Stephen Malkmus and the Jicks :: Mirror Traffic

Stephen Malkmus zal voor immer en altijd moeten concurreren met zijn jongere zelf. Tot in de eeuwigheid en uit den treuren zullen zijn nieuwe songs vergeleken worden met het oeuvre van Pavement.

Een beetje zoals met pakweg Lou Reed, Morrisey of Black Francis gebeurde nadat die solo gingen. Dat Malkmus daar niet altijd even mee opgezet is, bleek ook al tijdens de reünietournee die Pavement vorig jaar ondernam. Naar verluidt stemde hij enkel in met de tijdelijke wedergeboorte om zijn goede vriend en medebandlid Bob Nostanovich – die verzot is op paardenrennen en met een berg gokschulden opgezadeld geraakte – uit de nood te helpen. Met een dubbel gevoel werkte hij de tour af: een beetje tegen zijn zin maar zonder zijn publiek te willen teleurstellen. Dat leidde soms tot eigenaardige taferelen: Malkmus die alsof zijn voeten geketend waren het podium kwam opgeschuifeld of die erg nonchalant en met z’n Fender Jazzmaster in de nek bijna onverschillig soleerde als Pavement bij de songs van hun andere gitarist Scott “Spiral Stairs” Kannberg aanbeland was. Om maar te zeggen dat het bij Malkmus toch niet helemaal van harte was.

Toch lijkt het erop dat de comeback van Pavement en de bijhorende aandacht en erkenning hem goed hebben gedaan en hij vernieuwd zelfvertrouwen kon opdoen. Of was Malkmus gewoon blij dat hij zich eindelijk terug volledig op zijn solocarrière kon toeleggen? Feit is dat Mirror Traffic in tegenstelling tot zijn vorige platen vol lang uitgesponnen nummers, een stuk frisser, gebalder, poppier en krachtiger klinkt. Zo ronden slechts drie van de vijftien songs de kaap van vijf minuten en klinken Malkmus en zijn band speelser dan ooit. Het kan toeval zijn maar het lijkt er op dat hij een tweede jeugd als songwriter beleeft.

Tigers bijvoorbeeld drijft op een slidegitaar en een geflipt achtergrondkoortje en gaat over een nudist. “I caught you streakin’ with your Birkenstocks”, zingt hij erbij. Na al die jaren weet hij nog steeds mensen te beschrijven met enkele rake pennentrekken. No One Is (As I Are Be) start met simpel gitaargetokkel tot de drums invallen en nog wat later een heuse blazerssectie. Het lied heeft daardoor wat weg van een happy Tinderstickssong. Een idee van producer Beck? In het felle en punky Senator, dat gefundeerd is op rollende en staccato gespeelde drums, wordt duidelijk dat Malkmus zijn befaamde gevoel voor ironie en sarcasme nog niet verloren is. Tongue-in-cheek zingt hij: “I know what the senator wants. What the senator wants is a blowjob.” Dat Bart De Wever daar maar eens een puntje aan, euh, zuigt. Brain Gallop schiet uit de startblokken met een van die typische slordig gespeelde doch geniale Malkmussolo’s. “There’s not much left in my tank today”, klinkt het in de tekst. Geen diesel meer in de tank? De hoge kwaliteit van de songs op Mirror Traffic doet heel anders uitschijnen. Stephen Malkmus is alive and kickin’, laat daar geen twijfel over bestaan.

Stick Figures In Love is een van de hoogtepunten op het album. Met een aanstekelijke gitaarsolo en een zomers klinkende ritmesectie weet het nummer keer op keer ons goed gemoed op te wekken. Spazz klinkt dan weer gejaagd en lichtjes opgefokt tot de band in het midden van de song even gas terugneemt en plaats maakt voor een ontspannen gitaarsolo en een met veel bas gezongen achtergrondkoortje. Long Hard Book is Malkmus op zijn intiemst en kwetsbaarst. “Im a one-trick pony and I can’t survive”, zingt hij zacht. Zelfs na twintig jaar in de voorhoede van de altrock durft een mens nog eens twijfelen zeker? In Share The Red komt Malkmus’ voorliefde voor country tot uiting. De refreinen doen dan weer denken aan The Beatles ten tijde van Abbey Road. Tune Grief klinkt weer een stuk harder en meer uptempo. Veel fuzz en distortion, een overstuurde zanglijn… Het lijkt wel Malkmus’ ode aan de Ramones.Zou Forever 28 een autobiografische song zijn? Het zou best kunnen want uitgezonderd van wat grijs haar hier en daar lijkt Malkmus nog geen dag verouderd. En dat bovendien zonder Botox, liposuctie, facelift of welk ander lapmiddel dan ook. All Over Gently, met een kleine bijdrage van Beck op orgel, klinkt als een punkband die zich aan een jazztraditional waagt. Ook in de backing vocals van Fall Away kan je Beck trouwens aan het werk horen. Afsluiter Gorgeous Georgie doet wat aan The Kinks denken. De openingszin alleen al: “Gorgeous Georgie had his way with all the dames.” Muzikaal wordt de song gekleurd door een stormachtig klinkende gitaarsolo in het midden. Dit is Malkmus zoals op zijn meest epische momenten. Denk bijvoorbeeld aan Fin, de afsluiter van Pavements Brighten The Corners.

Stephen Malkmus bewijst met Mirror Traffic dat hij absoluut nog meespeelt in de ‘Champions League van de indierock’. Hij heeft misschien wel zijn meest toegankelijke soloplaat tot nu toe gemaakt. Die qua niveau bovendien verdomd dicht in de buurt komt van de Pavementcatalogus. Hij is stilaan een ambachtsman geworden, die na meer dan twintig jaar meer dan goed weet hoe hij een popsong moet maken. Dat sommigen hem de ‘Bob Dylan van de indie’ noemen is dan ook niet helemaal onterecht.

Waarop we nog even dieper in moeten gaan is dat de productie van Mirror Traffic in de handen van Beck lag. Na Demolished Thoughts van Thurston Moore kan die in nog geen jaar tijd een tweede indie-icoon op zijn discografie als producer bijschrijven. Al is zijn inbreng op Mirror Traffic wel minder overheersend. Waar hij Demolished Thoughts een beetje liet klinken als zijn eigen Sea Change, lijkt het erop dat hij bij de opnames van Mirror Traffic meer als een soort medium tussen Malkmus en de opnameband fungeerde. Met een fris klinkende en erg boeiende plaat als resultaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

dertien + negentien =