Solefald :: Norrøn Livskunst

Indie Records, 2010.

Voor het concept van dit album keken ze naar het begin van de
vorige eeuw. Het toenmalige Noorwegen kende blijkbaar een
renaissance van de oude Noorse mythologie: hier wordt bezongen hoe
het volk omging met deze herwonnen passie en nationale fierheid.
Het is passend dat dit gebeurt in het ouderwetse Noors, waardoor
het voor ons wel jammer is dat de we op die manier niet meer dan de
contouren van het concept meekrijgen. Dat de albumtitel ‘Noorse
levenskunst’ betekent is echter niet moeilijk te ontcijferen, en
wie luistert naar het album zal horen dat er ook een zekere
levenslust in zit.

Muzikaal gezien is de basis, zoals steeds, vertrouwde Noorse
blackmetal. Dat betekent geregeld passages met snerpende
ijspegelgitaren en simpele maar stevig doordravende
drumpatronen en krijsende vocalen. Kan je hier echt niet mee om,
dan zal Solefald ondanks hun explorerende inborst, niets voor jou
zijn. Zowel muzikaal als vocaal is er veel variatie en verrassing
te horen tussen de rauwe metal. Bombastische orgels, piano’s en
synths duiken in meerdere nummers op, soms op plaatsen
waar je het verwacht en soms ook niet.

In ‘Waves over Walhalla’ wordt ijskoude blackmetal succesvol
gepaard aan een warm, organisch klinkend analoog orgeltje. Een
saxofoon is het meest aanwezig in de rustigere gedeeltes van
‘Eukalyptustreet’, maar hoor je ook elders nog terug. Tijdens
‘Vitets Vidd I Verdi’ krabde ik echt wel achter mijn oor van
verbazing, toen ik plotseling een zwoele dansbeat hoorde opduiken.
Dit nummer heeft trouwens wel meer troeven achter de hand om je op
het verkeerde been te zetten.

De band varieert ook erg veel qua zangstijlen. In bijna de helft
van de nummers hoor je het (obligate) zangeresje om het contrast
nog aan te scherpen tussen de cleane en de geschreeuwde zang van de
twee protagonisten. Ze draagt niet altijd bij tot de sfeer of de
emotionele geladenheid, irritant wordt het echter nauwelijks omdat
ze nogal naar achteren wordt gemixt.

Er is echter meer. Zowel in de openingstrack (‘Song Til
Stormen’) als in de afsluiter ( ‘Til Heimen Yver Havet’) houden ze
een blackmetalversie van een poëzievoordracht, en compleet geschift
zijn de trollenstemmetjes die overal doorheen komen ratelen in
‘Tittentattenteksti’
Het album heeft niet één bepaalde overheersende sfeer of emotie.
Een aantal nummers hebben een opvallend vlot karakter, maar het
album is zeker niet van begin tot einde een feestplaat.

Het album start trouwens met een erg rustig, contemplatief
nummer met een folky en psychedelische ondertoon. Daar
tegenover staat dan ‘Stridsljod, (Blackabilly)’. Dit nummer is een
stevig up-tempo folkmetalnummer dat ineens, zoals de titel doet
vermoeden, een stevige rockabillywending neemt. Het zou ook vol
referenties zitten naar één van de boeken van Cornelius
Jakhelln.

‘Eukalyptustreet’ is met ruim negen minuten het langste nummer.
Het begint quasi akoestisch en erg pastoraal. Langzaam evolueert
het dan naar een behoorlijk bombastisch blackmetal gebeuren. De
meest pure blackmetal vind je onder andere in ‘Raudendauden’,
‘Waves Over Walhalla’ (dat een behoorlijk episch karakter heeft) en
‘Hugferdi’, ook al moet je eerst voorbij een soort slaapliedje.

Dit album van Solefald is één om vaak te beluisteren, want na
een paar keer begin je maar vaag een idee te krijgen van waar men
eigenlijk allemaal naartoe wil. Het is erg gevarieerd en sommige
passages lijken bij een eerste beluistering zelfs misplaatst of op
zijn minst ver gezocht. Dit gevoel maakte bij mij gaandeweg wel
plaats voor appreciatie ten aanzien van het experiment en het
karakter dat Solefald uitstraalt. Toch stel ik vast dat het album
me niet echt fascineert of meesleept in de geschetste wereld. Is
het de taalbarrière of wordt een volledige en intense beleving van
‘Norrøn Livskunst’ toch wat in de weg gezeten door het
avant-gardistische?

http://www.solefald.no
http://www.myspace.com/solefald

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 13 =