Frank Thevissen (red.) :: De vierde onmacht

Mediakritiek is hip, zolang het maar buiten de kranten blijft. Uit De Vierde Onmacht, de nieuwe essaybundel van Frank Thevissen, blijkt nogmaals de media-omertà waarover Geert Buelens ruim een jaar geleden schreef. Een spijtige zaak is dat Thevissens kruistocht tegen de mediacommercie een gevecht tegen de bierkaai dreigt te worden.

"De pers holt constant de feiten achterna, vervult de rol niet meer waarvoor het bestemd is en weerspiegelt enkel nog publieke hysterie", zo luidt de harde kritiek van VRT-oudgedienden Walter Zinzen en Jef Lambrecht ongeveer. Net als oud-administrateur-generaal Cas Goossens schrijven ze weemoedig over de tijden toen de media de burgers tot mondige en kritische mensen opvoedde. Het zijn dan ook kinderen van hun tijd.

Daartegenover staan de zogenaamde "negationisten". De bijdragen van de mediabonzen, die de nefaste impact van de commercialisering ontkennen, hebben telkens iets zelfreinigends. In zijn stuk in Media en journalistiek in Vlaanderen: kritisch doorgelicht, de voorganger van De Vierde Onmacht, schatte Siegfried Bracke al de kijkcijfers hoger in dan kwaliteitsvolle berichtgeving. In zijn ogen zijn mediacritici elitaire anti-democraten. Ook Luc Van der Kelen van Het Laatste Nieuws lijkt zich van geen kwaad bewust. De journalistiek van vandaag is ook in zijn ogen the way it should be.

Volgens Tim Pauwels stamt de zo fel bediscussieerde politisering van de media uit het einde van de negentiende eeuw. Vandaag lijken de rollen omgedraaid. N-VA-voorzitter Bart De Wever werpt een licht op de mediatisering van de politiek en geeft toe een exponent van het politiek vedettisme te zijn. De Wever analyseert het verband tussen de commercialisering van de media en de breed uitgesmeerde politieke soaps in de media. Je kan hem moeilijk ongelijk geven. De media lijkt belangrijker te zijn geworden dan het parlement. Dus toch iets bijgeleerd?

Van polemiek is er in De Vierde Onmacht amper sprake, uitgezonderd het stuk van Van der Kelen. De hoofdredacteur van Het Laatste Nieuws jaagt menig blogger tegen zich in het harnas. Als een oerconservatief drukt hij zijn haat tegenover burgerjournalistiek uit. De Luc Van der Kelens in Vlaanderen staan in schril contrast met de kritiek die in Nederland zelfs binnen de mediagelederen heerst. Warna Oosterbaan en Hans Wansink wijzen in De krant moet kiezen op de basisfuncties van een krant, maar gunnen evengoed de idee van de krant als totaalproduct krediet.

In Vlaanderen daarentegen belazerden de Neveneffecten de pers met fictief nieuws. Hun inspiratie haalden ze bij Nick Davies, wiens mediakritiek in Vlaanderen nauwelijks aandacht kreeg. Heel journalistiek Vlaanderen had het over "persterroristen", maar vergat in eigen boezem te kijken. Ondertussen zit onze Marketeer van het Jaar 2007, Peter Vandermeersch, in Nederland om NRC Handelsblad op te poetsen, maar blijft het wachten op deugdelijke mediakritiek. En ook De Vierde Onmacht biedt geen uitweg.

Het is schrijnend dat in de De Vierde Onmacht het verhaal over de intieme band tussen media en politiek van politici moet komen. Mediakritiek in Vlaanderen komt nog te veel vanuit de buik. Symptomatisch zijn de felle essays in De Vierde Onmacht, hoe terecht de vlijmscherpe kritiek van een erudiet als Lambrecht ook is. De kloof is groot met het gefundeerde verhaal van Joris Luyendijk uit, alweer, Nederland. De oud-journalist beschrijft de intieme band tussen de politiek en de media in zijn land en legt in het warm aanbevolen Het zijn net de mensen uit waarom de media onmogelijk neutraal kunnen zijn. Geef je hem geen gelijk, dan ben je blind voor de werkelijkheid.

Met alle respect voor het gevarieerde titanenwerk, maar de mediakritische kanjer lijkt een gemiste kans. Als het volgende boek van Thevissen geen revolutionaire analyses en toekomstperspectieven in petto heeft, dreigt mediakritiek in Vlaanderen een stille dood te sterven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − 6 =