Manic Street Preachers :: 21 april 2012, Trix

“Tonight, it’s all singles”: James Dean Bradfield laat er al snel geen twijfel over bestaan. Met een nieuwe best of onder de arm, sloten de Manic Street Preachers zaterdagavond een tijdperk af. Helaas was de songkeuze niet perfect om hun lange carrière recht te doen, al toonden de sterkste momenten nog altijd waarom deze groep ooit zo levensbelangrijk was.

Neen, de Manic Street Preachers verdwijnen niet. “It’s just the end of an era. Not the end of a band. We’re gonna disappear for quite a long time”, liet bassist Nicky Wire optekenen bij het verschijnen van die recente verzamelaar National Treasures. Het was dan ook duidelijk dat de groep met de laatste plaat Postcards From A Young Man op de grenzen van zijn formule was gestoten. Nog maar eens een hoop songs die met veel zin voor groot gebaar en strijkers de soundtrack bij een ritje in de cabrio kunnen zijn, zou niet veel meer bijdragen.

En toch is dat wat we vanavond krijgen. Meer dan een terugblik op die eerste drie platen, toen de groep nog echt bijzonder was, kiest de groep hier voor de gemakkelijke publieksfavorieten, die niet altijd hoogtepunten waren. En dus komen er van ergens uit de coulissen om de haverklap violen uit een doosje. Voor een fel meegeklapt, maar toch steeds wat banaal geweest “The Everlasting”, bijvoorbeeld, waarin de zinsnede “In the beginning, when we were winning/When our smiles were genuine” expliciet verwijst naar die begindagen, toen de groep in de tijdspanne van een paar singles van een beetje lachwekkend randgebeuren naar een moeilijk te vatten fenomeen ging.

Want dat was de aantrekkingskracht toen natuurlijk: een soort radicaliteit en eigenzinnigheid die je zelden ziet. Vier intelligente jonkies, groot geworden in een door de mijnstakingen gehavend Wales waar je met het soort softe onzin als verstand niet ver geraakt, en opgegroeid met verre echo’s van het hippe Londense muziekleven in tijdschriften als NME of Melody Maker, die vastbesloten waren om het warm water opnieuw uit te vinden door de punk van The Clash een glamoureuze update te geven, en de muzieksnobs in Londen uit te dagen.

Dat antagonisme spreekt nog altijd tot de verbeelding. Ook vanavond is het het pesterige “You Love Us” (“You love us like a holocaust”) of het verzengende “Motown Junk” (“I laughed when Lennon got shot” — een zin die Bradfield tegenwoordig liever door het publiek laat zingen) dat de boel echt in de fik zet. Wat een gitarist trouwens; de geblokte frontman zei ooit dat hij er het meest trots op was dat hij de solo opnieuw cool had gemaakt, en bewijst dat vanavond door song na song verschroeiende licks uit zijn zes snaren te persen.

Opvallend is hoe het hoogtepunt van die eerste periode onderbelicht blijft. Van op meesterwerk The Holy Bible wordt enkel “Revol” bovengehaald, en door bassist Nicky Wire meteen opgedragen aan de in 1995 verdwenen gitarist Richey Edwards, de man die ooit het tekstuele meesterbrein van de groep was. Hoe hard het publiek ook smeekt om favorieten als “Faster”, liever spelen de muzikanten het gemakkelijker te verhapstukken “Ocean Spray” of “A Design For Life”.

En zo zwalpt dit optreden tussen opwinding en verveling, al overheerst gelukkig nog altijd het eerste. Voor elk “Autumn Song” — een melodie die het goed zou doen op een songfestival, maar deze groep te min — krijgen we een niet kapot te krijgen “Motorcycle Emptiness”, en voor elk blikken gospelkoor in het ondermaatse “Some Kind Of Nothingness” knalt het euforische “In between/In between/In between” van “Tsunami” — dat is het inderdaad — ook het publiek in.

En toch: “Opnieuw die strijkers”, schrijven we verveeld in ons boekje bij “Everything Must Go”. Alweer. Vanavond valt iets teveel de formule op in dat latere werk, zeker met een groep die vanavond hoogstens op werkmansethos aan het draaien is: degelijk, maar slechts zelden gepassioneerd. Er hangt weinig magie in de lucht, en dat is jammer, al kan een euforisch meegezongen “If You Tolerate This Your Children Will Be Next” als afsluiter nog eenmaal bekoren.

Geen bisnummers. Uit principe. “Doen we al jaren niet”, zo kondigt Bradfield ook aan. Het is een duidelijke afspraak, en dus is het hiermee gedaan. Toch voor nu. Of en hoe lang Manic Street Preachers er nu mee ophouden, mag een raadsel zijn. Ze hebben het nog eens aangekondigd, zo’n kleine tien jaar geleden, waarna zowel Bradfield als Wire een soloplaat maakten om daarna toch opnieuw manisch te worden. Afwachten dus wat het nu geeft. Als afscheidsconcert vonden we dit alvast iets te weinig, dus laat het maar niet te definitief zijn.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 − 8 =