Demdike Stare :: Tryptych

Modern Love, 2011

In 2010 schandelijk onder onze radar gebleven, is Demdike Stare,
een duo geobsedeerde muziekliefhebbers uit Engeland die sinds 2009
stilletjes aan zijn uitgegroeid tot de crème van de internationale
underground. De één, Sean Canty, is de man achter het
quasi-bekende label Finders Keepers, dat zich specialiseert in
obscure soundtracks, geflipte wereldmuziek en andere
platen waar u nog nooit van gehoord heeft. De ander, Miles
Whittaker, is een (laat ons eerlijk zijn) totaal onbekende
techno-DJ, die nauw samenwerkt met het al even schimmige Modern
Love. Dat label was onlangs wel zo vriendelijk om de drie platen
(twee langspelers en één ep, ‘Forest of Evil’, ‘Liberation Through
Hearing’ en ‘Voices of Dust’ genoemd) die Demdike Stare vorig jaar
op de wereld losliet gezamenlijk opnieuw uit te brengen in een
deluxe cd-box met een weelde (maar liefst een halfuur) aan
bonusmateriaal. In totaal staat de verzamelplaat garant voor een
170-tal minuten luisterplezier. ‘Tryptych’ is een bonte mengeling
van duistere ambient, experimentele jazz, minimale techno,
Aziatische wereldmuziek, gonzende dub en bovenal gesampelde witch
house, al doet die laatste hippe term de complexe muziek op de drie
schijfjes onrecht aan.

Toch kun je er niet omheen dat witch house vorig jaar
alomtegenwoordig was. Als je kijkt naar de iconografie rond de
groep (de inktzwarte hoesjes, enkel opgefleurd met occulte
symbolen, de groepsnaam die een verwijzing is naar middeleeuwse
heksenverbrandingen en het logo dat een doodskop bevat om “Iron
Maiden” tegen te zeggen), dan valt het niet tegen te spreken dat
Demdike Stare zich graag wentelt in haar mystieke obscuriteit. Qua
sfeer – je kan de zwaveldampen van de hel bijna op je tong voelen
branden – leunt ‘Tryptych’ aan bij Gatekeepers ‘Giza’ of Salems
‘King Night’, maar daar stopt de vergelijking dan ook. Waar de twee
laatstgenoemde groepen zich nog wentelen in een kitscherige
synthesizersound, gestoeld op video game-deuntjes uit de
jaren ’80, John Carpenter-soundtracks en door neonlichten
en lasers geïnfecteerde housemuziek, is Demdike Stare een stuk
minder fout. Hun op samples gebouwde soundscapes situeren zich
ergens tussen de industrial van Nurse with Wound, Forest Swords zijn Ennio
Morricone-achtige dub en de vroege, van shouts en
chants wemelende experimenten van Animal Collective.

Gevoelsmatig ligt ‘Tryptych’ erg dicht tegen ‘On Patrol‘ van Sun Araw,
maar waar het experimentele project van Cameron Stallones zijn
drone-y psychedelica vooral opbouwde uit overstuurde
guitar loops en analoge instrumenten, stuurt Demdike Stare
haar sound eerder in de richting van minimale techno.
Prikkelende beats geven richting aan de vaak behoorlijk lange en
complexe songs, zodat ‘Tryptych’ ook vanaf een eerste luisterbeurt
aanvoelt als een bijzonder coherente ambientplaat. Waar dat genre
nogal vaak de neiging heeft tot kabbelen en sfeerschepping, maakt
Demdike Stare wel degelijk songs. Toegegeven: eerder het soort
songs dat John
Zorn
op zijn platen met filmmuziek zou zetten, maar toch:
songs! De figuur van John Zorn is trouwens ook een belangrijk
vergelijkingspunt: sommige nummers, zoals het geweldige ‘Bardo
Thodol’, klinken als een harmonieus samengaan van ‘s mans
soundtrackwerk met mysterieuze Arabische dronemuziek. Als David
Lynch ooit op Angelo Badalamenti uitgekeken geraakt, weet hij
meteen wie hij moet bellen.

Veel groepen proberen die mix van zware wereldmuziek en een
drukkende doemsfeer te doen overkomen (denkt u maar aan Grails en
Master Musicians of
Bukkake
), maar Demdike Stare slaagt waar anderen halvelings
falen. Ondanks de spaarzame aanwezigheid van beats en samples,
klinkt alle materiaal op ‘Tryptych’ opvallend organisch. Hoe goed
bijvoorbeeld ‘Dagger Paths’ van Forest Swords ook was, ook daar
zorgden opzichtige gitaarlijntjes of een oneffen productie soms
voor beperkte(re) inleving. Hier is dat niet zo. Hoe fout of
onaantrekkelijk een groepsbeschrijving zoals die hierboven ook mag
aanvoelen, de muziek klinkt even natuurlijk als pakweg de fabuleuze
ambientplaten van Brian Eno. Het is dus
geweldig dat Demdike Stare ook zo verduiveld beluisterbaar blijft.
De afgelopen dagen heb ik alle drie de cd’s minstens twee keer
opgehad (en niet simpelweg omdat ik een recensie wou neerpennen).
Een mix van industrial en obscure wereldmuziek klinkt op papier
misschien niet echt swingend, maar zorgt op ‘Tryptych’ voor
eindeloos boeiende luisterervaringen die na verloop van tijd zelfs
– godbetert – catchy gaan aanvoelen. Of toch op z’n minst
herkenbaar. ‘t Is muziek waar je graag naar luistert,
quoi.

Het is overigens zeldzaam dat je op een plaat zo veel
verschillende stijlen hoort (ik zeg het u: jazz, drone, ambient,
techno, noem het op en het zit erin) zonder dat die voor elkaars
voeten beginnen te lopen. Het is al een klein mirakel dat
‘Tryptych’ (naast enkele onfortuinlijke songtitels) nergens
hoogdravend of pretentieus klinkt. Straffer nog: de mix van stijlen
en geluiden leidt alleen maar tot een nieuwe, fascinerende
geluidswereld die nu eens creepy, dan weer verheffend
klinkt. Demdike Stare is daarom, en om zo veel andere redenen, een
van de best bewaarde geheimen van 2011. Geweldig toeval dus dat
‘Tryptych’ ook nog eens prachtig uitgegeven werd; zo weet u meteen
wat kopen als u nog eens een Amazonneke doet. Tenminste:
als u zin hebt in niet zozeer een zomerplaatje, als wel in een
ervaring.

http://www.myspace.com/pookawig

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier − een =