtepunt: 1’59” bij de allereerste luisterbeurt is het duidelijk dat “The Needle And The Damage Done” een liveopname is. De perfecte opname.

25. Sonic Youth :: Daydream Nation

Met Evol (1986) en Sister (1987) klom Sonic Youth naar een muzikaal hoogtepunt dat culmineerde in de 2lp Daydream Nation. De groep die met Steve Shelley in 1985 zijn vaste drummer vond, was al van bij de start geïnteresseerd in alternatieve stemmingen en ongewone songstructuren (deels omdat ze op goedkope gitaren speelden, deels vanuit hun ervaringen met Glenn Branca), maar in het bijzonder vanaf Evol doken steeds meer popelementen en structuren in de songs op, wat finaal zou culmineren in een perfecte symbiose vormgegeven op Daydream Nation.

De cover, een kunstwerk van Gerhard Richter, symboliseert perfect de muziek die meandert tussen helder en wazig, eenvoud en gelaagdheid. Verschillende nummers gaan moeiteloos over de vijf minutengrens en balanceren tussen dromerige sfeerstukken en harde, punkgerichte uitbarstingen waarboven Lee Ranaldo en Kim Gordon hun surreële teksten declameren of fluisteren zonder ooit het gevoel te creëren dat hier een hermetisch, zelfreflecterend avant-gardewerk gebracht wordt. Het is weinig platen gegeven om x jaar na datum nog steeds relevant en vernieuwend te klinken, maar Daydream Nation is er een van.

Hoogtepunt: Ook al behoort Daydream Nation als een lange trip beluisterd te worden, toch is het mogelijk er enkele songs uit te lichten die op zichzelf perfect de plaat vertegenwoordigen. “The Sprawl” is daar een van, Gordon hijgt en fluistert terwijl de muziek tezelfdertijd dwingend en droomrijk is.

24. Minutemen :: Double Nickels On The Dime

Niet zomaar een van de beste dubbelelpees uit de rockgeschiedenis (verschenen in dezelfde maand én op hetzelfde label als Zen Arcade van Hüsker Dü!). De Amerikaanse punk was z’n kinderschoenen nog maar net ontgroeid en het trio D. Boon, Mike Watt en George Hurley wist zowat elke regel aan z’n laars te lappen. De songs waren ultrakort en regelmatig snel, maar er zat ook swing, humor en bakken creativiteit in. Het album was niet minder dan een explosie van ideeën, genres (funk, jazz, country, etc.) en intelligentie. Onder de slogan “Punk is whatever we made it to be” groeide deze punkklassieker uit tot een iconische plaat die geen spaander heel liet van de veronderstelling dat het allemaal dom, monotoon en agressief moest zijn.

Hoogtepunt: begin maar eens, met meer dan veertig nummers. Als het dan toch moet: de 116 keihard swingende seconden van “This Ain’t No Picnic”.

23. Nirvana :: Nevermind

Een plaat waar zoveel over gepraat is, die de meesten onder ons al zo vaak hebben gehoord, dat het bijna onmogelijk is om ze nog fris te horen. Hoe het moet geweest zijn, die ochtend in 1991 dat voor de eerste keer die opruiende riff van “Smells LikeTeen Spirit” — niet eens een kléin beetje gepikt van Bostons “More Than A Feeling” — uit de radio weerklonk. Maar het was dus de dijkbreuk die gitaarrock opnieuw uit de ondergrond sleurde.

Het was ook het moment waarop een stel lichtjes gevoelige jongens rock uit het hol van het leeg machismo trokken. Ja, Nevermind knarste, beet en scheurde, maar in zijn teksten liet zanger Kurt Cobain alle ruimte aan zijn twijfels en angsten. En zeiden we al dat dit ook uitmuntende popmuziek is? Want dat was het ook nog eens: een plaat van voor naar achter volgepakt met aanstekelijke melodieën.

Hoogtepunt: natuurlijk die opwindende intro van “Smells Like Teen Spirit”. Vanzelfsprekend de manier waarom “Territorial Pissings” de geluidsmuur probeert te slopen met een poprefrein. Maar doe uzelf een lol, en leg eens “Lounge Act” op en luister naar die heerlijke baslijn, en dan 1’34” waar Cobains stem met veel overtuiging in het rood gaat.

22. The Stooges :: Funhouse

Voor de opname van hun tweede LP verkasten de vier originele Stooges van hun grauwe industrie-thuishaven in Michigan naar het mondaine Hollywood. De legende wil dat een villa vol instrumenten, opnameapparatuur (en ook wel drugs) klaar stond voor de broers Asheton en de heren Alexander en Pop om volkomen loos op te gaan. Dat deden ze ook. De doelstelling was om de primitieve podiumenergie en de atmosfeer van de metaalindustrie op band te vatten.

De Californische zon, de geestverruimers en de chemie van een band vol zelfvertrouwen en lak aan de norm namen dat dubbele uitgangspunt, en bouwden er een mijlpaal uit de rockmuziek mee. Op de originele uitgave stonden slechts zeven nummers: zeven lappen geestverlammend rauwe garage rock. Drummer Scott Asheton en bassist Dave Alexander legden zulke dominante beats op band vast, dat het soms maar een klein sprongetje lijkt tot de eerste techno, die — niet toevallig natuurlijk — uit Detroit afkomstig is. Gastbijdragen van saxofonist Steve Mackay laten de funk gewillig binnen. De vocale capriolen van Iggy Pop zijn steeds beklijvend, of het nu gaat om voorzichtig croonen in “Dirt”, opzwepend kreunen in “Loose” of krijsen voor vermoord in het noisetafereel “LA Blues”. En als voor gitarist Ron Asheton de ex-post-eretitel “miskend genie” niet geldt, dan zijn er geen miskende geniën. Toni Iommi’s grootste levensfrustratie is dat hij geen van deze riffs geschreven heeft.

Hoogtepunt: 00’00” van “T.V. Eye”. Iggy schreeuwt “LOOOORD” en verwoordt perfect het gevoel van overrompeling dat de luisteraar ervaart.

21. Miles Davis :: Kind of Blue

In 1959 stond jazz op een kruispunt: de protagonisten van het genre lieten stilaan de bebop voorgoed achter zich en gingen vervolgens elk hun eigen weg. Het was evenzeer het jaar van een bitse concurrentiestrijd, met verschillende kleppers van formaat: Shape Of Jazz To Come, Mingus Ah Uhm, Time Out en ten slotte ook Kind Of Blue. Toch is die laatste dé jazzklassieker bij uitstek geworden, die qua naam en faam met kop en schouders boven de rest uitsteekt.

Miles Davis zocht op dat ogenblik naar manieren om het traditionele harmonische kader te doorbreken, en ergens heeft die beweging naar modal jazz bij veel luisteraars de juiste snaar geraakt. De spaarzame, bijna meditatieve tonen op de trompet, de ongelooflijke cool in melodie en ritme en een fantastische bezetting… het past allemaal perfect binnen het plaatje dat de trompetspeler op dat moment voor ogen had. Zelfs nu klinkt Kind Of Blue nog altijd opvallend fris en onontgonnen. Dat zal in de komende vijftig jaar ook niet veranderen.

Hoogtepunt: 1’32” in “So What”. De nadrukkelijk beklemtoonde cimbaalslag van drummer Jimmy Cobb, die na een ietwat mysterieuze aanvang het openingsnummer volledig doet losbarsten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − 8 =