Bløf :: ”Muziek heeft altijd iets troostends”

Dat Bløf op z’n laatste fantastische plaat R.E.M., U2, Snow Patrol en zelfs Jeff Buckley een Nederlandse tongval meegeeft zoals niemand hen dat nadoet in onze contreien, las u eerder al op goddeau. Tijd voor een wederom hartelijk gesprek met een band die de creatieve pieken al ettelijke jaren aan elkaar reigt.

Ik spreek de bandleden vlak voor hun optreden in de Bosuil in Weert, net over de grens. Een kleine club die het midden houdt tussen de Nijdrop in Opwijk en Trix in Antwerpen. Het concert kadert in een tournee langs kleinere zaaltjes à la onze Botanique, terwijl de band in Nederland zonder de minste moeite de Paradiso uitverkoopt, of Ahoy.
Bas Kennis (toetsen/gitaar): “Het voordeel van deze clubtour is dat je toch weer een ander publiek bereikt. Je preekt niet voor eigen parochie. Als je het goed doet, win je weer wat zieltjes. Ik verwacht daarom ook niet zo’n uitzinnige massa straks.”
Paskal Jakobsen (gitaar/zang): “Als we in een club als deze “21 Gram” van op onze laatste plaat spelen, zie je de mensen die ons vooral kennen van de hitjes en eens naar ons komen kijken echt denken: is dit Bløf? De mensen weten vaak niet echt wat ze van ons kunnen verwachten. Dat is best wel verrijkend voor ons.”
Peter Slager (bassist/tekstschrijver): “Ik vond dat er op het concert gisteren opvallend veel jonge mensen in het publiek stonden. Er is dus een aanwas.”
Kennis: “En dat stelt me gerust.”

enola: Dat moet ook te danken zijn aan jullie laatste plaat. Er spat een enorme drive van af, en is misschien wel de beste die jullie al gemaakt hebben.
Slager: “Het is de plaat die we na Umoja uit 2006 al hadden willen maken, maar eerst moesten die akoestische dingen er nog uit. Misschien is Alles Blijft Anders daardoor extra intens geworden. Het aardige is dat we in het najaar nog met een EP komen, met een zevental nummers die geen plaats hadden op deze plaat. Als je al die songs op een rijtje zet, heb je toch een behoorlijk intense, breed uitwaaierende staalkaart van wat we op dit moment allemaal kunnen en doen. We wilden dat dit echt een statement werd, een gebalde vuist.”
Kennis: “We hadden hem kunnen afzwakken, maar dat wilden we niet.”

enola: Jullie zweren steeds meer bij de plaat als een sterk geheel, er zit telkens een overkoepelend thema in.
Norman Bonink (drums): “Klopt. Je wilt toch een verhaal vertellen met zo’n plaat, de opbouw is heel bewust gedaan, zoals je dat tijdens een optreden eigenlijk ook doet.”
Slager: “Voor ons geldt dat je die nummers gewoon niet los van elkaar kunt zien, er zit altijd een soort samenhang in. Al is het maar voor ons gevoelsmatig dat de songs uit dezelfde sessie komen, een bepaalde periode uit ons levens beslaan…”

enola: Wat is het verhaal van deze plaat? Tekstueel is ze heel positief, zoals zelden tevoren bij jullie.
Slager: “We voelen ons ook wel uitstekend tegenwoordig. Er zit altijd een bepaalde vorm van melancholie in wat we doen, maar dit rolde er allemaal zo uit. Het heeft inderdaad iets troostends, maar troost is een heel belangrijk element van vrijwel alle muziek. Dat hoef je er zo niet in te leggen, muziek doet dat nu eenmaal. Maar ik merk uit reacties dat de mensen het deze keer ook echt zo voelen.”

enola: Verhoudt deze plaat zich daarom niet tegenover de vorige echte rockplaat Blauwe Ruis uit 2002, zoals het lichtere April tov het donkere Oktober in dat akoestische tweeluik drie jaar geleden?
Slager:Blauwe Ruis was natuurlijk donker en grimmig. Dat moest er toen uit net na het overlijden van onze drummer Chris, gisteren (17 maart, de dag voor dit interview, pn) dag op dag tien jaar geleden. De titel verwijst ook naar hem, alles blijft nu eenmaal anders zonder hem. Maar hier is er van grimmigheid bijna geen spoor.”
Kennis: “De energie die in beide platen zit, is wel dezelfde, dus ik snap het wel. Eigenlijk hadden we het zo nog niet bekeken. We brengen dus eigenlijk een tweeluik uit binnen een tweeluik. Briljant! Nog nooit gedaan!” (gelach)

enola: Er is altijd veel te doen rond de invloed van grote studio’s op de plaat zelf. Hoe hebben jullie dat nu ervaren in de Hansa Ton Studio’s in Berlijn?
Slager: “Ik vind zelf dat die studio door z’n geschiedenis een meerwaarde had. Hoor je dat dan echt? Ik zou het werkelijk niet weten, maar wij voelden het toen we het inspeelden en ik maak me sterk dat je dat als luisteraar zo niet hoort, dan toch wel voelt.”
Kennis: “Je zult dat nooit rechtstreeks horen in de arrangementen. Jij verwees bijvoorbeeld een paar keer naar Achtung Baby, maar die is volgens mij in de hele grote benedenruimte opgenomen. Wij zaten boven, we konden dat niet betalen (lacht). Maar ik denk dat als je A Hundred Million Suns van Snow Patrol naast de onze legt, je wel een beetje kunt horen dat de drums bijvoorbeeld in dezelfde ruimte zijn opgenomen, door het lage plafond was er bijvoorbeeld weinig galm.”

enola: De laatste R.E.M. is daar ook opgenomen, een band waar jullie wel wat mee gemeen hebben. Bijvoorbeeld dat jullie ook in het openbaar heel kritisch terugblikken op vroegere platen.
Slager: (denkt na) “Ja, daar moeten we wel mee oppassen.”
Kennis: “Het lijkt me ook nogal Nederlands te zijn: “we hebben een leuk plaatje gemaakt met fijne liedjes…” Terwijl veel buitenlandse bands die met iets naar buiten komen zeggen: “jongens, dit is fantastisch en als jij dat niet vindt, begrijp je het niet.” We hebben het moeilijk om die arrogantie te hebben.”
Slager: “Het siert R.E.M. dat ze dat doen. Maar het is natuurlijk gewoon een heel authentieke band die echt iets eigens doet en zal blijven doen, zich niet van teveel dingen iets aantrekt. Dat willen wij ook zijn. Wij trokken net de studio in toen zij weg waren, en de verhalen die je hoort… Daar werd een container met 98 gitaren op de stoep gezet, die moesten allemaal naar boven samen met een heel park aan versterkers. Michael Stipe loopt daar de hele tijd in een roze bontjas rond, bang van messen en zo paranoia als ik weet niet wat… Zulke wonderlijke verhalen zetten ook wel het een en ander in perspectief, maar die zijn ook wel mooi en inspirerend.”
Kennis: “R.E.M. is toch ook wel een voorbeeld gebleken voor ons. De loop van “Mooie Dag” van op Blauwe Ruis hebben we bijvoorbeeld gebaseerd op de snaardrum van “How The West Was Won…” uit New Adventures in Hi-Fi.”

enola: Ik hield eerlijk gezegd mijn hart vast toen Kings Of Leon als een van de invloeden voor deze plaat opdook. Die behaagzucht van hun laatste platen moet jullie toch vreemd zijn. En zij maar klagen wanneer dat publiek alleen tijdens de hitjes rechtveert.

Jakobsen: “De eerste platen waren geweldig, en op het einde schreven ze ook enkele uitstekende singles. Net die dingen hebben we gebruikt.”
Kennis: Je moet altijd het beste jatten. (lacht)
Jakobsen: Als je publiek alleen maar wakker wordt tijdens een paar hitjes in je concert, is het altijd de schuld van de band. Je kunt je dat publiek nooit verwijten. Als wij vanavond inschatten dat het publiek wat minder fan is dan wanneer we in Paradiso spelen, dan moet je een concessie doen met een bekende hit extra erin te steken ofzo.
Slager: Wij proberen niet te veel stroop om de mond te smeren, maar anderzijds ook niet alleen maar ingewikkelde dingen te doen. We zoeken de gulden middenweg.

enola:Dit is ook de eerste plaat van Bløf waar de teksten toch wat op de achtergrond staan, pas na enkele luisterbeurten ben ik er echt op beginnen letten. Dat is nieuw.
Slager: “Ik beschouw dat als heel positief eigenlijk. Weet je, het is toch ruiter en paard. Een tekst mag niet te nadrukkelijk op de song hangen, de muziek moet in eerste instantie krachtig zijn. Ik ben tekstschrijver, maar word toch altijd eerst gepakt door een sound, melodie, of een ritme, maar zelden door een tekst.
Kennis: Maar toch moet je ook de tekst voelen, niet alleen de muziek.
Slager: De zang is ook zachter gezet op deze platen dan op alle vorige. We hebben daar lang over gediscussieerd, maar Paskal z’n zang gaat heel hard tegen de klippen op, en dat paste helemaal bij hoe we wilden dat deze plaat ging klinken.

enola: Als je de teksten leest, gaan ze veel over de tijd, en hoe snel die voortraast.
Slager: Dat is ouder worden, Philippe (lacht). Hoe zei Jeroen Brouwers het ook al weer? Wat ruist daar door de lucht, is dat de dood? (lacht) Ik ervaar naarmate ik ouder word en zeker sinds ik kinderen heb dat de tijd steeds sneller lijkt te gaan. En daar is “We doen wat we kunnen” heel nadrukkelijk op geschreven, dat je letterlijk probeert te doen wat je kunt om het geluk dat er af en toe is vast te houden, tegen beter weten in. Dat is geen obsessie, maar het houdt me wel steeds bezig.”
“We realiseren ons ook dat we volgend jaar twintig jaar bestaan. Bas zei onlangs nog dat hij langer wel dan niet in Bløf heeft gezeten in zijn leven. Dat zijn ook van die dingen die te denken geven, of je wilt of niet. De platenindustrie verandert heel erg. Het is niet evident meer om veel platen te verkopen, het is echt uitzonderlijk als je er nog 100.000 verkoopt in Nederland, terwijl dat vroeger toch niet onoverkomelijk was. Tegenwoordig moet je al Adele heten om dat nog te kunnen.”

enola: Toch lijkt het me ondanks dat nooit zo fijn geweest om in Bløf te zitten. Vroeger doken er al eens verhalen op over vermoeidheid door het moordende ritme, nu stralen jullie naast die blijvende drive ook rust uit.
Jakobsen: “We zitten allemaal op de rails eigenlijk, iedereen is blij met z’n leven. Bas heeft nu ook iemand thuis zitten (lacht), ik heb nu ook kinderen… Je zit toch altijd in een bepaalde fase, zolang je je maar goed voelt.”
Slager: “Individueel leiden we nu meer onze eigen levens, en dat komt vaak genoeg bij elkaar: als we moeten spelen, gaan schrijven, de studio in gaan… Dan moeten we, nee willen we, elkaar opzoeken natuurlijk en die dingen samen doen. En dat voelt nog steeds heel goed. Ik heb nooit begrepen hoe bands kunnen blijven bestaan terwijl de leden de zeik aan elkaar hebben. Dan moet je echt heel veel geld verdienen om dat nog leuk te vinden.”
“En daarnaast hebben we natuurlijk ook vrienden die helemaal niks met de band te maken hebben, waarmee je dan over héél andere dingen kunt lullen. Van mensen die in loondienst staan, niks met heel deze business te maken hebben, is het fijn en vaak verrijkend om de verhalen over hun werk te horen. We doen dit nu een jaar of twaalf fulltime, op een manier dat je ervan kunt leven, en het voelt nog steeds niet echt als werk eigenlijk.”
Kennis: “Nee, je hebt nog steeds iets als: wanneer begint nu mijn normale leven? Alsof je nog steeds buiten de maatschappij staat. Dat is niet zo, maar zo voelt het wel soms.”
Bonink: “Er zijn nog steeds mensen die me vragen: “Maar… wat doe je nu eigenlijk? Waar verdien jij je geld mee? Heb jij eigenlijk echt een baan naast dat drummen?”
Slager (lacht): “Ja, het is voor veel mensen nog steeds een wonderlijke gewaarwording wanneer je daar “nee” op antwoordt.”

enola: Als ik dit allemaal hoor, is Alles Blijft Anders nog meer een plaat die vooruitkijkt.
Slager: “Ja, het beste moet nog komen. Je kunt na elke plaat beginnen peinzen van “Nou, dat wordt moeilijk om dat te overtreffen”, of je kunt er net een sport van maken om weer een nieuwe invalshoek te bedenken. Daar houden we wel van: ik denk heus wel dat we nu weer met iets zullen afkomen waarvan we achteraf kunnen uitleggen waar we naartoe wilden en waardoor dit en dat nu zus en zo klinkt. Waar wij het al eens over hebben gehad, is een plaat maken zoals Elbow dat doet, heel atmosferisch, zoiets. Daar hebben we allemaal wel een goed gevoel bij, al zijn we daar misschien iets te catchy popnummer-schrijvers voor. Maar wij gaan in ieder geval niet stoppen. Het gaat net zo lekker.”
Jakobsen (in slaap dommelend in de zetel): “En al was dat niet zo, ik kan toch niks anders. Zie me hier zitten.” (hilariteit)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + vijftien =