50/50

“Het gaat over iemand met kanker”. Die woorden
alleen zijn doorgaans al voldoende om mij – samen met vele anderen
– op de vlucht te doen slaan, bezeten door herinneringen aan die
vreselijke weekendfilms die ze eind jaren negentig chronisch
uitzonden op de openbare omroep. U kent ze wel, die bloedserieuze
drama’s waarin inwisselbare personages anderhalf uur lang
snotterend de pijp lagen uit te gaan. Inspiratie of originaliteit
was in geen velden of wegen te bekennen, maar eerlijk: hoe behandel
je zo’n thema anders? Kanker of een andere dodelijke ziekte nodigt
niet direct uit tot luchtigheid. Sporadisch kom je wel eens een
film tegen die het toch aandurft om een andere route te volgen. Het
oervoorbeeld is wellicht ‘Whose Life is it Anyway?’, een klassieker
met Richard Dreyfuss over een man die na een ongeluk volledig
verlamd is en vecht voor zijn recht om te sterven. Klinkt lollig,
niet? Maar echt, het is een geestige, absoluut niet deprimerende
film. Mike Nichols’ ‘Wit’, met Emma Thompson, is een vlijmscherpe,
ironische film over terminale kanker. En nu is er ’50/50′, een mix
tussen een ziekenhuisdrama en een frat pack-komedie. Wat
een onzalige, smakeloze combinatie leek, blijkt wonderwel te
werken.

Joseph Gordon-Levitt speelt Adam, een 27-jarige man
die werkt bij een radiostation, een relatie heeft met de knappe
would-be kunstenares Rachael (Bryce Dallas Howard) en goed bevriend
is met zijn collega Kyle (Seth Rogen). Na een tijdlang last te
hebben van rugpijn, laat hij zich checken en komt zijn dokter,
geheel onverwacht, aanzetten met gruwelijk nieuws: Adam lijdt aan
een zeldzame tumor in de ruggengraat. Zijn overlevingskans is
fifty fifty. Hij begint aan een chemokuur en gaat in
therapie bij de jonge psychologe Katherine (Anna Kendrick) – maar
als het er op aankomt, heeft hij nog het meest aan zijn hondstrouwe
beste maat Kyle.

En in die relatie zit de clou van de film: ’50/50′
gaat minstens evenzeer over de kracht van vriendschap als over
kanker. Kyle is, net zoals àlle personages die Seth Rogen tot op
heden heeft gespeeld, een vuilgebekte, blowende, door seks
geobsedeerde overjaarse puber met een gouden hart. In een
knap geobserveerde scène aan het begin van de film, zien we hoe
Adam door al zijn goed bedoelende collega’s wordt aangesproken:
“Mijn oom had kanker, ik weet hoe je je voelt.” “Een jonge gast als
jij komt er wel door.” Enzovoort – allemaal betekenisloze
uitspraken, omdat mensen gewoon niet weten wat ze moeten zeggen
tegen iemand die, zoals zij het zien, een doodvonnis heeft
gekregen. Kyle daarentegen, vindt gewoon dat Adam dringend nog eens
van de grond moet komen en neemt hem mee naar een bar. Niet omdat
het hem niet kan schelen dat Adam ziek is, maar omdat hij zijn
vriend blijft zien als méér dan alleen maar zijn ziekte.

De humor is dus duidelijk geïnspireerd door de Judd
Apatow-films: ruw en ongelikt, maar wél met een hart. Citaten als
“I look like Voldemort,” nadat Adam zijn hoofd heeft
geschoren, zijn bijzonder geestig, en een sequens waarin Adam en
Kyle het “ik heb kanker”-gegeven schaamteloos misbruiken om twee
grietjes binnen te doen, is effenaf hilarisch. Scenarist Will
Reiser – die overigens zelf aan kanker leed en het script dus
gedeeltelijk op zijn eigen ervaringen heeft gebaseerd – weet
bovendien een knap evenwicht te vinden met de dramatische momenten.
Tijdens de laatste 20 minuten schakelt ’50/50′ over naar zijn
tragische modus, naargelang de toestand van Adam kritieker wordt,
en zonder in de val van het platte sentiment te trappen, weten
Reiser en regisseur Jonathan Levine toch prima de emoties te
bespelen. Er zitten geen sentimentele monologen in de film, Joseph
Gordon-Levitt huilt welgeteld één keer en er zijn ook geen lange
afscheidsscènes te bekennen. En toch wordt het zowaar ontroerend.
Knap gedaan.

Daar staat wel tegenover dat ’50/50′, net zoals
alle komedies uit de Judd Apatow-stal (of de stal daarnaast) te
lijden heeft aan een soort van latente vrouwonvriendelijkheid.
Bryce Dallas Howard mag opdraven als bitchy ijskoningin,
die duidelijk geen zin heeft in een vriendje met kanker. Al snel
begint ze vreemd te gaan en uiteindelijk vertrekt ze. Het is de
vriendschap tussen twee mannen die Adam erdoor helpt, en op een
gelijkaardige manier is het in dit soort films altijd de
band tussen venten ondereen die stand houdt. Vrouwen komen en gaan,
maar een goede bromance blijft altijd bestaan. Anna
Kendrick is dan wel de excuustruus van dienst, als het sympathieke
meisje dat probeert om Adam bij te staan, maar uiteindelijk valt
ook dat in het niets naast de relatie met Kyle. ’50/50′ is een ode
aan de vriendschap, wat mooi is, maar meer specifiek is het een ode
aan vriendschap tussen mannen, ten koste van vrouwen. Een scène
waarin Adam en Kyle samen een schilderij van de ontrouwe Rachael
aan stukken scheuren en in brand steken, is zelfs een beetje
griezelig om naar te kijken.

De acteurs doen hun werk keurig. Joseph
Gordon-Levitt draagt de film met de haast onwereldse rijpheid en
intelligentie die we van hem gewend zijn. Zijn werk tijdens de
slotscènes van de prent is zo subtiel – let op zijn gezicht, op
zijn intens gespannen lichaamshouding, de klank van zijn stem – dat
elk spoor van de acteur verdwijnt en enkel het personage, in al
zijn angst, overblijft. Seth Rogen is genietbaar zoals altijd, maar
ik kan me niet van de indruk ontdoen dat hij telkens opnieuw
dezelfde rol speelt: de stoner en slacker, die
toch eindeloos sympathiek overkomt. Anna Kendrick speelt haar
knuffelbare imago uit tegen Bryce Dallas Howards bitchy
typetje, maar het is Anjelica Huston die de show steelt in een
relatief kleine bijrol als Gordon-Levitts moeder. In een paar
minuten op het scherm weet ze echt een schat aan informatie te
leggen over haar personage.

Blijven er nog een paar kleinere puntjes.
Uiteindelijk deinst ’50/50′ toch terug van de meer dramatische
gevolgen van kanker en chemo – we zien Adam magerder worden en af
en toe overgeven, maar daar blijft het bij. Een volledig
realistische benadering van de ziekte zou de humor wellicht zeer
moeilijk hebben gemaakt. En de – nochtans interessante – bijrol van
Philip Baker Hall als een collega-kankerpatiënt wordt naar het
einde toe plotseling volledig verwaarloosd; wat gebeurt er
eigenlijk met dat personage? Maar dat alles kan niet opwegen tegen
het feit dat de moeilijke combinatie van humor en drama hier voor
een keertje écht werkt. ’50/50′ is grappig, ontroerend en goed
geacteerd. Oké, hij is ook op het randje van het misogyne, en er
zijn wel wat losse eindjes aan, maar toch: de succesvolle elementen
van de prent overheersen méér.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × twee =