Detachment

Vergeet Stanley Kubrick, Sam Peckinpah, Hal Ashby of eender welke andere “geschifte” regisseur van de voorbije honderd jaar: de enige filmmaker die écht in aanmerking komt voor het etiket “crazy” (excuseer, maak daar gerust van: “kreezie”), is Tony Kaye. De van twijfelachtige toerekeningsvatbaarheid voorziene heer begon zijn carrière als reclamemaker in de jaren tachtig. Om zichzelf te profileren als regisseur van Spielberg-proporties, bracht hij standaard een opblaasbare E.T. mee naar al zijn vergaderingen (no kidding Hij maakte zijn langspeelfilmdebuut in 1998 met ‘American History X’, het neo-nazidrama met Edward Norton. Toen studio New Line hem vroeg om wijzigingen te maken in de montage, stelde hij voor om de hele film alsnog te laten herschrijven en alles opnieuw te draaien. Dat zag New Line niet bepaald zitten, waarop Kaye 100.000 dollar van zijn eigen geld uitgaf aan advertenties in industriebladen om de studio én Edward Norton aan te vallen. Hij had geen vriend meer over in de filmindustrie. En de verhalen houden daar niet op: zo verscheen hij in de herfst van 2001 in Los Angeles in het openbaar, verkleed als Osama Bin Laden.

Het is verleidelijk om die verhalen af te doen als één lange, Andy Kaufmaneske performance act, ware het niet dat Kaye het grootste deel van zijn professionele leven blut en werkloos is geweest als een gevolg van zijn stunts. Veel waarschijnlijker is hij the real deal: één van de weinige echte gekke kunstenaars. Zijn nieuwe film ‘Detachment’, zijn eerste fictieproject in 14 jaar, ondersteunt dat idee in ieder geval. ‘Detachment’ is afwisselend briljant, geïnspireerd, overspannen en fucking irritant. En soms is het al die dingen tegelijk. Het is een film die inderdaad getuigt van een tomeloze creatieve drive, ongehinderd door enige narratieve discipline. Opbouw of gematigdheid? Wat koop je daar voor? ‘Detachment’ is min of meer het volledige vierde seizoen van ‘The Wire’, op anderhalf uur. En op speed. Het is een chaotische potpourri aan inhoudelijke en visuele ideeën, waarin er van subtiliteit geen sprake is – maar dan wel een potpourri die alleen héél getalenteerde mensen ooit hadden kunnen maken.

De film (niet zonder enige arty farty-affectatie “a Tony Kaye talkie” genoemd op de begintitels) is qua verhaal nochtans zo conventioneel als maar kan: een goeie Adrien Brody speelt Henry Barthes, een vervangleerkracht die een postje krijgt in een “probleemschool” – de facto een school waar je al blij mag zijn als je levend het laatste lesuur haalt. De directie wordt verplicht om de leerlingen klaar te stomen voor een door de staat opgelegde standaardtest, los van de vraag of de kinderen ook echt iets opsteken, en mentaal en fysiek geweld zijn aan de orde van de dag. Ook buiten de schooluren heeft Barthes het niet makkelijk: zijn grootvader ligt op sterven, én hij besluit om een piepjong hoertje (Sami Gayle) onder zijn hoede te nemen.

Op die manier gebruikt Kaye het basisconcept van honderd-en-een “inspirerende leerkracht”-films (we gruwelen nog steeds een beetje na van ‘Freedom Writers’), om een bitter beeld te scheppen van een onderwijssysteem waar de inspiratie van een enkele leraar simpelweg geen lor meer uitmaakt. In een symbolisch beeld aan het einde van de film, zien we Barthes lesgeven aan een lege klas, waar de banken, boeken en papieren door elkaar op de grond liggen alsof de nazi’s er net zijn gepasseerd. Het onderwijs als letterlijke, postapocalyptische woestenij. En meer dan dat, is het ook gewoon een personagestudie van een man die het niet kan helpen om zich het lot van andere mensen aan te trekken. Hij is een carer, tegen wil en dank. Hij zorgt voor zijn leerlingen, zijn opa, het hulpeloze hoertje, iedereen die maar zorg nodig heeft, terwijl zijn eigen emotionele noden verwaarloosd worden.

Conventioneel, denkt u? ‘Dead Poets Society’ minus de meligheid? Think again, want Kaye presenteert dat verhaal op een bewust gefragmenteerde, extreem gestileerde manier. We krijgen interviews met échte leraren in zwart-wit; een lang interview met Adrien Brody’s personage in kleur, dat dient als leidraad voor het drama; sporadische animaties op een krijtbord; en hier en daar een citaat van Albert Camus of Edgar Allen Poe. Kaye gooit er alles tegenaan wat hij kan om de vallen van het traditionele Hollywooddrama te vermijden (niet dat hij daar altijd succesvol in is), en dat zet zich door in de dramatische scènes. Niet alleen gebruikt hij een nerveuze camerastijl, die afgeladen volzit met geforceerde standpunten (laten we eens een groothoeklens tegen de grond zetten en zo naar boven filmen!), en niet alleen stopt hij zijn shots vol overbodige zooms. Nee, ook de inhoud van de scènes zelf is regelmatig behoorlijk over de top. Wanneer leraar James Caan een studente de les moet lezen omdat ze in een te weinig verhullend topje naar school is gekomen, haalt hij twee foto’s boven. De eerste is een idyllisch beeld van een tropisch strand. “En dit,” zegt hij terwijl hij de tweede foto toont, “Is een vagina die geïnfecteerd is met gonorroe. Wil jij dit voorhebben?” Beng!

Nog een voorbeeld? (Ach, wat is het leuk voorbeelden opsommen uit deze film!) Lucy Liu speelt een guidance counselor die een ongemotiveerde leerling begint uit te schelden: “Oké, ga dan maar een kutbaantje doen voor het minimumloon! Ongeïnteresseerd zijn is gemakkelijk, ergens om geven is moeilijk!” Dit alles – in een veel langere versie, uiteraard – schreeuwend en huilend, terwijl de leerling in kwestie half geamuseerd toekijkt. (Liu is trouwens niet het enige personage dat loopt te schreeuwen; allemaal lijken ze op of voorbij het punt van een totale meltdown te staan.) Nee, “subtiel” is niet het woord dat ik zou gebruiken om ‘Detachment’ te omschrijven. De film is van begin tot eind nadrukkelijk in your face, van de zelfbewuste artistieke trucjes, over de what the fuck-momenten tot aan het ostentatief gepredik over de lamentabele staat van het onderwijs en de passiviteit van de jeugd.

‘Detachment’ is een beetje een ongeorganiseerde bende, één al inspiratie zonder een gedisciplineerde hand die alles in het gareel trekt, laverend tussen arthouse-experiment en dan toch ook schaamteloos melodrama (de plotlijn rond het hoertje met het gouden hart is in principe een ongegeneerd clichématige tranentrekker, hoezeer Kaye dat ook probeert uit de weg te gaan). Maar één ding moet je hem nageven: hij is niet saai. Kaye speelt niet op veilig, maar duikt zonder omkijken en zonder reddingsvest het diepe in. In één minuut van ‘Detachment’ zit meer interessante cinema dan in de volledige slappe twee uur van pakweg ‘Dangerous Minds’ of ‘Freedom Writers’. Zotte mensen zijn nu eenmaal boeiend. Doorgaans wil je ook niet té veel tijd in hun gezelschap doorbrengen, maar boeiend zijn ze wel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + zeven =