Wet Paint :: Woe

Een tijdcapsule richting ongedwongen, bijna onschuldige en lichtjes naïeve rammelpoprock uit de jaren negentig, zo klinkt de tweede van Wet Paint. Prijzen zullen er niet mee weggekaapt worden, maar Woe kan desalniettemin uitpakken met enkele verrassend sterke songs.

“Hier, vast iets voor jou, zit op het label van Josh Homme”, zegt de hoofdredacteur terwijl hij de nieuwe Wet Paint –Wet Wie? — in de stapel mee te nemen cd’s duwt. Thuisgekomen blijkt de brave man zich vergist te hebben: Woe is verschenen op — echt waar — Records Records Records Records, terwijl het label van de opper-Queen heel gewoontjes Rekords Rekords heet.

Geen logge gitaarmuren of psychedelische woenstijnjams dus op dit plaatje, dat overigens alweer het tweede album blijkt te zijn van Wet Paint, een band die getrokken wordt door zanger-gitarist Babak Ganjei, in een vorig leven gitarist bij Absentee, een band die hier vooral herinnerd wordt omwille van het verstilde Victory Shorts. Gevolg: Woe krijgt een kans en wordt zowaar prompt in het hart gesloten.

Niet dat Woe zo’n uppercut van een album is. Maar in al zijn gezapigheid blijkt de plaat zich, haast ongemerkt, aan te dienen als een lap muziek die heerlijk aankomt. Met Woe wordt immers een duik in het verleden genomen, richting de zowel poppy als rauw klinkende heerlijk naïeve rammelrock uit de jaren negentig. Maar dan zonder dat een van de elementen de bovenhand krijgt.

Daardoor klinkt Wet Paint hier heerlijk aanstekelijk, maar ook rommelig en tegelijk toch uiterst beluisterbaar én spannend. Openingstrack “Gone So Long” bijvoorbeeld, klinkt als een stel jonge wolven dat na een poos repeteren in de garage net De Klik gevonden heeft. En die klik is nog maar het begin van iets, maar zelfs dat begin klinkt zeer belovend, zeker tijdens meer ingetogen momenten als “Distant Memory”. Wet Paint weet er bovendien, op een lichtjes subtiele manier, het luid-stil-luid-principe in toe te passen, waardoor plots herinneringen aan zowel vroege Fountains Of Wayne als Love Battery hun opwachting maken.

Het kan dan ook bijna niet anders of dit viertal is zeer vertrouwd met het indieverleden. Zo flirt “Little Disappointments” openlijk met Pavement en voelt het nummer tegelijkertijd als een liefdesverklaring aan Sonic Youth. Nog meer geflirt met de hele slackercultuur uit vervlogen tijden: het gezapige “Aim Low”, dat bijna als een afrekening klinkt met het alternatieve culturele erfgoed, maar tegelijk toch bijzonder oprecht klinkt.

De grootste klepper zit ‘m uiteraard in de staart, met het vijf minuten durende “Lynstrumental”, een soort Pavement meets Dinosaur Jr meets een flinke dosis gelukzalige melancholie die je zover krijgt Woe nog een draaibeurt te geven. En nog een. Wat best bizar is voor een plaat die, eigenlijk, tot de middenmoot behoort. Maar de sterke momenten zijn net zo talrijk en intens dat we Woe toch catalogeren als een van die aangename ontdekkingen die zo nu en dan uit vergissingen en foute keuzes voortkomen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 12 =