Cactusfestival 2011 – dag 3




De zon stond hoog boven Brugge, een nieuwe festivaldag was
aangebroken en die werd plechtig geopend door een beloftevolle,
ruwe diamant uit het Aalsterse. De leden van Intergalactic
Lovers
zijn hun scoutsjaren inmiddels vergroeid, hun
muzikale wilde haren zijn ze echter nog niet verloren. En daar is
puberend Vlaanderen bijzonder gelukkig mee. De indiegroep werd
reeds geprogrammeerd op dergelijk tergend vroeg tijdstip toen ze
nog geen enkele bekendheid verworven hadden, en amper enkele
maanden nadien prijkten ze een tijdlang op de nummer 1 van de
Afrekening. Of de band terecht de radioaandacht verdient, blijft
wat in het midden. Frontdame Lara Chedraoui bezit alvast minstens
een tweevoud van het charisma dat Hooverphonic-jonkvrouw Noémie
Wolfs daags voordien aan de man bracht, haar muzikanten barsten van
het ontluikende talent en hoewel hun nummers nog langs geen kanten
origineel te noemen zijn, bezitten ze wel een zekere schoonheid
waarvoor het meer dan waard was een uurtje vroeger uit je bed te
komen. Dat was te zien aan de opmerkzame, gezellige drukte die al
rond het middaguur heerste in het park. Zo’n ontvangst verdienden
de Aalstenaars wel; de ‘Intergalactic Lovers Lovers’ zouden het
hierover vast met me eens zijn.

Het zuiderse voorkomen van gitaargoochelaar José González verraadt
zijn Argentijnse roots, maar in feite is deze singer-songwriter,
vooral bekend door zijn solo-werk, rechtuit Zweeds. Het is een goed
bewaard geheim dat González samen met twee Zweedse
collega-muzikanten vast en zeker langzaamaan de wereld zal
veroveren voor ieder die zich graag laat ontroeren door akoestisch
geweld. Zo timmert González reeds tien jaar aan de weg met zijn
folkband Junip. Vorig jaar kwam hij er eindelijk,
de plaat die een decennium op zich liet wachten. ‘Fields’ bevat de
essentie van het geluid van Junip. González, Tobias
Winterkorn
en Elias Araya zoeken koppig
naar een ruw, eerlijk geluid en laten hierdoor een hypnotiserend
effect na op hun luisteraars. Junip brengt geen folknummers zoals
we er dertien in een dozijn kunnen opnoemen, maar neigt naar
psychedelica en verrast door zelfs minieme elektronische invloeden
hieraan toe te voegen. Het resultaat is een lust voor het oor voor
ieder die er in de vroegte voor openstaat, een wirwar van
bevreemdende soundscapes die tegelijk een zekere warmte uitstralen
en zonder eraan te ontkomen, branden op de huid.

Met Staff Benda Bilili werd er opnieuw
plaats gemaakt in het Minnewaterpark voor onverschrokken
wereldmuziek. Onverschrokken is het woord wel, want het schouwspel
dat zich op het podium voltrok, was op zijn minst bizar te noemen.
Het Congolese collectief bestaat geheel uit ex-kindsoldaten en
voormalige poliopatiënten die eerder vaak dan geen ledemaat misten.
Het is aldus vrij ironisch als je indenkt dat het net deze groep
was die iedere toeschouwer tot het betere benenwerk dwong. De
Afrikaanse ritmes die zij voortbrachten, waren van een
onweerstaanbaar dansbare soort en zorgden voor een goedgeluimde
cadans onder de festivalgangers. De planken voor het podium werden
gehuld in zweetparelmoer. Eén van de charismatische
rolstoelgebruikers leerde zijn publiek zelfs een dansje. Het was
dan ook ronduit goddelijk om te zien dat deze groep zoveel
levenslust uitstraalde, en tegelijk kwalitatief hoogstaande afropop
bracht. Krachtvoer voor lijf en leden!

Ook Joan Wasser stond, naast Lamb en Cold War Kids,
eerder in 2009 op het stekelige Cactuspodium. Een blij weerzien met
Joan as Police Woman was het echter niet helemaal.
Net zoals ‘indertijd’ verhinderden de buitenlucht en de
verblindende zonnestralen de totale overtuiging van deze
onmiskenbaar straffe madam. Wasser verklaarde tijdens het
zevenuurjournaal op de VRT hoe graag ze temidden van de Brugse
parel haar stemgeluid laat gelden; deze liefde is niet geheel
wederzijds. Uiteindelijk kwam het erop neer dat de eigenzinnige
Wasser haar strot zozeer liet dreunen over de wei dat het plaatje
louter overkwam als een noodkreet om haar publiek te bereiken. We
moeten er geen tekeningetje bij maken dat dit een averechts effect
had. Laat Joan as Police Woman ons nog maar vaak vergasten in de
Handelsbeurs, zoals ze dat dit voorjaar met verve deed, maar houd
haar felle persoonlijkheid liever weg van het familiegebeuren dat
Cactus (op zijn minst overdag) werkelijk is, of uw kleine spruit
komt er niet enkel met oorsuizingen van af.

Een Cactusfestival zonder hier en daar kleurrijke
reggaeklanken is bijna ondenkbaar, en ook nu mocht een welluidende
band als Gentleman & the Evolution het mooie
weer maken onder de aanwezige rastafari’s. Dat Gentleman een Duitse
(!) reggaeband is, schrikte initieel wel af, en toen het optreden
ingezet werd met een vrouwelijk duet dat meer naar pop dan naar
reggae neigde, vreesden wij al het ergste. Daar was niets van aan,
lachte Nic Balthazar toen hij de band voor de tweede keer kwam
aankondigen, en hij verklaarde het fenomeen als een ‘opwarmertje’,
een voorprogramma van zowaar een half nummer door de twee
achtergrondzangeressen. Toen de echte gentleman van
Gentleman, Otto Tillman, zich op het voorsteven begaf, bleek
duidelijk dat hij wel wat kaas gegeten had van compromisloze
reggae, en zo kon de weide baden in zonnige ritmes. Al snel werd
duidelijk dat het hier om een gestroomlijnde variant van het genre
betrof en dat er nergens een spontane jam te bekennen zou zijn.
Zodanig stoorde dat echter niet op een festival als Cactus, waar
wel degelijk ieder genre zijn plaats verdient, van de hardrock van
Triggerfinger tot de blufunk van Keziah Jones. Wat wel stoorde was
dat slechts een handvol diehard-fans de meezingers optimaal kon
begeleiden. De rest van het publiek, dat duidelijk zijn huiswerk
niet gemaakt had, bleef wat verweesd achter omdat ze hoegenaamd
niet verstonden wat er tussendoor allemaal gezongen moest worden,
tenzij het om een enkel woord als “Celebraaaation” ging. De
achtergrondzangeressen die we eerder al aan het werk zagen, kregen
elk eenmaal de rol van protagonist toebedeeld in de meer
zoethoudende tracks van het optreden. Komt daar nog eens bij dat
Tillman plotsklaps een beknopte cover van Eurythmics’ ‘Sweet
Dreams’ inzette, en de verwarring was niet meer te stuiten.
Rommelig maar best genietbaar bleek de enige conclusie.

Luisterbands galore op Cactusfestival, want na Isobel
Campbell, Mark Lanegan en Lyle Lovett verblijdde ook Sam Beam het
Brugse Minnewaterpark met zijn Iron, Wine en begeleidingsband. U
leest het goed, de bebaarde bard had voor de gelegenheid een heuse
akoestische combo mee om Iron & Wine dat
tikkeltje meer kleur te geven. Het resultaat vervoerde de hoofdstad
van West-Vlaanderen optimaal in de avondzon. Beam deed meer dan
ontroeren, maar bewees dat opzwepende klanken hem evenmin onbekend
waren en zette zijn gretige publiek zelfs sporadisch aan tot dansen
met muziek die de betere walsen benadert. Het zal je niet verbazen
dat deze band na een uitverkochte AB in februari op heel wat bijval
rekenen kon onder de ingetogen festivalgangers. Iron & Wine was
zelfs de eerste naam die voor dit festival bekendgemaakt werd, en
die aankondiging kon meteen op enthousiasme rekenen. Het werd een
harmonische pletwals van jewelste, waarbij de saxofoon het mooie
weer mocht maken en deze de muziek zodanig tot een hoger niveau
tilde dat je hartslag er spontaan zou van verhogen.

Arsenal voelt zich ‘Estupendo’ vanavond. En laat dat nu
net het Spaanse woord zijn voor iets wat Eddy Wally zou bestempelen
als ‘geweldig’. Het was op de gezichten van John Roan en co. af te
lezen dat ze er verdomd veel goesting in hadden. Ondanks hun niet
te stuiten enthousiasme kwam deze set niet geheel vlekkeloos op
gang. Dat komt wellicht doordat Arsenal zijn jongste albumtelg
‘Lokemo’ allereerst wou voorstellen aan het publiek. Absolute
publieksfavorieten als ‘Mister Doorman’ en ‘Personne Ne Bouge’
werden tot het laatste moment bewaard. Zo nadelig was dat nu ook
weer niet te noemen; een vet feestje dat even op zich laat wachten
blijft evengoed een vet feestje en lost uiterlijk alle
verwachtingen in tijdens talloze slotclimaxen, in plaats van
langzaam te verwateren. Aan dansvibes geen gebrek; het publiek
smaakte deze wereldse Belgische klanken bijzonder goed. Zo eindigde
de laatste dag van Cactus voor velen vroegtijdig met deze
fiesta van weleer. Het contrast met wat hierna zou volgen
kon alvast niet groter. Een devoot cactusganger zou het echter
allebei moeten kunnen smaken, en laat dat nu eens exact onze
plannen zijn.

De eer was aan postrockgoden Mogwai om het
Cactusfestival magistraal af te sluiten. De Schotse band mag dan
aanzien worden als een ietwat vreemde afsluiter, hun plaats op het
hoogste schavot was terecht. Het enige nadeel dat zij moesten
ondervinden als grendel van dit driedaagse festival, is dat ze vlak
na het feestgedruis van Arsenal geprogrammeerd werden. Quasi iedere
dronken of minder dronken festivalganger die met volle teugen van
voorgaande band genoten had, kon amper overtuigd worden door de
monumentale instrumentale muziek die Mogwai op hun bord gaf. Al
snel begaf een groot deel van de mensenmassa op de wei zich elders
– huiswaarts of richting een of andere afterparty, Joost mag het
weten. En wat een geluk, want de beschonken enkelingen die
achtergebleven waren, vormden al een stoorzender op zich. Het
geluid van Mogwai tolereert nu eenmaal geen alcoholisch hoongelach,
al zeker niet in zijn stille stukken. Sommige passages kwamen aldus
minder tot hun recht door de vreemde programmering. Maar dat
bedierf de melodieuze pret allerminst. Ondanks het feit dat
hardcore nooit sterven zou (ofte: hun teleurstellende nieuwe
plaat), bracht Mogwai een sterke set op gang, waar klassiekers als
‘Friend of the Night’ en ‘Hunted by a Freak’ hun plaats in vonden.
Enig minpuntje van de set was het gebrek aan subtiele afbouw. Zelfs
bij een climaxkanon als ‘Mogwai Fear Satan’, waarin het geluid
minutenlang uitbolt om opnieuw in volle, ongeziene kracht los te
barsten, brokkelt de ultieme gitaarslag af in het niets. Maar u mag
dit gerust muggenziften noemen, want Mogwai overtuigde meer dan
zeker van zijn kunnen. Ruimte voor bisnummers was er niet, maar dat
is logisch als je je indenkt dat eenzelfde opbouw van bijna
anderhalf uur moeilijk oftewel gewoonweg niet andermaal gecreëerd
kan worden in een schamele tien minuten. We nemen het hen niet
kwalijk, de rasmuzikanten uit Glasgow.

Anderzijds biedt de muziek van Mogwai ook het ideale excuus om
ellenlang te mediteren over wat er nu in feite allemaal gaande was
dat weekend op Cactus, om te fantaseren over die ene schoonheid die
u in Brugge leren kennen heeft, of om te dagdromen over die andere
schoonheid die (geheel onterecht, dat staat buiten kijf) de affiche
van Cactus eigenlijk wat te magertjes vond om mee te komen. Om de
robuuste bassen en de bloedmooie, melige lyrics (“gonna love you
’til the seas run dry”) van Lamb opnieuw voor uw trommelvlies te
horen verschijnen, om andermaal de krop in uw keel te krijgen
slechts door de herinnering aan de ribfluwelen samenzang van Mark
Lanegan en Isobel Campbell, of om stiekem wederom de dansvibe van
Staff Benda Bilili te pakken te krijgen. Om ieder hoogtepunt en
elke muzikale ontdekking op een rijtje te zetten. Enerzijds hebben
we Junip, die, zoals het een psychedelische trip betaamt, de weide
compleet wezenloos achter zich liet staren in de zon. Daarnaast
bracht Triggerfinger zijn publiek compleet van hun melk met een
fikse portie hardrock die voor één keer niét volgens het boekje
geschreven werd. Ten slotte hebben we Mogwai zelf, die met hun
staalharde postrock een verpletterende indruk afleverde en de wei
als in coma lieten nazinderen. Dankjewel Cactus om ons opnieuw te
behagen met een verpletterende mengelmoes aan genres die ons, zoals
ieder jaar, compleet verbijsterd naar adem doet happen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht + zeven =