Mark Lanegan Band :: 2 maart 2012, Trix

De terugkeer van de Mark Lanegan Band, hoe lang is daar niet op gewacht? Te lang, blijkbaar. Met een fonkelnieuwe en ferme plaat onder de arm, staan de verwachtingen zeer hoog gespannen. En die worden net niet helemaal waar gemaakt.

Nochtans heeft Lanegan niets dan troeven in huis. Blues Funeral is een gedroomde plaat om mee de baan op te trekken en het minste dat je over ‘s mans back catalogue kan zeggen, is dat die ronduit indrukwekkend is. Mark Lanegan en zijn band serveren dan ook een flinke hap nieuw materiaal, afgewisseld met bekende en bijna vergeten oude parels. Alleen, de flow klopt niet.

Al is dat misschien de schuld van voorprogramma Creature With The Atom Brain. De band –vanavond aangevuld met Damien Vanderhasselt van Grant Moff Tarkin op percussie — heeft eveneens nieuw werk in de pijplijn zitten en presenteert dat vanavond. En met verve. Want om cru te zijn: eigenlijk is wat Creature doet op het eerste gehoor banaal. Tot de juiste lick of hook langskomt en een doorsnee rocksong die drijft op seventies gitaren plots sinister, bezwerend en meeslepend wordt.

In vergelijking daarmee vertoont de set van Mark Lanegan net iets meer ups en downs. En dan gaat het niet over de kwaliteit — zowel de songs als de vertolkingen zijn van een niveau waar niks op af te dingen valt. Maar van het rustige “When Your Number Isn’t Up” naar een donderend “Gravedigger’s Song”: het openingsduo confronteert het publiek met twee uitersten, een aanpak die het hele concert gehanteerd zal worden.

Als minpunt valt dat uiteraard zéér goed mee. Al zorgt het er wel voor dat de set eerder kabbelend is en staat het een meeslepende avond in de weg. En dat is jammer, want de rauwe gitaren in “Sleep With Me” zorgen dat het nummer zo smachtend wordt dat “Hit The City” bijna écht een bubblegum-song lijkt.

Maar misschien is die vervreemding net waar Lanegan op mikt. Oudere nummers als “Resurrection Song” en “One Way Street” helpen in ieder geval hetzelfde gevoel van onbehagen op te roepen dat Lanegan uitstraalt, terwijl hij onbewogen achter zijn microfoon staat. Ondanks de schoonheid van die songs, zijn het eerder de nieuwe nummers, waarop de Band zichzelf kan gooien — en vooral gitarist Steven Janssens indruk maakt — die overdonderen: “Gray Goes Black” komt met een rotvaart langs, terwijl “Quiver Syndrome” de geest van grunge en Rolling Stones op hun ranzigst oproept.

Helemaal explosief wordt het met het afsluitende en met moordzuchtig aura omgeven “Methamphetamine Blues”. Nooit gedacht toen het nummer voor het eerst uitkwam in 2003, maar ook dit kan onthaald worden als hit. Eenzelfde effect heeft het nieuwe “Ode To Sad Disco”, waarin een jakkerende gitaar en een dreunende beat je er aan herinneren dat het vrijdagavond is én dat doet vermoeden dat voor Lanegan er nog een heel onontgonnen gebied ligt in de elektronische muziek.

Een boeiende avond, zoveel is zeker. En een bij momenten zelfs overweldigende avond. Alleen is het moeilijk bij de les blijven wanneer de band je niet bij het nekvel beet grijpt en zijn set in sleurt. Gooi deze nummers in een andere volgorde en je hebt een concert waar de rest van het jaar niemand tegenop kan. Wie weet vanavond?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =