Okkervil River :: ”Ik ben er trots op dat het een moeilijke plaat geworden is”

’Niet stilstaan’ is een devies dat Okkervil River hoog in het vaandel draagt. En dus is het nieuwe I Am Very Far opnieuw een grote koerswijziging na "popplaat" The Stage Names uit 2007. "We wilden een complexe plaat maken, die niet hersenloos was", vertelt frontman Will Sheff over een plaat die de groep verder dan ooit van de americana van hun beginjaren brengt.

enola: Je wilde verward worden?
Sheff: "Dat was heel erg nodig, zeker nadat The Stand Ins (de appendix bij The Stage Names, die een jaar later uitkwam, mvs) was afgewerkt. Toen we The Stage Names opnamen, heb ik veel geleerd op het vlak van productie en songschrijven. Het was inderdaad poppy en toegankelijk; een strakheid die volledig nieuw voor ons was. Dat was fijn om te ontdekken, maar een plaat verder begon het al te bekend terrein te worden. Op The Stand Ins staan nummers waarvan ik achteraf dacht: ’dit is wel iets té gemakkelijk’. Ik wilde opnieuw gedesoriënteerd worden en nieuwe terreinen verkennen. Het werd me te voorspelbaar."
"Ik wilde niet dat het een trucje werd; iets dat ik altijd deed. Die songs waren transparant, dat klopt, nu wilde ik iets vagers en minder direct. Ik hou ook meer van zo’n muziek. Misschien maak ik nog wel eens zo’n gemakkelijke muziek, maar het is niet mijn favoriete ding. Zeker nu niet; ’t was goed om er eens weg van te blijven. Het was de bedoeling om een complexe plaat te maken, eentje die niet hersenloos simpel was. Sommige dingen kunnen elegant eenvoudig zijn, maar daar mikte ik niet op. Deze moest veellagig en uitdagend worden."

enola: Heb je het gevoel dat je te lang in die vorige fase hebt gezeten door na The Stage Names dan The Stand Ins uit te brengen?
Sheff: "Ja. Zo’n albumcyclus — een plaat opnemen en er dan mee toeren — duurt gemakkelijk een jaar of twee en op het einde ben je al lang niet meer de mens die je aan het begin was. Dan ben je klaar om te groeien, klaar voor de volgende stap."

enola: Ik zag je een paar keer spelen in de periode voordien en vooral het optreden in Leuven is me bijgebleven: toen leek je echt klaar om met die songs de grote podia te veroveren.
Sheff: "Opmerkelijk dat je dat concert aanhaalt. Die avond zie ik als een kantelmoment. Ik ben altijd erg nerveus geweest over optredens en heb er nooit van genoten. Ik wilde wel maar ik voelde alleen maar druk en ongemak; ik wist niet hoe me te gedragen. En toen — vraag me niet waarom — veranderde alles. Plots was ik twee keer zo goed als performer en werd ik beter in het opbouwen van een set, waar dat me voorheen allemaal nooit lukte."
"Ken je dat gevoel dat je iets heel hard probeert en dat het gewoon niet lukt tot je plots een doorbraak kent en twee keer zo goed wordt? Dat was het. Ik was echt gefrustreerd dat het niet liep zoals ik wilde. Het wilde maar niet klikken. Ik kwam van het podium en al wat ik voelde was ontgoocheling dat het weer niet had gewerkt. Na Leuven viel alles plots op zijn plek. Toen werd optreden veel gemakkelijker."

enola: Waar ben je het meest trots op als het om I Am Very Far gaat?
Sheff: "Dat het een moeilijke plaat is geworden. Niet dat dit met zoveel woorden de bedoeling was, maar de manier waarop ik dingen muzikaal en tekstueel heb uitgedrukt, bevalt me wel. Het voelt juist, voor mij. Kan zijn dat het dat niet is voor iemand anders, maar dat is niet mijn probleem. Niet dat ik andere meningen wil negeren maar ik ga ervan uit dat als ik eerlijk ben en mijn best doe om iets betekenisvols te maken, ik mijn eigen hart moet volgen."

enola: De klank is vrij rauw.
Sheff: "Zeker in bepaalde nummers. Iets als "The Rise" of "Lay Of The Last Survivor" is meer gepolijst en orkestraal maar "Show Yourself" is inderdaad ruwer, en dat zocht ik daar. In sommige nummers is dat anders. Fidelity was not the point, zoals je hoort in "We Need A Myth". Daar ging het om de sfeer."
"Het is in elk geval een erg live plaat; meestal hoor je niet meer dan zes mensen die samen spelen in een kamer. Daar is wat orkestraal gedoe bijgekomen maar de essentie is het samenspel van die groep. Dat gevoel kwijtraken was dus zo goed als onmogelijk maar op een bepaald moment werd ik toch bang dat ik er de scherpe kantjes vanaf had gevijld; dat ik het toch nog te luistervriendelijk en te proper had gemaakt. En dat mocht absoluut niet."

enola: De eerste paar beluisteringen was het even aanpassen; de klank is heel bruut.
Sheff: "Vind je ’t een luide plaat? Ze is nochtans minder hard gemixt dan de twee vorige platen, en naast een Katy Perry-plaat verbleekt ze helemaal. We hebben ze zeker niet overgecomprimeerd maar sommige muzikale elementen zijn vrij extreem, ja, en dat kan even scherp klinken. Dat was ook de bedoeling van de plaat: het moest niet alleen voor ons maar ook voor de luisteraar spannend zijn. Dat wil ik zelf ook uit een plaat, of uit om het even welk ander kunstwerk: dat ik er even werk mee heb, dat het zich maar mondjesmaat prijsgeeft. Liever dat dan op één avond versierd worden."
"Ik herinner me dat ik in de middelbare school als een blok viel voor Radio City en #1 Record van Big Star — geweldige pop, vond ik dat — en helemaal ontgoocheld was toen ik Third/Sister Lovers hoorde. Onbeluisterbare, afstotelijke nonsens, vond ik het. Langzamerhand werd ik die popliedjes echter beu en het is die laatste plaat die zich langzamerhand openbaarde als een meesterwerkje."

enola: Je hebt in de tijd voor de opnames een plaat met Roky Erickson opgenomen, het prachtige True Love Cast Out All Evil. Liet dat zijn sporen na?
Sheff: "Dat jaar met Roky aan die plaat werken heeft me zeker veranderd. Het maakte me meer open voor chaos en mysterie in mijn werk en voor verschillende benaderingen in klank. Ik wist voordien echt niet hoeveel je kon doen. Dat heeft me heel hard veranderd."

enola: Niet elke Roky Erickson-fan was even blij met de plaat. Begreep je dat?
Sheff: "Het punt met Roky is dat hij zoveel mensen is geweest. Hij was een psychedelisch wonderkind, een vreemde folky, een mystieke christen, en dan ook nog de horrorrocker, waar hij het meest bekend voor is. Daar is een reden voor: om te beginnen is het erg sterk werk maar hij was in die tijd ook goed omringd. Er is dus een fanbase die hem ziet als een heavy metalpeetvader, een wildeman. Dat is hij voor een deel, maar er is nog zoveel meer. Ik wilde dat imago niet versterken maar net die andere kant naar boven halen: de verschrikkelijk mooie, persoonlijke songsmid, met zijn mystieke thema’s en prachtige soulvolle stem. Dat zegt veel meer over wie hij nu is, en ik wilde dat mensen dat ook wisten. Ik weet wel dat zijn fans willen dat hij voor de rest van zijn leven over tweekoppige honden zingt maar dat was niet mijn job."

enola: Je koos veertien nummers uit ongeveer zestig songs die hij had liggen. Denk je dat er nog een plaat zit in wat je overliet?
Sheff: "Absoluut, en hij kan zonder problemen ook nieuwe nummers schrijven. Hij is nog steeds erg creatief. Er komt dus nog. Pas op, hij blijft een complexe persoon. Het gaat best goed met hem. Er zit nog altijd een lief, klein, bijna angstig jongetje in hem maar hij kan zichzelf heel goed afschermen van slechte invloeden. Heel wat mensen projecteren hun gevoelens echter op hem en dat kan soms problematisch zijn. Ze verwachten te veel dat hij iets geks en onvoorspelbaars gaat doen en tegelijk zien ze hem ook als een breekbare mens."
"Nu, wat wil je: hij blijft natuurlijk een schizofreen, maar ik zie hem toch in de eerste plaats als muzikant. Maar maak je geen zorgen; hij is sterker dan mensen denken. Sterker dan hij zelf denkt ook, trouwens. De opnames van die plaat waren slopend maar hij stond er al die tijd. Het was nochtans niet gemakkelijk voor hem; al die herinneringen die bovenkwamen door die oude songs, ze opnieuw moeten leren zingen… Hij kwam uit een donkere periode en dat was voor hem ook opnieuw aanpassen. Het was allemaal niet vanzelfsprekend."

enola: In "The Valley" zing je "He has fallen in the valley of the rock ’n roll dead". Waar verwijs je naar?
Sheff: "Het slaat op iets vreselijks dat in de song gebeurt. Weet je, rock-’n-roll op iets kleven maakt het spannender, it’s putting the little hat on top of the monster. ’t Geeft het een draai die alles wat minder zwaar maakt; wat speelser. En dat is een lang antwoord om te zeggen dat ik het niet weet. Ik heb die tekst gedroomd. Ik ben wakker geworden en vond het een goede song. En dat geldt voor veel van de nummers op I Am Very Far. Ik wilde dat het allemaal wat mysterieus en dromerig was. Het mocht vooral niet zomaar uit te leggen zijn."

enola: Je droomt verschrikkelijk veel over moorden dan.
Sheff: "I do, I really do! Ik droom constant over moorden en dood. Het is altijd zo geweest. Ik vind de wereld een harde plek, waar de meest vreselijke dingen met je kunnen gebeuren. Vrienden vragen me wel eens waarom ik daar zo op focus, ik vraag hen: hoe kun je daar niet over nadenken, over het potentieel aan wreedheid in de mens? Aan de onnoemelijke trieste en gruwelijke dingen die mensen worden aangedaan door anderen. We weten dat het gebeurt, en we doen er niets aan. Het leven is wreed en dat kan ik niet negeren. Wat niet wil zeggen dat ik voortdurend depressief rondloop en niet kan lachen met stomme komedies of niet uitga met vrienden. Ik houd van het leven, maar het is ook wreed en gruwelijk."

enola: "White Shadow Waltz" is dan weer een erg vreemd nummer.
Sheff: "Helemaal mee eens. Ook al zo’n nummer dat me nogal is komen aanwaaien. De tekst springt nogal van hier naar daar. Ik heb er geen idee van waarover het gaat. Muzikaal hebben we er verschillende versies van opgenomen voordat we deze vonden. Uiteindelijk besloot ik dat het moest klinken alsof het op Paris 1919 van John Cale had kunnen staan: allemaal mathematische precisie en korte nootjes. We hebben het ingespeeld met een clicktrack over de oude demo: overal datzelfde hamerende ritme. Uitdagend. En daar voegden we dan al die gekke geluiden aan toe: dingen die breken, mensen die schreeuwen …"

enola: De laatste keer dat we elkaar spraken haalde je John Cale ook al aan. Is hij een held?
Sheff: "I love John Cale. He’s a huge one for me. Ik heb veel naar dat Paris 1919 geluisterd toen we deze plaat maakten. En ken je zijn "Leaving It All Up To You"? Dat was ook een groot referentiepunt. Ik hou ervan hoe hij in de jaren zeventig nog betrekkelijk mooie muziek maakte en van daar is geëvolueerd naar zijn duistere en confronterende werk uit de eighties. Geweldig gewoon hoe hij zo bewust afschrikwekkend werd maar tegelijk ook heel melig durfde te doen. En dan zijn er nog zijn bijdragen aan Velvet Underground. Ik denk dat wat hij daar met zijn elektrische viool deed heel veel bands heeft beïnvloed."

enola: Laatste vraagje: er zijn wat songs die jullie tussendoor hebben uitgebracht die niet op de plaat zijn beland, zoals "Mermaid" en "Walked Out On A Line". Wil dat zeggen dat er opnieuw een appendixalbum komt zoals met Black Sheep Boy of zoals The Stand Ins dat was tegenover The Stage Names?
Sheff: "Neen, dat denk ik niet. Ik laat ze liever los nu, in hun eigen wereld. Laat die ene plaat maar zijn eigen wereld zijn. Die songs die je vermeldt zijn losse singles geweest of b-kantjes.
Ik hou van die aanhangselplaten hoor, maar ik denk dat we met The Stand Ins net dat beetje te ver zijn gegaan. Ik wilde iets doen als de Black Sheep Boy-appendix, maar onze persmens en de platenfirma hebben iets te veel hun best gedaan om het te verkopen als een echte plaat. Nu, ik hou van die plaat en ben er erg trots op, maar ik wilde niet dat het als een hoofdschotel overkwam. Maar om eerlijk te zijn, heb ik altijd gewild dat het een full-album was, ik wilde alleen kunnen doen alsof dat niet zo was. ’t Was bedoeld als novelle en ’t werd gemarket als een roman. Dat had niet mogen gebeuren."

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − zeven =