The Bony King of Nowhere op zoek naar de perfecte plaat

Om als student midden in de examens richting Brussel te trekken,
moet je al een goed excuus hebben. Een interview met Bram Vanparys
over zijn tweede plaat ‘Eleonore‘,
naamkeuzes, de liefde voor muziek en het derde album was voor mij
ruimschoots reden genoeg om de boeken even aan de kant te
leggen.

enola: ‘Eleonore’ is een nummer dat al een tijd op jullie playlist
staat en het nu geschopt heeft tot albumtitel. Maar wie of wat is
‘Eleonore’?

Eigenlijk kan ik niet antwoorden op die vraag. Het is niet dat er
geen verhaal achter de plaat zit, maar wat ik wil vertellen zit in
de tekst zelf. Ik heb geen nood om daar nog iets extra bij te
vertellen. Het is niet dat het een thema- of conceptalbum is, die
van begin tot einde een vast verhaal vertelt. Het is gewoon een
collectie van negen nummers die ik in een relatief korte tijdspanne
(van ongeveer een jaar) heb geschreven. ‘Eleonore’ is toevallig het
oudste nummer dat er op staat.

enola: Waar heb je dan die inspiratie gehaald voor die
nummers?

Het dagelijkse leven gewoon, uit mijn leven en mijn omgeving. Of
als ik iemand ontmoet die mij kan inspireren tot een nummer. ‘The
Garden’ en ‘Mother’ bijvoorbeeld zijn in New York geschreven toen
ik daar vijf weken gebleven ben (eind 2009). Ik was toen de voeling
met de mensen hier in Gent wat kwijt. Ik dacht: “Misschien moet ik
gewoon eens even op mezelf zijn…” en in een grootstad kan je dat
wel. Aangezien er daar zodanig veel mensen zijn dat het
onpersoonlijk wordt, leek het me een ideale plaats om te bezinnen,
om anoniem te zijn. In Gent bijvoorbeeld kan je geen vijf minuten
rondlopen of je komt iemand tegen die je kent. Ik had daar wat nood
aan en heb daar toen meerdere nummers geschreven, waarvan die twee
op de plaat zijn beland. Die hebben eigenlijk aanleiding gegeven
tot de nieuwe plaat en ook tot de nieuwe richting die ik ingeslagen
ben.

De optredens die ik gedaan heb in New York waren ook maar
bijkomstig. Ik wou eerst en vooral op reis gaan, maar aangezien ik
mijn gitaar sowieso meeneem, kon ik daar even goed wat concerten
spelen. Het was vooral voor het plezier. Het waren vooral kleine
clubs en cafés en qua contacten heb ik daar niet onmiddellijk iets
aan over gehouden. Dat was ook mijn bedoeling niet. Ik wou even tot
mijzelf terugkeren, inspiratie zoeken, een nieuwe kijk krijgen op
bepaalde zaken en dat is wel vree goed gelukt.

enola: Heb je iets met sterfscènes, zoals op ‘Maria’ en ‘The
Garden’?

Nee, de dood is gewoon een deel van het bestaan, op deze planeet.
‘The Garden’ gaat er een beetje over dat ik nog niet zou willen
sterven. Moest ik nu al de strijdbijl begraven, zou ik dat zeer
jammer vinden.

Elsschot, Cohen en Amerikaanse folk

enola: Op de nieuwe plaat staat ook een nummer ‘The Poet’,
gebaseerd op ‘Het Huwelijk’ van Willem Elsschot, dat je hebt
geschreven voor de herdenking ’50 jaar Elsschot’. Heb je een
speciale band met hem?

Niet meteen. Ik heb zelfs nog nooit zijn boeken gelezen, maar zijn
poëzie vind ik wel geschift mooi en echt van hoog niveau. Hij heeft
niet veel geschreven, maar ik vind dat zijn rake woorden op (toch
bijna) hetzelfde niveau als van Leonard Cohen staan. Rake poëzie,
niet te veel poëtisch taalgebruik. Gewoon direct, maar heel mooi,
zeer zeldzaam. Ook nooit klef, hij boeide mij wel in zijn
taalgebruik.

Het interesseert mij wel om ook zo te schrijven. Het is een
beetje een waanbeeld dat ik dat ooit zou kunnen, ik zal er ook niet
elke dag op zitten oefenen. Ik zal zien hoe het evolueert, ik laat
het zijn gang gaan. Mijn teksten worden echter wel steeds
belangrijker…

De poëzie die ik zelf lees, is vooral Amerikaanse poëzie, Allen
Ginsberg of Edgard Allan Poe, Dylan Thomas (die echter van
Welsche afkomst is, nvdr.)
en Robert Frank … van die
toestanden. Maar eigenlijk vind ik dat stom omdat er eigenlijk
zodanig veel moois geschreven is in onze eigen taal, dat ik beter
daarmee zou beginnen.

enola: Zou je dan Nederlandstalige muziek willen schrijven,
later?

Misschien doe ik dat wel eens. Het zou sowieso in mijn filosofie
over muziek, over folk, wel logisch zijn omdat dat mijn moedertaal
is en omdat ik eigenlijk in zekere zin volksmuziek wil maken. Maar
Nederlands vind ik een moeilijke taal om muziek mee te schrijven,
Engels laat zich makkelijker gebruiken tot poëzie.

Ik denk dat komt omdat ik meer vertrouwd ben met Engels als
cultuurtaal: muziek, poëzie en van literatuur tot handboeken…
bijna alles is in het Engels. Ik grijp dan ook sneller naar het
Engels. Stel nu dat ik in het begin als jonge knul naar
Nederlandstalige muziek, zoals Jan de Wilde, had geluisterd, had ik
misschien in het Nederlands geschreven. Wie weet?

enola: Hier en daar ving ik op dat je je meer en meer
aangetrokken voelt tot de Amerikaanse folktraditie. Wat bedoel je
daar juist mee? Kan je ons daar iets meer over
vertellen?

Ik voel mij gewoon meer aangetrokken tot de oude folkmuziek uit de
jaren ’20 en ’30. Die is pretentieloos. Het was mensen zoals
Mississipi John Hurt en Lead Belly, die daarbij betrokken waren,
niet te doen om op een podium te staan, die wilden niet iéts
bereiken. Zij voelden gewoon de nood om muziek te maken en deden
dat ook. Dat is iets anders dan amusementszangers zoals Blind Lemon
Jefferson of muzikanten die niet geschikt waren om op de
katoenplantages te werken, die ‘s avonds in bars optreden voor de
arbeiders om zo geld te verdienen.

Ik interesseer me meer in het soort muzikanten die louter en
alleen maar in familieverband thuis op de banjo ‘s avonds muziek
speelden. Die muziek is vroeger heel mooi gedocumenteerd door onder
andere Harry Smith op zijn ‘American Folk Anthology’, maar ook door
John Lomax met zijn legendarische ‘Field Recordings’. (Lomax
trok in de jaren ’30 rond in Amerika om oude folksongs op te nemen,
nvdr.)

Het is zo’n universele muziek. Eigenlijk is het ook geen puur
Amerikaanse muziek, er zitten veel Europese elementen in en het is
die eerlijkheid die mij aanspreekt. Dat pretentieloze, we doen
maar, we spelen maar… Dat is wat ik nu ook doe, zeker nu meer dan
ooit. Gewoon muziek spelen omdat ik daar zin in heb, niet omdat ik
de wereld wil veroveren of omdat ik iets wil bereiken, of
vernieuwend wil zijn.

Muzikanten als vrienden

enola: Dat hangt dan ook samen met de manier waarop je
‘Eleonore’ opgenomen hebt?

Natuurlijk. Eens ik dat ontdekt had, begon ik op een andere manier
naar muziek te luisteren, ook naar mijn eigen muziek. Als ik op dat
moment mijn eerste plaat herbeluisterde, dan geloofde ik mijn eigen
muziek niet meer. Ik herkende daar ook weinig van mijzelf in,
misschien ook omdat die al twee jaar oud is, maar ik wou er meer
van mezelf insteken.

Alles wat er rond de muziek hing, wou ik laten vallen. Gewoon
songs schrijven, simpele arrangementen en die dan live opnemen. Ik
vind het ook niet logisch dat als je naar een plaat zou luisteren
dat je hoort dat de drummer, de bassist en de gitarist op hun beurt
hun eigen deel ingespeeld hebben. Voor mij is dat geen muziek en in
de eerste plaats geen plezier. Een plaat opnemen moet tof zijn voor
jezelf, dat is een tijdsdocument. Als ik dat herbeluister wil ik
herinnerd worden aan de tijd dat ik met die mensen die plaat
inspeelde. Daarom dat ik dat live wilde doen, met mijn vrienden –
mijn muzikanten zijn ook mijn vrienden. Even in een cocon kruipen,
nummers repeteren, de studio in en de plaat opnemen. Wat ik moet
toegeven is dat de backing vocals wel achteraf gedaan
zijn, maar voor de rest is alles puur live.

enola: Je zegt: “de band zijn mijn vrienden”, maar ik heb me
eigenlijk altijd al afgevraagd wat de eigenlijke inbreng van de
band nu was?

Puur theoretisch schrijf ik echt alles zelf, van de eerste tot de
laatste noot. Ik zit zelf achter het drumstel, op de demo’s doe ik
alles zelf. Ik kan bijvoorbeeld geen piano spelen en dan zit ik wat
te zoeken met mijn linker- en rechterhand apart. Alles, behalve de
baslijnen, die heb ik met de bassist bekeken. Ik hem uitgelegd wat
ik wou en die heeft die grotendeels zelf gedaan. Voor mij zit de
inbreng van de band vooral in het feit dat ik uitleg hoe ik het wil
gespeeld krijgen, wat tonen aan de drummer Jan en aan Cléo, zus of
zo… en dan beginnen repeteren. Dan stuur ik wat bij: beetje
rauwer, beetje luider… Bij het eerste nummer is dat nog veel
werk, maar naar het laatste nummer toe snapt iedereen in welke
sfeer ik zit en waar ik naartoe wil.

enola: Is de rol van Koen Gisen dan veranderd bij deze
plaat?

Koen had op de eerste plaat twee functies. Hij was producer die
zorgde voor een sound en hij was muzikaal ook een regisseur op een
bepaalde manier. Hij heeft mij beïnvloed en geholpen bij de
arrangementen. Nu was dat anders. Hij zag ook dat ik was gegroeid,
het heft in eigen handen nam en wist waar ik naartoe wilde. Hij
heeft zich daar niet in gemoeid en heeft zich vooral op de taak van
producer geconcentreerd. De sound, die is volledig Koen zijn ding.
Hij heeft de omstandigheden gecreëerd waarin wij ons ding konden
doen. Wij wilden die nummers live spelen en hij heeft dat mogelijk
gemaakt. De plaat is opgenomen bij hem thuis, net zoals de eerste
plaat. Hij heeft alles opgesteld: de micro’s, de ruimte akoestisch
in orde maken… Dat heeft enorm bijgedragen tot de klank van de
plaat.

enola: Er is ook een nieuw bandlid bijgekomen. Gertjan Van
Hellemont heet de nieuwe gitarist van The Bony King of Nowhere.
Vanwaar die keuze?

Drie jaar geleden had ik op MySpace geluisterd naar zijn project
Douglas Firs en hij was mij bijgebleven. Ik wou daar ooit nog iets
mee doen, ik vond het een interessante muzikant. Het is geen genie,
gaat hem nooit bezighouden met geschifte solo’s, maar is een zeer
muzikale gast. Het is ook zeer interessant dat hij zijn eigen
nummers schrijft. Dat zorgt ervoor dat hij nummers ook goed en snel
aanvoelt, bijvoorbeeld op repetities – hij heeft wel niet meegedaan
op deze plaat – speelde ik de nieuwe nummers en hij speelde meteen
mee. Daarmee was de keuze nogal snel gemaakt.

enola: De derde plaat zit er ook al aan te
komen?

Het enige wat ik er over kan zeggen is dat ‘Mother’ mooi de hand
geeft aan de derde plaat, dus het zal soberder zijn. De thema’s
worden ook steeds persoonlijker: liefde, vriendschap, familie…
Dat wordt zowat de kern van de zaak.

enola: Waarom heb je er niet voor gekozen om de tweede en derde
plaat te bundelen? Een dubbelalbum?

Op de tweede plaat staan ook nog nummers die vasthangen aan het
arrangement, ‘Eleonore’ en ‘Hear them calling’. Dat is daar nog
belangrijk, in tegenstelling tot een nummer zoals ‘The Garden’. Op
de derde plaat is het arrangement niet zo nadrukkelijk aanwezig,
het maakt het in mijn ogen niet beter. Stel nu dat de vierde plaat
nu ook zo is, zouden de derde en de vierde een dubbelplaat kunnen
zijn.

enola: Zal het qua geluid ook aansluiten bij de
tweede?

Het zal nog veel rauwer zijn, het moét nog rauwer. Als ik nu
luister naar de tweede plaat, echt rauw kan je dat niet noemen. Het
zal veel rauwer zijn en alles zal solo opgenomen worden. Alle
nummers zijn ook toevallig redelijk soloachtige nummers. Soms eens
een tweede gitaar, soms nog een derde, maar ik wil alles zo
spontaan mogelijk doen. Ik neem alles ook maar een keer of twee op:
als ik iets geschreven heb neem ik het spontaan op. Fouten zitten
er sowieso in, maar ik heb al ontdekt dat als ik meerdere
takes doe, dat het zijn spontaniteit verliest. Ik wil
gewoon dat het spontaan en rauw klinkt, eerlijk, rechttoe rechtaan,
zoals de folktraditie: iets voor mijzelf en niet per sé iets voor
het… ik wil er niets mee bedoelen.

enola: “Oprecht” zeg je, houdt dat een oordeel in over de
hedendaagse muziek?

Nee, zeker geen oordeel. Iedereen moet voor zichzelf uitmaken hoe
dat het zit. Als een andere groep voor zichzelf beslist dat het
voor hen anders beter werkt, dan vind ik dat vree wijs voor die
muzikanten. Voor mij werkt het best op deze manier, live, dat geeft
het meeste voldoening. Het is geen statement en het is ook niets
nieuws wat ik doe. Overdubs zijn nog maar van de tweede helft van
de jaren ’60, sinds The Beatles. Daarvoor bestond er niets anders
dan live spelen.

De perfecte plaat

enola: Je bent nu dus duidelijk je eigen weg ingeslagen. Heb je
dan eigenlijk geen spijt van je naamkeuze? The Bony King of Nowhere
wordt vaak vergeleken met Radiohead, wat me nogal kort door de
bocht lijkt.

Op een manier vind ik dat niet echt een goede naam meer, niet echt
aansluitend. In een zekere zin ben ik een soloartiest en zal dat
ook blijven. Dus eigenlijk is het al raar dat ik een bandnaam heb
gekozen. En gewoon al, de sfeer van die naam, dat naïeve, klopt al
niet meer met de muziek. Het dekt de lading niet meer, maar
eigenlijk kan me dat ook niet meer zoveel schelen. Een naam is een
naam. Eigenlijk is The Rolling Stones ook een domme naam, maar als
je als groep de naam kan overstijgen, zoals The Beatles, dan is het
geen domme naam meer: “Ah dat is Engels voor kevers”, maar “Ah, dat
is die band!”. Als je muziek bekender is dan het dier zelf, dan ben
je goed bezig. Niet dat dat bij mij zo is, maar gewoon: een naam is
een maar een naam. Een naamsverandering zit er dus niet aan te
komen. Uiteindelijk gaat het ook niet om de naam maar om de
muziek.

enola: Naast The Bony King of Nowhere duik je nog op in andere
projecten: gastzanger bij Amatorski en muziek schrijven voor de
films ’22 mei’ (Koen Mortier) en ‘Les Géants’ (Bouli Lanners)…
Hoe ben je daarin gerold?

Amatorski… Om kort te zijn: dat was op de Gentse Feesten drie
jaar geleden. Toen bestond die band zelfs nog niet of die naam,
mijn eerste plaat was er nog niet… Ine [Eysermans]en ik zijn
sindsdien vrienden en zij had een nummer geschreven. Zij heeft dat
doorgestuurd en ik heb dat dan ingezongen.

Dat heeft drie jaar op de plank gelegen. Allez, dat
staat al drie jaar op haar MySpace te staan zoals het nu op de
radio wordt uitgezonden en niemand die dat ontdekt heeft, of
gehoord. Ik vond dat tof om te doen en daarmee uit. Niemand die
ooit had gedacht dat het een hit ging worden. Het was niet de
bedoeling dat het een nevenproject was. Ik heb het gedaan omdat ik
het een goed nummer vond.

’22 Mei’ was gewoon… Tjah, waarom doe ik dat? Gewoon voor het
plezier. Koen [Mortier] vroeg dat en ik dacht: “Waarom niet? Ik ben
toch hele dagen bezig met nummers te schrijven, dus een nummer
meer, waarom niet?” (lacht)

‘Les Géants’ is wel iets anders. Ik was niet meteen overtuigd
door het script en toen heeft Bouli [Lanners] mij uitgenodigd op de
set. Ik ben dan gaan kijken. Het interesseerde me uiteindelijk wel
en naarmate het schrijven vorderde was ik zeer blij dat ik dat
gedaan had. Bouli vertrouwde mij daar ook sterk in.

enola: Wordt dat The Bony King-muziek of
filmmuziek?

De muziek zal al meer klinken zoals de derde plaat. Het is verre
van een soundtrackplaat, maar er zijn twee nummers van de volgende
plaat die in de film zitten. Dus als je wilt weten hoe de derde
klinkt, ga kijken naar ‘Les Géants’. Daarin ga ik echt op het rauwe
door. Het is uit de losse pols gespeeld, zonder te veel te willen,
zonder perfect te willen zijn.

enola: Mogen we meer dergelijke dingen van je
verwachten?

Neen, zeker niet nee. Ik wil mij nu eigenlijk meer toespitsen op
mijn eigen muziek. Bij Amatorski is het toevallig dat het zo
gelopen is. Mocht iemand mij vragen om nog eens iets soortgelijks
te doen, ik zou er nog eens over moeten nadenken. Amatorski zou ik
zeker opnieuw doen, omdat het een goed nummer is. Een film? Niet
meteen, neen. Ik heb ook het gevoel dat ik alleen maar mijn eigen
ding kan doen. Ik denk niet dat er een soundtrackschrijver of zo in
mij zit, ik denk niet dat ik mij daarin moet uitbreiden.

enola: Dus je zal je hele leven The Bony King blijven? Waar wil
je naartoe?

Natuurlijk, ja. Ik heb voor mijzelf nog altijd niet de perfecte
plaat gemaakt. Het gevoel van “Wow, dat is het echt wel!”. Ik ben
nu ook trots op mijn plaat en vind hem ook goed. Maar het is niet
de perfecte. Ik weet dat ik beter kan en ik wil daarnaar streven
totdat ik een plaat maak waarvan ik zelf zeg: “Wow, die is
kweetnieoegoe!”. Dat is sowieso al moeilijk als je kritisch bent
voor jezelf, zoals elke artiest natuurlijk, dus ik hoop dat ooit te
bereiken. Ik zal dat wel bereiken, ik voel dat wel, hoe je
evolueert. Maar hoe lang dit nog zal duren? Dat weet ik niet.

enola: En daarna?
Proberen het niveau te behouden. Maar sowieso, als je die perfecte
plaat maakt, na een half jaar vind je die toch niet meer goed. Dan
wil je nog beter en nóg beter. Eigenlijk gaat het erom heel de tijd
je grenzen te verleggen en blijven op zoektocht gaan.

enola: Dus het einde van The Bony King is nog niet in
zicht?

Zeker niet.

enola: Godzijdank! Bram, bedankt voor dit
interview!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − acht =