Red Bull Soundclash – Triggerfinger vs. De Jeugd Van Tegenwoordig




Enkele weken geleden lag er een mailtje in de digitale
enola-posbus, of er iemand van ons naar de Red Bull Soundclash
wilde komen? Het werd oorverdovend stil in de digitale
enola-redactieruimte. Gemurmel over doorgestoken kaart en platte
commerce kon onderscheiden worden door mensen met minder versleten
oren dan ondergetekende en dus signaleerde ik voorzichtig dat het
mij wel interesseerde. Ja, ja sceptici spuw gerust uw gal, maar
Triggerfinger en De Jeugd Van Tegenwoordig bestaan toch uit door de
wol geverfde podiumbeesten, in het bezit van meer dan een handvol
bonafide hits. Vrijdag jongstleden toog ik dus met mijn gezelschap
naar de Koekestad om de muzikale boksmatch van het jaar bij te
wonen.

Daar aangekomen werd ik dadelijk door een paar fijne hostesses naar
de VIP-ruimte geleid alwaar we ons te goed mochten doen aan een
ruime selectie exotische energy drinks uit de brouwketels van de
hoofdsponsor. Waar blijven ze toch de inspiratie halen om hun
suiker en cafeïne steeds een nieuw smaakje en kleurtje te geven? Zo
strak als een gitaarsnaar betraden we uiteindelijk het strijdperk
als toeschouwer/arbiter (en dus ook verslaggever). Links en rechts
in de arena stonden twee podia opgesteld en daartussen op het
middenplein een enthousiaste stapel klapvee. De avond werd aan
elkaar gepraat door het olijke StuBru-duo Stijn & Otto-Jan en
alvorens het concept nog wat verder uit te leggen, drukten ze ons
op het hart om toch vooral zoveel mogelijk lawaai te maken voor de
band van onze voorkeur. Alleen zo zou er een rechtvaardige winnaar
gehuldigd kunnen worden aan het einde van dit muzikale
gladiatorengevecht. Duimen is sympathiek, maar dat registreren de
micro’s niet. Als Joke Schauvliege haar zin krijgt, moet de
organisatie daar misschien toch maar ‘ns over brainstormen.

De kamp zou beslecht worden in vier rondes, te weten: de cover, de
take-over, de clash en de wild card. Eerst kregen de bands echter
een kwartiertje tijd om zichzelf en het publiek op te warmen. Van
op zijn kant stuurde Triggerfinger smoorhete versies van ‘I’m
Coming For You’, ‘On My Knees’ en het magistrale ‘Short Term Memory
Love’ de zaal in. Het publiek genoot ervan. Vanaf de tweede song
was de arena gevuld met een joelende menigte, zelfs al was het nog
niet voor punten. Er stond De Jeugd een zware avond vuilbekken te
wachten wilden ze dit partijtje belgenolland winnen. Ze
beseften dat blijkbaar zelf ook wel en kwamen in
camouflage-uitrusting en met paintball maskers op hun smoeltjes het
podium op. Uitdagend en efficiënt. Het drammerige ‘Buma In Mijn
Zak’, het springerige ‘Let’s Get Spanish’ en het snobberige
‘Hollereer’ werden vlot opgepikt. De warming-up was een rondje vrij
spel, geen applausmeters dus maar alle aanwezigen vonden het
zichtbaar en hoorbaar een geslaagde aanloop.

DJ Otto-Jan Ham koos als verplichte cover ‘Man Down’ van de
rondpoepige RnB-diva Rihanna. Dat opent perspectieven denk je dan.
Aan de ene kant een band die van het opgeilen van de originele
rhythm and blues een vak maakte en aan de andere kant een stel
jonge snaken die graag toeven in de clubs waar dit soort hitjes de
muziek levert bij het in duister licht gehulde paringsritueel. Dat
gedacht bleek helemaal juist. Triggerfinger maakte van ‘Man Down’
een zwoele slow burner. De Jeugd koos voor een
reggae-dancehall aanpak met een glansrol voor de vocalen van Willie
Wartaal. Een skankende Mario Goossens kon het duidelijk ook
appreciëren. Het punt ging bij applausmeting naar de Belgen maar de
winnaar van de eerste ronde was het publiek zelf, om het maar eens
goedkoop te zeggen.

De tweede ronde had een wat moeilijker concept, de ene band startte
een eigen nummer en de andere hoorde dat te completeren. Je hoeft
geen liters cafeïnehoudende dranken op te hebben om aan je water te
voelen dat men dit niet aan de improvisatiekunde van de artiesten
zou overlaten. De organisatoren van grote publieksevenementen
houden niet van chaos noch dode momenten. Die kwamen er trouwens
toch toen de videoschermen het voor bekeken hielden. Gerepeteerd of
niet, dit zou best leuk kunnen zijn. Triggerfinger trapte af en
slingerde hun grote hit ‘All This Dancin’ Around’ voor de voeten
van de branieverkopers aan de overkant. Die hadden duidelijk niet
veel zin om van een rocknummer een rapnummer te maken en beperkten
zich tot het refreintje van het origineel en smokkelden er de
eighties hit ‘I wanna dance with somebody’ in om het publiek op
zijn hand te krijgen. Leuke vondst, maar zou het ook genoeg zijn
voor de punten? ‘Sorry’ was het nummer van De Jeugd dat
Triggerfinger mocht afwerken, wat ze erg goed deden. Het is voor
een rockband met één zanger natuurlijk niet vanzelfsprekend om
lange rap-teksten vloeiend te brengen maar dat ging vlot genoeg en
Rubens zangstem verteerde het Nederlands wonderlijk goed. Beide
bands hadden nog een nummer voor elkaar geselecteerd, De Jeugd
verkrachtte ‘Short Term Memory Love’ zodanig hard dat het maar goed
is dat de sponsor ons kortetermijngeheugen effectief tot enkele
seconden had terugbracht. Aan de overkant herhaalde Triggerfinger
eigenlijk hetzelfde trucje van ‘Sorry’ met ‘Sexy Beesten’ zodat het
toch wat langdradig werd. De twee punten gingen desalniettemin
vanzelfsprekend naar de landgenoten.

In ronde drie lagen er drie punten klaar voor de band die er het
overtuigendst in zou slagen om zijn eigen nummers in een andere
muziekstijl te spelen. Dat is zonder meer een gevaarlijk concept,
leuke resultaten zijn mogelijk maar faliekante mislukkingen
vanzelfsprekender. Van de zes nummers die gespeeld werden, vergeten
we best zo snel mogelijk de poging tot country van De Jeugd en wat
volgens Triggerfinger voor disco moet doorgaan. Wel grappig, bijna
logisch eigenlijk, dat ik een seconde aan ZZ Top moest denken
vooraleer nog maar eens iets te gaan bestellen. De Disco-versie van
‘Watskeburt’ viel dan weer wel in de smaak van het publiek. De
country-versie van ‘Is It’ zette de opponenten van Triggerfinger
aan tot een voorzichtige horlepiep op het podium maar of de rest
van de aanwezigen er ook door bekoord werden, laat ik in het
midden. Als finale van deze ronde koos DJ OJ voor gabberhouse.
Lekkeuhr hakkeu, weet je wel. Dat die Hollanders daarmee uit de
voeten zouden kunnen, kon je van te voren raden en werd met happy
hardcore versie van ‘Sterrenstof’ ook ruimschoots bevestigd. Het
drietal grijzende/kalende rockers aan de andere kant van de zaal
stond voor een zware opdracht en koos ervoor om compleet uit hun
kneiter te gaan met de riff en het refrein van ‘All This Dancing
Around’. Mario zette een drenzende technodreun op met zijn iPhone
en voor de rest was het een schouwspel van gitaarfeedback clashend
met rammelende cimbalen en mr. Paul die precies probeerde zijn
basgitaar door te slikken. Het was wel entertainend maar de drie
punten gingen terecht naar het schorriemorrie dat zijn muziek
altijd uit een doosje haalt. Daar kon een potje crowdsurfen en
andere publieksmennerij niks aan verhelpen. Doorwinterde rockers
kunnen daar moeilijk mee leven blijkens het verbale vuurwerk dat
over de hoofden van het publiek ging. Iemand van kwade wil die
twijfelt aan de integriteit van de soundclash-organisatie zou
kunnen durven beweren dat de punten van deze ronde naar De Jeugd
Van Tegenwoordig gingen omdat het publiek nu eens als eerste voor
hen mocht stemmen. Zou kunnen hé.

Effenaf gelijke stand aan het begin van de finale ronde, spannender
kan je het niet hebben, de organisatie zal wel heel tevreden
geweest zijn en het publiek vol verwachting. Ronde vier betekent in
de soundclash immers dat de strijdende partijen een extra krijger
de ring mogen inroepen. Het zal allicht niet verbazen dat De Jeugd
voor een gitarist koos en Triggerfinger voor een rapper. Tim
Vanhamel, door Faber-yayo als een rasechte guitar hero
aangekondigd kwam het podium op, wat voor een plotse verdubbeling
zorgde van het aanwezige charisma aan die kant van de zaal. Zijn
muzikale bijdrage aan ‘Tante Lien’ was vaag maar het geheel was wel
een erg energieke exit voor De Jeugd, inclusief kapot geslagen
gitaar. Triggerfinger verging het minder goed, zij kregen
“versterking” van Kraantje Pappie, zijn DJ én zijn side-kick. Te
veel voor Korneel en dat rot-irritante nummer van die Kraan werd er
niet beter op met de nauwelijks hoorbare gitaren van Ruben Block
erbij. Moeilijk te geloven dat één van de aanwezige partijen hier
iets aan gehad heeft maar wie ben ik natuurlijk? Het punt en de
titel gingen in ieder geval naar Triggerfinger.

Als afsluiter van de avond speelden de laureaten nog een keer,
volledig en zonder fratsen, ‘All This Dancin’ Around’. Dat maakte
wat goed van het gesukkel daarvoor maar toch, het vet was van de
soep en we waren blij dat er nog een batterij te exploreren
energy-drinks en Amerikaans bier op ons wachtte in de VIP.

Ik zou hier nog wat kunnen uitweiden over alle bedenkelijke en
voorspelbare facetten van zo’n avond maar het was amusant en de
meeste aanwezigen leken er hetzelfde over te denken dus wat maakt
het uit. De premisse was ‘het zijn toch 2 goede livebands, dus
waarom niet?’ en ieder woord daarvan werd bevestigd van op de twee
podia.

Meer foto’s
HIER

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × vier =