The Pirates! Band of Misfits

Verandering van spijs doet niet altijd eten, zo blijkt: de Aardman Studio’s, die legendarisch werden dankzij hun vaak fenomenale Wallace and Gromit-films, zeiden de plasticine poppetjes de voorbije jaren steeds vaker vaarwel om zich, net zoals elk animatiebedrijf ter wereld, op de CGI te storten. Niet dat de resultaten (‘Flushed Away’, ‘Arthur Christmas’) effenaf slecht waren; daarvoor bleef de charme van de verhaallijnen en de humor te veel intact. Maar de unieke look and feel van de Aardman claymation was wel verdwenen. Kunt u nagaan hoezeer wij onszelf in de handjes wreven toen enkele maanden geleden voor het eerst de trailer van ‘The Pirates’ opdook. De plasticine was terug! En het zag er nog geestig uit ook! De verwachtingen worden vrijwel volledig ingelost: Peter Lord en co hebben opnieuw een clevere komedie in elkaar gedraaid vol sterke visuele en verbale vondsten.

Het verhaal draait rond The Pirate Captain (stem van Hugh Grant), een sympathieke, maar niet bijster succesvolle piraat, die probeert om de zeven zeeën onveilig te maken, samen met een bizarre bemanning (inclusief De Albinopiraat, en de Piraat met Jicht). The Pirate Captain wil al jarenlang de prijs voor Piraat van het Jaar winnen, maar bij gebrek aan een degelijke buit is hem dat nog nooit gelukt. Tot hij op een dag het schip van Charles Darwin (David Tennant) entert: Darwin ontdekt dat de papegaai van de kapitein eigenlijk de laatste nog levende dodo is. Bijgevolg trekt heel de bende richting Londen om munt te slaan uit hun wetenschappelijke gelukstreffer.

Zijn we na achthonderd ‘Pirates of the Caribbean’-films het ge-aargh niet stilaan beu geworden? In principe wel, ware het niet dat de vermoeiende nadruk die Jerry Bruckheimer altijd legt op eindeloze, zichzelf in stand houdende actie, hier wordt vervangen door een prachtig vormgegeven fantasiewereld, die dan wel inspeelt op de clichébeelden die we allemaal in ons hoofd hebben (groezelige piratenkroegen, mistig Londen en ga zo maar door), maar tegelijk een geheel originele, eigen identiteit heeft. Regisseurs Peter Lord en Jeff Newitt creëren een volledig coherente wereld voor ons, die er tot in de details perfect uitziet, en dat zorgt voor een sfeer, een ambiance, die ‘Pirates of the Caribbean’ (met de mogelijke uitzondering van het eerste deel) nooit heeft kunnen waarmaken. Wanneer er actiescènes losbarsten, zijn die overigens goed getimed, strak in beeld gebracht en ook gewoon afgelopen wanneer ze afgelopen moeten zijn. De visuele flair van de film maakt het overigens extra jammer dat hij in 3D in de zalen wordt gedropt: de composities worden moeilijker te vatten en het scherm wordt alweer donkerder dan het zou mogen zijn – zet je brilletje even af en vergelijk de helderheid van het beeld maar eens. Ik kan alvast niet wachten op de 2D-bluray.

Anyway, laat ons het over leukere dingen hebben, zoals de humor, die geavanceerder is dan je zou denken – in navolging van ‘Wallace and Gromit’ en ‘Chicken Run’, tonen de makers zich hier opnieuw liefhebbers van de non sequitur: one-liners die gewoon nergens op slaan en ook niet uitgelegd worden. Dixit de Albinopiraat: “London smells like my grandma.” Punt. Als je die grap moet uitleggen aan een klein kind, wordt het moeilijk om te zeggen waarom dat nu precies grappig is, maar het is wel zo. Net zoals de eindeloze vermommingen die de piraten tevoorschijn toveren, of Charles Darwins karakterisering als een science nerd die niet aan een lief kan raken, of de manier waarop er nooit een opmerking wordt gemaakt over het feit dat de Verrassend Goedgevormde Piraat eigenlijk een vrouw is (niemand op het schip heeft dat door, en er wordt aan het einde ook geen punt van gemaakt). De meeste komedies – en al zeker komedies met een jong doelpubliek, zoals deze – willen er voor zorgen dat al hun grappen toch maar direct gesnapt worden. Een grap wordt opgezet, en je krijgt direct de pay-off, liefst nog met een vette knipoog erbij, opdat iedereen zou snappen dat het de bedoeling is om te lachen. De mannen van Aardman doen dat niet – hun humor is opvallend droog, en soms doen ze zelfs de moeite niet om je een clou te geven. De set-up alleen is vaak al grappig genoeg.

In het verlengde daarvan krijgen we ook geen moraal binnen gelepeld, geen bij de haren gesleurde liefdesgeschiedenis en geen emotionele loutering. De personages hier leren helemaal niks bij tegen het einde van de prent, ze worden geen betere mensen. “Dat is voer voor de Amerikanen”, hoor je de Aardmannen denken, “bij ons is het gewoon de bedoeling dat je jezelf anderhalf uur lang amuseert.” Die mentaliteit geeft de film zijn tempo en flair, hoewel het in zekere zin ook beperkend werkt. Wanneer een emotionele plotlijn wél werkt, kan hij immers ook meteen héél straf zijn. Oude knorpot Carl die een opschrift van zijn overleden vrouw ontdekt in een fotoboek in Pixars ‘Up’, bijvoorbeeld. Of nog eenvoudiger: Wall-E die zichzelf in slaap wiegt terwijl ‘Hello, Dolly’ op de achtergrond speelt. Dat soort momentjes, die dieper snijden dan alleen maar entertainment, krijg je dus ook niet – dat is de keerzijde van de medaille.

Bovendien wordt het verhaal niet altijd even elegant verteld. In de derde akte wordt er plots een geheel nieuwe wending geïntroduceerd rond Queen Victoria (Imelda Staunton) – tijdens de laatste twintig minuten van je film moet je niet nog eens met nieuwe dingen afkomen; je moet gewoon de plotlijnen die je hebt naar hun conclusie toe brengen. Jammer dat ze het verhaal niet een beetje meer konden stroomlijnen, maar goed, laat er geen twijfel over bestaan: ‘The Pirates’ is en blijft gewoon dikke fun. Een slimme animatiekomedie die écht voor alle leeftijden is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 1 =