Devin Townsend carrièreoverzicht :: deel 2

Strapping Young Lad: SYL ***

De opvolger van ‘City’ kwam er pas na enkele jaren stilte rond
Strapping Young Lad. Men mag zelfs aannemen dat Devin Townsend dit
project eigenlijk al als voltooid beschouwde. De gebeurtenissen van
11 september 2001 en de directe nasleep ervan zouden de Canadese
zenuwlijder zoveel uit balans gebracht hebben dat Strapping Young
Lad terug geactiveerd moest worden om al die woede en angst uit
zijn systeem te krijgen. Of dat verhaal nu klopt of niet, de
inspirerende emoties zijn zeker juist. SYL is genadeloos, en dat
zeggen ze ook zelf in de derde track ‘Relentless’.

Vanaf de start razen de songs aan een moordend tempo voorbij er
is weinig ruimte voor nuance en melodieuze zijsprongetjes. Uit heel
dit overzicht is dit het album waarbij je als recensent het minste
moet zoeken naar een genre-classificatie. Dit is gewoon snoeiharde
metal, voornamelijk de intensiteit van hypersnelle thrash gepaard
aan wat bombast van ouderwetse heavy metal. Soms, zoals tijdens het
begin van ‘Force Fed’ zakt het tempo wat en mede door de
laaggestemde gitaren klinkt het dan wel een beetje als wat men in
die periode “nu-metal” pleegde te noemen. Misschien is dat ook wel
de reden dat vele Strapping Youing Lad-adepten dit album als het
slechtste van de vijf beschouwen. Persoonlijk knap ik daar niet op
af, feit is wel dat dit het minst gevarieerde of originele is.

Bovenstaande is eigenlijk alleen maar als een nadeel te
beschouwen voor wie zich meer aangetrokken voelt tot de doorgaans
gewaagde en fantasierijke composities van deze man(nen). Wie op
zoek is naar sterke, compromisloze en nekspierscheurende metal komt
zeker aan zijn trekken met ‘Dirt Pride’, ‘Devour’ en nog een
reeksje andere songs van ‘SYL’. Uiteindelijk rockt dit album nog
steeds op een erg hoog niveau, het heeft alleen maar een slecht
imago opgedaan omdat het in zo’n onvergelijkbare discografie zit.
Trouwens ook de doorsnee Strapping/Devin fans zouden ‘Aftermath’ of
‘Bring on the Young’ toch moeten kunnen appreciëren.

Kenmerken van genie: ook in het schrijven van
relatief “simpele” metalsongs is hij sterk.
Kenmerken van fobie: de nogal vlakke
standaardproductie en het wat monotone geheel. (svh)

Devin Townsend Band: Accelerated Evolution
***

Tijdens het schrijven en opnemen van SYL’s gelijknamige album
had Devin Townsend blijkbaar weer een overschot aan creatieve
energie. Een aantal nieuwe muzikale vertrouwelingen werden gevonden
en hij stichtte nog maar eens een groep. Ondanks de bandvorm moest
het wel een persoonlijk project zijn en dat resulteerde dus in een
nogal flauwe keuze voor de bandnaam. Onder deze vlag werden
uiteindelijk twee albums uitgebracht, dit ‘Accelerated Evolution’
en ‘Synchestra’.

Zoals ondertussen de gewoonte nam Townsend ook de honneurs waar
op de producerstoel. Het resultaat is weerom een erg dichte muur
van geluid waarin lagen van gitaren, toetsen en stemmen met elkaar
strijden om het oor van de luisteraar. Wat wel opvalt op dit album
is dat ten opzichte van vorige en volgende het geluid toch iets
minder klinisch is. Ruwere klanken hier en daar samen met een stem
die bij momenten de andere instrumenten wat te veel overstemd
zorgen ervoor dat ‘Accelerated evolution’ wat minder in balans
lijkt dan ‘Terria’ of ‘Synchestra’. Dit is misschien een gevolg van
de nogal snelle en hectische manier waarop het album tot stand
kwam. Minder dan een jaar na het oprichten van The Devin Townsend
Band en opgenomen tijdens parallelle sessies tegelijkertijd met
SYL.

Hoewel dit persoonlijk niet één van mijn favoriete albums is uit
Devins discografie is het natuurlijk nog steeds een sterk werkstuk.
Vergelijken we het met andere Strapping Young Lad albums dan is het
een pak veelzijdiger, melodieuzer en toegankelijker. Vergelijken we
het met ‘Terrria’ dan is ‘Accelerated Evolution’ meer een
verzameling songs dan een quasi-ondeelbaar album. Beide albums
delen wel veel invloeden: progressieve rock en ambient zijn ook nu
belangrijke ingrediënten in de mix.

De tweede helft van de cd bevat met ‘Away’, ‘Sunday Afternoon’
en ‘Suicide’ enkele uitgesproken, trage, zelfs melancholische
nummers. De ene keer wordt het sfeerbeeld geschilderd met brede
streken synths dan weer met pasteltonen van gitaar maar de
dromerigheid en ingetogenheid is soms te veel van het goede. Het
trekt allemaal voorbij zonder echt te blijven hangen. Het album
opent wel in stevige stijl met ‘Depth Charge’ dat alle talenten van
de Canadees mooi etaleert, gaande van zijn versatiele stembanden
over het schrijven van killer-riffs tot het componeren van
symfonische bombast. ‘Random Analysis’ is het heftigste nummer op
deze schijf en laat een erg laag gestemde gitaar horen, de zang is
echter niet altijd even sterk. Wat we op dit album voor het eerst
horen van Devin Townsend is een onvermoede liefde voor simpele
rockdeuntjes. Afsluiter ‘Slow Me Down’ is een klassiek aandoend
hardrocknummer met een niet te missen drive. Het zou echter nog
enkele jaren duren vooraleer hij deze kant van zijn karakter
uitwerkte tot een volledige album, zoals ‘Addicted‘.

Het eerste DTB album doet mij persoonlijk niet zo veel en als ik
de commentaren mag geloven is dat een wat afwijkende mening, maar
het zij zo. Wie de meer avontuurlijke kant van Devin Townsend wil
ontdekken kan hiermee starten maar vindt, mijns inziens, bij de
zusterprojecten ‘Terria’ en ‘Sycnhestra’ spannendere muziek.
Opvallend is wel dat enkele leden van de DTB tot op heden aan de
zijde van Devin Townsend staan tijdens live optredens.

Kenmerken van genie: avontuurlijk en
gevarieerd, verrassend rock-nummer.
Kenmerken van fobie: voelt gehaast en onvoldoende
doordacht aan. Niet evenwichtig. (svh)

Strapping Young Lad: Alien ****

‘Alien’ is het zwaarste,meest agressieve en overweldigende
Strapping Young Lad album dat aan het muzikale brein van Townsend
ontsproten is. En tegelijkertijd is dit ook één van de meest
toegankelijke. Waar voorheen volledige albums in één toonsoort werd
doorgedramd, overgoten met zo hard mogelijk krijsen, slopen er nu
melodie en pakken meer structuur in de songs.

Devin beschikt over een prachtige falsetstem waar hij op deze
plaat regelmatig mee uitpakt. Het maakt de teksten een stuk beter
verstaanbaar wat alleen maar een pluspunt kan zijn.

Zoals gewoonlijk zijn die hier ook weer bijzonder bizar en
extreem persoonlijk. Wat gaat het ons bijvoorbeeld aan dat Devin op
‘Shitstorm’ uitschreeuwt geen druppel naar buiten geperst te
krijgen in een openbaar toilet? Helemaal niets, maar je kan de man
er enkel sympathieker om vinden. Onderwerpen als de ziekte van een
hond, angst voor een aankomende baby en een veel te hoge hypotheek
passeren en spreken zowat iedereen aan. Putten uit het echte leven
vormt een verademing tussen alle Satanaanbidders en
doodsliefhebbers. Het maakt van ‘Alien’ een extremer plaatje dan
wat de gemiddelde death metalact uit zijn pen krijgt.

Deze schijf is een duidelijke fuck you naar de
stereotiepe metalwereld. Devin Townsend houdt van metal, maar hij
geniet nog veel meer van buiten de lijntjes kleuren. Iets wat hij
hier opnieuw enthousiast gedaan heeft. Een streepje atmosferische,
ballade-achtige klanken passeert de revue en het album wordt
afgesloten met een tiental minuten ruis vol morsecode. Een
verwijzing naar alle info die we elke dag over ons heen gespoeld
krijgen, al dan niet bewust. Dit soort experimenten geeft het
geheel een onaangename, zieke sfeer. Precies zoals het bij
Strapping Young Lad hoort.

Kenmerken van genie: terecht Townsends
favoriete Strapping Young Lad album. Ultrazwaar, maar o zo
genietbaar.
Kenmerken van fobie: voor een aantal mensen
misschien iets te veel van het goede. Te zwaar, te persoonlijk of
te overrompelend. Vooral met tien minuten morsecode en ruis als
uitsmijter. (sb)

The Devin Townsend Band: Synchestra ****

De annalen van de recente muziekgeschiedenis schijnen mij
unaniem ongelijk te geven maar toch beweer ik dat ‘Synchestra’ een
heel pak beter is dan ‘Accelerated Evolution’. Dit kan te verklaren
zijn door twee fenomenen: Ten eerste omdat het eerste album, euh,
eerst was en dus automatisch het voordeel van de verrassing had.
Zelf leerde ik beide DTB albums in de omgekeerde volgorde kennen en
dat zou de redenering kunnen bevestigen. Ten tweede is het
gewoonweg ook mogelijk dat ‘Synchestra’ muzikaal gezien beter in
elkaar steekt, dynamischer is en zelfs een tikje beter
geproduceerd. Ik kies voor twee.

Ten bewijze daarvan voeren we het openings-één-tweetje aan.
Eerst een lieflijk akoestisch kampvuur-riedeltje onder de vorm van
‘Let it Roll’ dat snel maar bescheiden eindigt in een kort
arrangementje met wat orkestrale smaken. Het album vervolgt echter
via een brugje van vogelgekwetter vrij abrupt met ‘Hypergeek’ een
even kort maar veel brutaler, heavy stuk waarin Townsends progmetal
gitaarmuur de oren eens goed uitkuist voor wat nog komen zal. Dat
is dan in de eerste instantie het epische ‘Triumph’, een
afwisselend maar behoorlijk heavy stuk waarin alle registers open
getrokken worden. Devin Townsend doet zijn imago “gekke professor”
eer aan door halverwege een country-break in te lassen en op het
einde de circuits van zijn effect-pedalen ongekende frequenties te
laten opzoeken.

Wat mij in dit album aanspreekt is dat het een nogal vloeiend
geheel vormt, in lijn met de caleidoscopische variatie aan stijlen.
De overgangen zijn telkens vrij kort maar meesterlijk in elkaar
gestoken. Na het meanderende ‘Triumph’ bijvoorbeeld komt ‘Babysong’
dat aanvankelijk klinkt als paardjesmolenmuziek met wat gitaar. Dat
is echter bedrieglijke lieflijkheid want het nummer evolueert naar
breed uitgesmeerde, filmische arrangementen met nadrukkelijke
gitaar en zelfs dubbele basdrums. Ondertussen heb ik het hele
openingskwartier van ‘Synchestra’ minutieus besproken en de tel
kwijt geraakt wat betreft het aantal vermelde stijlen. Die draad
raak je echter niet kwijt als je ernaar luistert. Zelfs niet als we
ineens in een polka terecht komen. Dat Dev kan rocken als de besten
bewijst ‘Vampiria’ een heavy metal track die je nekspieren eens
goed losmaakt.

De tweede helft van het album is meer gewijd aan experiment en
sonische exploratie. De centrale nummers zijn ‘Gaia’, ‘Pixillate’
en ‘Notes from Africa’. Alledrie lange nummers waarin de
metalgitaar prominent blijft maar de luisteraar op een
onvoorspelbare trip wordt meegenomen. ‘Gaia’ ademt nogal een
eighties-sfeertje uit door de aanwezige synth-pop melodietjes.
‘Pixillate’ laat Oosterse klanken horen en kent enkele hevige
uitbarstingen. ‘Notes…’ verrast vooral op het einde met een
woordspel en nog meer field recordings.

Op ‘Synchestra’ incorporeert Devin Townsend meer stijlen in zijn
composities dan voorheen, dat kan misschien wat moeite vragen van
de luisteraar. Mijn ervaring is echter dat het niet zo moeilijk is
om de flow te volgen omdat er op de juiste momenten rustpunten
zijn, de lengte kan uiteindelijk wel een probleem vormen.
‘Synchestra’ is een album voor liefhebbers van Devin Townsend’s
hardere kant die openheid van geest hebben om het avontuur te
verstaan en te volgen.

Kenmerken van genie: nooit gehoorde collage van
muziekstijlen, sferen en emoties.
Kenmerken van fobie:
nerdy, tegendraads en langdradig.
(svh)

Strapping
Young Lad: The New Black

***1/2

Bij de start van zijn carrière had Devin Townsend een contract
getekend voor vijf SYL-platen bij Century Media. Zijn
gemoedschommelingen indachtig zullen ze het daar vast wel als een
half wonder beschouwd hebben dat hij die overeenkomst gehonoreerd
heeft. Strapping Young Lads vijfde en laatste plaat kwam er dan ook
vooral met die bedoeling. Zonder veel bombarie werd dit album op de
wereld losgelaten. Toch is deze plaat geen halfslachtig sluitstuk
voor de levensloop van deze band.

Het album is opvallend gevarieerd en hoewel de humor soms
cynisch en bitter is horen we deze keer relatief weinig terug van
Devin Townsends zelfhaat en complexe persoonlijkheid. De zwarte
draad doorheen de teksten van het album is, gek genoeg, heavy
metal. Het is niet echt een verrassing dat Devin Townsend een
stevige haat/liefde verhouding heeft met deze muziek, het is wel
leuk om te zien en horen hoe de verhouding heen en weer pendelt.
Liefde voor de muzikale mogelijkheden en de verschroeiende
intensiteit van het genre; minachting voor de de oppervlakkige
cultus van fans en muzikanten; haat ten overstaan van de
hebzuchtige, kortzichtige industrie.

Dit album is een amalgaam van de oudere SYL-platen en het
hardere prog-getinte solo-materiaal als ‘Ziltoid’ of ‘Synchestra’.
De death- en thrash-metalriffs zijn aanwezig net als de industriële
drums van Gene Hoglan. Openingsracks ‘Decimator’ en ‘You Suck’
staan bol van de testosteron en krijgen je moeiteloos aan het
headbangen. Tijdens het vileine, geniaal getitelde ‘Far Beyond
Metal’ sla je gegarandeerd aan het schuimbekken. Tegendraadse
momenten hoor je op ‘Almost Again’ als men aanvankelijk de
etherische toer opgaat. In het zwaar pompende ‘Anti-Product’ duiken
plots blazers op en zo zijn er nog wel momenten waarop de band de
luisteraar flink op zijn wakkerheid test, ook al is het hun laatste
ademtocht. Opvallend doorheen het hele album is de vocale
diversiteit, dit is toch in de eerste plaats een kenmerk van
Devin’s andere projecten. Zelfs enkele gastzangers maken hun
opwachting.

‘The New Black’ betekende Strapping Young Lads zwanenzang en is
waarschijnlijk hun minst geciteerde album. Dat is ronduit jammer
want het album slaat een solide brug tussen het extremere
SYL-materiaal en Devin Townsends meer gediversifieerde
solomateriaal. Los daarvan bevat het ook genoeg knallers van songs
om een eigen bestaansrecht te hebben. In feite kan ik ‘The New
Black’ aanraden als ideale starter voor mensen die de bizarre en
verwrongen wereld van SYL willen duiken.

Kenmerken van genie: knallende productie, hard
en humoristisch.
Kenmerken van fobie: nogal fragmentarisch.
(svh)

Lees verder: deel 1deel 3

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 14 =