Justin Vivian Bond :: Dendrophile

Whimsy
Music, 2011

Wie ooit ‘Shortbus‘ zag, herinnert
zich naast de niet alledaagse openingsscène misschien ook nog wel
de flamboyante owner van het artistiek-sexuele salon dat
Shortbus is. Dat karakter werd gespeeld door Justin Bond die
zichzelf speelde. Androgyn en exuberant camp, zo was het
karakter, en zo is Justin Bond. Anno 2011 wenst Bond aangesproken
te worden als Justin Vivian Bond, waarbij Vivian de nadruk moet
leggen op het vrouwelijke in de man die Bond biologisch gezien is.
De combinatie van de twee namen zorgt voor een derde geslacht…
Niet mannelijk, niet vrouwelijk, niet tweeslachtig, niet
onzijdig… gewoon trans. Persoonlijke voornaamwoorden
worden vanaf nu vervangen door ‘v’ … Enfin, de hele reutemeteut
en uitleg is terug te vinden op Bonds eigen website. En aangezien
Mx (ja, geen Mr., Mrs., Ms. of Miss) Justin Vivian Bond het graag
zo heeft, zullen we proberen tegemoet te komen aan die wens.

Bond stapte op het professionele podium in 1989 als de
onweerstaanbare Kiki DuRane, de helft van het duo Kiki and Herb.
Kiki DuRane was een meestal dronken tachtigjarige die elke avond
het podium opkroop om haar levensverhaal te doen. Ze doorspekte dat
met eigenzinnige covers van onder andere ‘Total Eclipse Of The
Heart’, ‘Sex Bomb’, ‘Dominique’ (yup, van onze eigenste
Soeur Sourire) en ‘Love Will Tear Us Apart’. De covers werden
vooral eigenzinnig gebracht, door de meestal uit het ritme vallende
voordracht van Kiki en haar stem die een blok Parmezaanse kaas kon
raspen. Toen Kiki and Herb het voor bekeken hielden in 2004, hadden
ze niet alleen een cultfollowing die onvoorwaardelijk
slikte wat Kiki deed, ze hadden ook een schare celebrityfans die
graag met Kiki gezien werden: Antony Hegarty,
Rufus
Wainwright
, Jake Shears, Sandra
Bernhardt, … Het mag duidelijk wezen dat deze artiesten in
hetzelfde androgyne sfeertje vertoeven.

In 2009 bracht Bond de live ep ‘Pink Slip’ uit. Kiki was hier nog
wel aanwezig maar moest grotendeels plaats ruimen voor de
songwriter en maatschappijcriticus Bond. En dat Bond wist hoe
v een feestje moest bouwen wisten we al, maar dat
v ook ingetogen en integer een nummer kon brengen, was
hier een nieuwigheid. Mits hier en daar wat schaafwerk kon er wel
iets moois uit groeien.

Twee jaar later is het dan zo ver. ‘Dendrophile’ is Bonds eerste
volwaardige soloplaat en het schaafwerk heeft plaatsgevonden. In
een mooie mix van zelfgeschreven nummers en goedgekozen covers gunt
Bond ons een kijkje in wat v‘s leven moet zijn. Zowel de
eigen als geleende teksten zijn stuk voor stuk
miniatuurdocumentaires van wat het leven als transgenderist nu
precies inhoudt – al dan niet met positieve ervaringen. Nergens
wordt het echter sentimenteel of meelijwekkend, nee, Bond staat
duidelijk recht in de hoge hakken om met een lach en kwinkslag
mogelijke miserie te lijf te gaan.

Opener ‘American Wedding’ vliegt er meteen in. Geruggensteund door
enkel saxofoon en basklarinet, oreert Bond een aanklacht tegen de
verwachtingen die de maatschappij stelt en maakt vooral duidelijk
dat v daar helemaal niet mee gediend is (“Place your ring
on my cock where it belongs”). ’22nd Century’ is een gelijkaardig
verhaal. Nina Simone bracht al een vrij definitieve versie van dit
nummer, maar Bond brengt hier een klaagzang die nu voor
transgenderisme kan doen wat Simone deed voor slavernij. Beide
nummers zijn de enigste nummers doordrongen van bittere woede,
gecreëerd door het steeds herhaaldelijk vechten tegen het
establishment.

De covers zijn met uitzondering van het bloedstollend mooie ‘The
Golden Age Of Hustlers’ op z’n zachtst gezegd vrij verrassend.
‘Court And Spark’ van Joni Mitchell mag de cd afsluiten en wordt
hier enkel met piano gebracht en Bond zingt rustig met een bijna
rasploze stem. En dan zijn er de merkwaardige versies van
zowel ‘Superstar’ van The Carpenters als ‘Diamonds And Rust’ van
Joan Baez,
allebei in één nummer gegoten. Het werkt wonderwel en geeft niet
meteen alles prijs. Meerdere luisterbeurten zijn nodig om de
dubbele lagen naar boven te halen én om de vrouwenstem op de
achtergrond op te merken (het blijkt dan nog de immer boeiende
Beth Orton te
zijn. Bond herwerkt hier ook nog ‘The End’ uit de
Shortbus-soundtrack, en brengt het stijlvoller dan in de film. Het
wordt een ballade die geen film nodig heeft.

De echte sterren van dit album zijn echter de nummers die Bond zelf
schreef. ‘Equipoise’ drijft op een cowboyrifje en maakt van het
strijdverhaal een vrolijk deuntje. Bond zingt niet geheel vrij van
zelfspot “Turned myself into a clown” en het is spot-on!
‘The New Economy’ is een herneming van ‘The New Depression’, terug
te vinden op ‘Pink Slip’. Het nummer was al dreigend, nu krijgt het
een extra laag vinnigheid mee. ‘Genet Song’ lijkt zo weggelopen uit
de 70’s. Wiegende disco, spaarzaam volume en zachte
achtergrondkoortjes; het past allemaal. Een mix van
singer-songwriter en vaudeville vinden we terug in ‘Crowlet à la
Lee’, terwijl ‘Salome’ oude folk ademt (het dient gezegd te worden;
het nummer lijkt bepaalde melodieën geleend te hebben bij
‘Wayfaring Stranger’).

‘Dendrophile’ is een verrassende wending in een carrière die vraagt
om onvoorspelbaar te blijven. Mx Bond danst constant op het randje
van overacting maar bezondigt zich er hier voor één keer
niet aan. De cd luistert lekker weg en is net te vroeg afgelopen,
en wanneer we dat ervaren, vinden wij dat een pluspunt voor het
album.

NB: een dendrofiel is een boomminnend mens. Waar dat hier op slaat,
afgezien van de in het groen genomen hoesfoto, is ons een raadsel.
Al zal Mx Bond dan ook nog op de koop toe een dendrofiel zijn,
nietwaar.

http://justinbond.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + 14 =