REWIND :: Luc Van Acker :: 17 februari 2012, AB

Jarenlang was Luc Van Acker het Zot Jerommeke van de vaderlandse rockscene; een heel verleden, maar te alternatief om er als leek veel van af te weten. Nu is het tijd voor eerherstel. Met een integrale uitvoering van zijn The Ship uit 1984 mocht de Tienenaar, die mee aan de wieg van de industrial stond, nog eens tonen waarom hij eigenlijk een levende legende is.

Luc Wie? Het zou niet mogen, maar kom. Luc Van Acker is het soort lefgozer die nog voor hij goed en wel platen uitbracht, al besefte dat het buitenland niet zo ver is als je maar je best doet, zich binnenlulde bij de Britse band Shriekback, noisy eigen werk uitbracht en het zelf per auto aan de man bracht tot in Denemarken. Via het solowerk, waar het vanavond om draait, belandde hij uiteindelijk in Chicago, waar hij met leden van Ministry eind jaren tachtig The Revolting Cocks begon. En op een concert daar ooit geïrriteerd de demo van een fan weggooide. Wist hij veel dat het Nine Inch Nails’ Pretty Hate Machine zou worden. Zo was hij ook wel.

Sinds de jaren negentig was het echter stil geworden rond Van Acker, maar dat is een bonus vanavond. Na vijf jaar Rewind is één ding immers wel duidelijk; dat de beste edities deze zijn waar er voor de betrokkenen iets van afhangt. Voor The Scabs was het triomfantelijke concert een langverhoopte kans op eerherstel en een kleine tweede jeugd, en ook voor Luc Van Acker is dit meer dan zomaar “een specialleke tussendoor”. Kost noch moeite zijn dus gespaard om een onterecht vergeten klassieker van een plaat — altijd overschaduwd door die ene single “Zanna” — de bloemen te geven die ze verdient.

Want was The Ship destijds dan geen grote hit, goed bewaard is de plaat alvast. In een tijdperk waarin groepen als Vampire Weekend en Clap Your Hands Say Yeah het geluid van Talking Heads opnieuw hebben omarmd, en we qua bruutheid iets meer kunnen hebben, klinkt die plaat uit 1984 verrassend eigentijds; het is postpunk met Afrikaanse polyritmiek, een goed popgevoel, en funk in het lijf.

Op het podium is, jawel, een schip nagebouwd, waarop een tienkoppige band plaatsneemt, met dubbele percussie en vier backing vocals. En een Van Acker die met kapiteinspet over zijn ogen, dik in zijn nopjes is: “elk liedje is het mijn verjaardag”. En dus zit het er na een lange intro, van bij opener “The Ship”, boenk op: het swingt, mikt op de heupen, maar de Britse stergitarist David Rhodes — de vaste gitarist van Peter Gabriel — jaagt er meteen genoeg angeltjes door om het niet té gemakkelijk te maken.

De echte ster onder de muzikanten is echter Geert Maesschalck, die de nummers aanvuurt met zijn bas. Is de gitaar de prima donna, dan is hij het die met noeste werkmansethiek de nummers voortstuwt, ze hun dansend fundament geeft, en ons soms al slappend, al eens in de jaren tachtig van Duran Duran doet belanden. Als die groep tussen het cocaïnesnuiven door ook wat vroege industrial had gehoord, natuurlijk.

Een Rewindconcert vraagt om een setlist die zich strikt aan het origineel houdt, en zo krijgen we al in derde positie “Zanna” op ons bord, mét Anna Domino die nog één keer met haar oud lief komt zingen in de wereldhit die nooit was. Het is een magisch moment, maar het is goed dat het voorbij is. Al snel krijg je het gevoel dat, met dat uit de weg, het concert pas echt kan beginnen. “Heart And Soul” krijgt een toeterende “Sledgehammer”-saxofoon mee, voor “Feels Like Love” mag Jean-Marie Aerts (TC Matic) — Van Ackers mentor — mee het podium op, om het dwarse snarenwerk van Rhodes nog te overtroeven.

“Wild And Angry” klinkt zo rauw als zijn titel laat vermoeden, maar het is “Wild Life” dat een laat hoogtepunt wordt. Van Jetsfrontman Johannes Verschaeve maakt zich los uit het achtergrondkoor, voor een pittig duet met Van Acker, danst als een toreador om hem heen, als speelde hij op zijn eentje de videoclip van David Bowie en Mick Jaggers “Dancing In The Street” na. Het is opwindend, en bewijst dat de rock van Van Acker allesbehalve gedateerd is.

Natuurlijk volgt na zo’n overwinning, nog een ererondje. Ouder solowerk van een jonge Van Acker. “Er gaat wat om in het hoofd van een negentienjarige”, klinkt het half-meewarig na “The Fear In My Heart”, maar het is “Climbing The Mountain” dat nog eenmaal flink op de benen mikt. Dit is funky as hell, met een Maesschalck die nog eenmaal alles uit de kast haalt. Met de combinatie “Each Man Kills The Things He Loves” en een reprise van “Zanna” met Anna Domino en accordeonist Ad Comminoto, wordt uiteindelijk echt het laatste toetje geserveerd. Het is een overbodige bijgedachte.

Wat nu? Opnieuw boeken toe? Opnieuw de Sergio van de underground zijn? Of verder dit pad inslaan, en proberen van deze nieuwe fleurige herfst iets te maken? Wat ons betreft mag het, maar op basis van wat Van Acker in de Rock Rally, waar hij dit jaar nogal onverwacht opdook, liet horen, betwijfelen we of er in hem nog echt een goeie plaat zit. Maar dat elke rockliefhebber een exemplaar van The Ship in zijn kast zou moeten hebben, daar zou een wet rond moeten bestaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − 3 =