Anna Calvi :: 3 oktober 2011, AB

Acht maanden geleden stond ze nog in de kleine Rotonde van de Botanique, vandaag was de vraag naar kaartjes zo groot dat de AB het bordje “Uitverkocht” aan de klink mocht hangen. Anna Calvi is héél snel, héél groot geworden en de zangeres bewees met een zinderend concert dat dat volstrekt terecht is.

Het BBC-lijstje met tips voor komend jaar begint vaste prik te worden; Lady Gaga, Little Boots, Ellie Goulding, Jessie J,.. het zijn allen namen die een duwtje in de rug hebben gekregen door hun opname in de lijst. Het is ook een opsomming die popfluff uitademt; lichtgewicht entertainment. Vreemd dus dat daar voor 2011 James Blake, maar vooral ook Anna Calvi tussen te vinden waren.

Slechts zelden melden artiesten zich immers zo àf als de Italiaanse Britse: meteen voldragen, met een volslagen eigen gezicht. Ook vestimentair: ergens in de Cabaret-sfeer van de jaren dertig, maar dan met een flamencotouch. Plak er “Edith Piaf meets Nick Cave” op, zoals het ons vanavond te binnen schoot, maar noem het toch maar vooral: héél erg Anna Calvi. Ze had dan ook drie jaar geschaafd aan haar in januari verschenen debuut; genoeg om quasi-perfectie te bereiken.

Dat betekent in de eerste plaats vooral gitaarcapriolen. Calvi is een begenadigde gitariste, die een erg eigen speelstijl ontwikkelde met veel elementen uit de mediterrane school, zo toont ze meteen in de instrumentale opener “Rider To The Sea”. En dan is er, een nummer verder, die strot: de orkaankracht van la môme met een hint van opera en een toefje vrouwenballen op zijn PJ Harvey’s. Calvi’s stem is een oerkracht, waarvan je versteld staat dat ze uit zo’n tenger lijf kan opstijgen.

Ze is een meesteres van de dynamiek; gaat in één zinsnede van dreigend fluisteren, naar stoere uithaal. “I’ll Be Your Man” krabt als een krolse kater in het zicht van zijn rivalen en haalt venijnig uit. En dan is er het omineuze “The Devil” waarin ze — welja — al haar duivels even ontbindt. Maar ze kan net zo goed meezingbaar doen, als in het dravende “Blackout”. Dan is ze onstuitbaar; walst ze zo over het publiek heen. Onvoorstelbaar dat dit bij interviews zo’n beleefd en verlegen meisje is.

“Desire” is ook al zo’n galopperende veroveringstocht; een en al drums en galmende zang. Begeleiding is voor het overige sowieso summier: Calvi wordt daarnaast enkel bijgestaan door multi-instrumentaliste Mally Harpaz op harmonium en percussie, en soms door een bijklussende roadie op gitaar. Het volstaat om setsluiter “Love Won’t Be Leaving” in chaos en herrie te laten opgaan.

In de bissen wordt het rondje covers, dat eerder sterk begon met een van Elvis geleend, maar Calvi op het lijf geschreven “Surrender”, verder gezet. Een instrumentale versie van Leonard Cohen’s “Joan Of Arc” overtuigt maar matig, maar met het van Piaf geleende “Jezebel” gaat ze helemaal aan de haal. Daverend als de vier ruiters van de Apocalyps, drijvend op de doemerige klanken van het harmonium, gaat ze nog één keer voluit.

En dus halen we net als Calvi even ons beste Frans boven. Dit is une grande dame die nog maar aan het begin staat, van wat ongetwijfeld een boeiende carrière wordt. Met zowel een plaat als een concert dat een vermelding in allerlei eindejaarslijstjes verdient, mag ze zich alvast een van de muzikanten van het jaar noemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 1 =