Motek :: “We zijn beginnen spelen vanuit ons buikgevoel”

Op een blauwe maandag, intussen al ergens een week of twee
geleden, was het ondergetekende een waar genoegen Steven Biebaut en
Wout Roelandts van Motek het vuur aan de schenen te leggen. Een
spervuur van vragen over hun roemrijk verleden tot ver over de
Europese grenzen, het nieuwe lid van hun albumkroost ‘Dragons’ en
dromerige toekomstperspectieven. Over ‘Abused’ en ‘9 5 2 Jam’. Over
‘Tryer’, Duyster en zelfs over P-Magazine. Drummer Ken de Cooman
stuurde zijn kat vanuit Burundi en miste aldus deze heuglijke
bijeenkomst, vol muzikaal gekeuvel in alle ernst. ‘Dragons’ werd
bij enola reeds de hemel in geprezen. Nu is het de beurt aan de
immer sympathieke gitaristen om ons als dusdanig uit te leggen
waarom dat niet meer dan terecht was.

enola: Laten we beginnen bij het begin: hoe is Motek ontstaan?
Waren jullie van het begin af aan vrienden?
Steven:
In 2006, denk ik, zijn wij beginnen samenspelen. We kenden elkaar
al jaren, maar zaten elk nog bij aparte bands. Om een of andere
reden hadden we plots de tijd om samen te spelen, te repeteren, te
jammen. Daarna begonnen we nummers te maken; niet met de bedoeling
om die op plaat te zetten, maar we wilden wel al live eens de
dingen checken…
Wout: We waren toen maar met twee, enkel bas en gitaar.
Steven: We vroegen een kameraad om mee te spelen op drums, maar hij
had geen ambitie en hij was ook een blèter. We hebben toen
een soort van audities georganiseerd: een drummer gezocht via het
stubruforum en de Humo-site en van die dingen. Op die
manier hebben we Ken leren kennen, onze huidige drummer. Dat klikte
direct. Hij speelde fenomenaal, ‘t was supergoed, dus… Eigenlijk
heeft hij de songs ook wel een beetje veranderd.
Wout: Het zijn meer nummers geworden, voordien waren het meer
scapes. Om meer optredens te krijgen hebben we zelf enkele
demo’s opgenomen, maar al snel hadden we de ambitie om beter te
doen. De bedoeling was om eerst bij een vriend een plaat op te
nemen, maar die gast was met zoveel dingen bezig dat het allemaal
maar bleef duren en wij alles twee keer opgenomen hebben. We zijn
dan naar een echte studio getrokken om alles opnieuw op te nemen.
Dat is dan meer een echte plaat geworden, want de sérieux
was intussen ook wat groter. Op die manier leerde Christoph ons
leren kennen, want we werden af en toe gespeeld op Duyster. Hij
heeft ons een contract aangeboden.

En toen kwam ‘Port
Sunshine
‘…
Wout: Christoph richtte voor ons
Noisesome op, een sublabel van EMI. De bedoeling was een forum te
bieden aan wat meer alternatieve groepen, want EMI is meestal vrij
commercieel. Wij waren een makkelijke groep om mee te werken. We
hadden al drie soorten shows, en met onze eigen plaat, zelfs een
volledig afgewerkt product… Om onszelf en zijn label in de
aandacht te brengen, hebben wij vier nummers van die witte plaat
opnieuw uitgegeven waarvoor we ook werkten met vocals. Het
resultaat werd ‘RE: EP’. Daarna volgde ‘Port Sunshine’, onze eerste
plaat voor EMI, en nu is er dus ‘Dragons’.

Wat heeft ‘Tryer’ indertijd teweeggebracht als groot commercieel
succes?
Wout: Dat nummer stond op ‘Port Sunshine’.
Het kwam heel onverwachts en heeft inderdaad wel wat veranderd. We
waren er niet echt voorbereid en konden er ook niet goed op
inpikken.
Steven: Als een nummer toevallig goed scoort op de radio en vaak
gedraaid wordt in De Afrekening, dan moet je zien dat heel de
machinerie (promo, booker,…) op scherp staat, zodat je daar kan
op inspelen. Onze entourage was er echter niet meteen op
voorbereid.
Wout: Wij zijn dan echt beginnen nadenken over hoe we alles in een
vorm konden gieten waarin iedereen zijn ding in vindt. En in die
zin was het wel een gemiste kans. Hopelijk komt er ooit een nieuw
‘Tryer’-moment.

enola: Dus jullie hopen nu eigenlijk opnieuw op
Afrekening-succes?
Steven: Er staan eigenlijk drie
singles op de plaat. ‘Abused’ werd echter al vroeg gelanceerd, maar
sloeg eigenlijk niet zo goed aan.

Abused’ klinkt wel helemaal anders dan de rest van de
plaat. Waarom hebben jullie er voor gekozen om dit nummer, deze
halve stijlbreuk als het ware, toch op de plaat te
zetten?
Wout: Toen we aan dit nummer begonnen, hadden
we het idee dat het naar Motek-normen wel een potentiële single
was. We hebben dan ook geprobeerd van hem snel uit te brengen. Voor
het eerst werkten we met producers. Bij wijze van test hadden we
eerst ‘Abused’ en ‘Motives’ opgenomen, in een tweede fase volgden
de andere nummers. ‘Abused’ is inderdaad ‘poppier’ en commerciëler
dan de rest, maar we zagen al snel in dat we zo geen hele plaat
moesten maken, want dat had niet gewerkt voor ons. We hebben
‘Abused’ er toch opgezet omdat het deel uitmaakte van het
ontstaansproces van de plaat.
Steven: Het was fijn om ook eens iets anders te proberen, het zit
op de rand, maar het blijft wel Motek.

enola: Wat is voor jullie in wezen het verschil tussen ‘Dragons’
en ‘Port Sunshine’?
Steven: De manier van opnemen.
Bij de ‘Port’ hebben we in de studio nog aan heel wat nummers
gesleuteld, bij ‘Dragons’ wisten we daarentegen op voorhand heel
goed hoe alles moest klinken en ingespeeld moest worden.
Wout: Voor ‘Port’ hadden we bij wijze van spreken een
platencontract getekend en drie maand later moesten wij al een
plaat hebben, terwijl we gewoon waren van eeuwenlang te jammen en
op nummers te sjieken. Deze keer hebben we onze tijd
genomen om dingen uit te proberen. Van de eerste nummers waar we
van dachten dat ze op de plaat gingen komen, staat er geen enkel
op. We hadden nochtans veel materiaal liggen waarvan we een idee
hadden hoe we ze gingen afwerken. De studio was trouwens niet echt
conventioneel ingericht: we zijn met een mobiele studio naar een
kapel getrokken.

enola: En waarom per se een kapel? Uit
spiritualiteit?
Steven: Nee, meer voor de sound en de
sfeer.
Wout: Niet alleen dat, we moesten op korte termijn beslissen waar
we naartoe wilden. En vind maar eens een betaalbare ruimte waar je
terecht kan met een grote groep… Via via wisten we dat die kapel
kon gebruikt worden tegen een schappelijke prijs. Toch was de
omgeving inspirerend voor de sound: bij veel nummers vroegen we ons
af hoe die daar zouden klinken, en op die klanken hebben we verder
gewerkt.
Steven: Nu is die kapel een omgebouwd cultuurhuis. We konden het er
ook gezellig maken: er is een ruimte waar we sliepen, een grote
toog waar we al wel eens een pintje konden drinken.
Wout: Er was nog wel een zolder met allemaal heiligenbeelden, en
ook aan de glasramen zie je nog dat het een kapel geweest is.
Ergens werkte het wel inspirerend, maar niet in die zin dat wij
schrik hadden om lawaai te maken. Integendeel, het was vooral fijn
dat we er onze eigen Motek-wereld konden van maken, even weg van
alles. Iedereen zat samen en zolang iedereen zin had, deden wij
voort. We voelden vooral veel minder druk, alles ging veel vlotter
aangezien iedereen op zijn gemak was.

enola: In ‘9 5 2 Jam’, het laatste nummer, horen we precies hoe
belangrijk jammen geweest is in de voorbereiding van
‘Dragons’.
Steven: We nemen onze jams op, luisteren
er naar en recycleren zo in feite wat we al jammend gevonden
hebben. Dan begint het werk pas: we proberen het te evenaren en dat
nummer stilletjesaan te laten groeien.
Wout: We hebben dat nummer eens in het repetitiekot opgenomen, maar
niet met de gedachte “we gaan nu een plaat maken”. In de aanloop
naar die plaat wilden we wel doelbewust met andere muzikanten
samenwerken om zo andere klanken en sounds te proberen. We hebben
ooit met Roel Van Camp (Die Anarchistische Abendunterhaltung, red.)
samen gezeten. Zo hebben we een stukje van een ander nummer,
‘Orbits’ (dat toen ‘Orbits’ nog niet was) waar we niet verder mee
geraakten, zodat we er dus maar even op gejamd hebben. Die sfeer
was zo fijn dat we er gewoon zijn blijven in hangen
(lacht). We nemen meestal dingen op met slechts één
microfoon: als er iets fenomenaals gespeeld worden, dan hebben we
dat toch nog – of ten minste een idee ervan. En die microfoon moet
daar echt op een magistrale plek gestaan hebben, want dat is zo op
die plaat gekomen. We hebben het er doelbewust op gezet omdat we er
eerlijk in wilden zijn dat Motek ook zo klinkt en niet altijd
afgelikte producten aflevert.

Dragons’ is ook een heel stuk somberder dan zijn
voorgangers.
Steven: De plaat is ‘s avonds ontstaan,
al jammend.
Wout: En het was winter, dat kruipt er ook in. Daardoor klinkt de
cd misschien melancholischer dan de vorige, maar ik vind het zelf
eerder een combinatie van kracht en melancholie. Hij is op een
subtiele manier ook veel energieker. Het is niet dat je depressief
wordt van deze plaat. Eerder een plaat om op te leggen wanneer je
het wat moeilijk hebt, om je terug recht te helpen en te zeggen “ik
ga het hier anders aanpakken”.

enola: De nummers op ‘Dragons’ kunnen amper van elkaar weggedacht
worden. Daarom is ‘Dragons’, meer dan ‘Port Sunshine’, een
samenhangend geheel, een totaalpakket.
Wout: Die
samenhang heeft zeker en vast te maken met de sfeer tijdens de
opnames. De sfeer is er echt goed ingekropen, wat niet het geval
was tijdens voormalige studio-opnames, die vaak onderbroken
werden.
Steven: Bij het maken van deze nummers hebben we ook wel eens een
crisismoment gehad, of voelden we dat we niet vooruit geraakten. En
dan hebben we tegen elkaar gezegd: “Foert, geen stress, we moeten
niets, this is for ourselves, het moet gewoon een goede
plaat worden.” Zo hebben we ergens de knop omgedraaid en zijn we
beginnen te spelen vanuit ons buikgevoel.

enola: Hoe lang heeft het uiteindelijk geduurd om de plaat te
maken?
Wout: Sowieso zijn er dingen gebruikt van vóór
we aan de plaat begonnen. Net doordat we zoveel jammen hebben we
een bibliotheek aan riffkes en melodieën. Er zijn ideeën
die soms twee, drie jaar blijven liggen en dan in een of andere
vorm terugkeren.

enola: Je zou dus kunnen zeggen dat jullie in 2006 aan deze plaat
zijn begonnen.
Steven: Sommige dingen speel ik al van
in 2006, maar werden nooit eerder opgepikt omdat ze hun plaats niet
vonden. Maar hoe lang hebben we effectief eraan gezeten? Laten we
zeggen ongeveer een jaar.

enola: Er werd ook veel meer met zang gewerkt. Geeft dat echt een
meerwaarde aan deze plaat? Nummers als ‘Orbit’ bewijzen
bijvoorbeeld dat nummers zonder zang minstens even mooi
zijn.
Steven: Als we zin hebben om te zingen tijdens
de jamsessies, dan mogen we dat en kunnen we dat. Soms wordt er een
lijn gezongen omdat we een idee hebben.
Wout: Van sommige nummers voelen we onbewust dat ze zang kunnen
verdragen. Op ‘Spender’ bijvoorbeeld heeft een hele tijd zang
gestaan, maar de ene helft van de groep vond het niet nodig en de
andere helft wel. Al discussiëren we daar niet echt over: eens
stopt dat gewoon. Dat nummer is gewoon goed geworden zoals het is.
Over ‘Kobenhavn’ zeggen veel mensen dat die zang niet hoefde, maar
ik vind van wel: dat is de mooiste zang die we ooit al gehad
hebben, als ik dat zelf mag zeggen. En op ‘Blister’, waarop ik
toevallig gezongen heb, is er zang gekomen omdat we in het begin
het gevoel hadden dat er iets ontbrak aan dat nummer. Toen hebben
we van alles zitten proberen: keyboard, samples… Tot ik zei dat
ik eens zou proberen te zingen. En dan werd dat goed
bevonden.
Steven: We spelen meestal instrumentaal, en dan vergeten we vaak
dat je ook mag zingen.
Wout: Er zijn veel mensen die klagen en zeggen dat we instrumentaal
moeten blijven spelen, maar natuurlijk moeten wij niets.
Steven: Voor hetzelfde geld is de volgende plaat weer volledig
instrumentaal, of sluipen er toch weer een paar nummers met zang
in, we zien wel.

enola: En die woorden komen ook vanzelf?
Wout: We
hebben er nu wel meer aan gewerkt, zodat het minder puberaal
is.
Steven: Je begint met rijmen, woorden, associaties,… En dan moet
je plots zinnen maken en krijgt het allemaal betekenis. Op den duur
wordt het een verhaallijn, maar zodanig geformuleerd dat het voor
iedereen anders te interpreteren is. Het is ook niet de bedoeling
dat er een boodschap in zit.
Wout: Het zijn open verhalen zonder begin of einde en volledig vrij
interpreteerbaar zijn. Voor iedereen betekent het iets anders. Als
iemand het allemaal letterlijk wil opvatten, dan is dat zo. We
hebben ook geen ambitie om mensen of situaties te veroordelen. Al
wat mooi klinkt, is goed.

enola: Waarom zijn er zo weinig concerten in het vooruitzicht?
Onlangs had je de cd-voorstelling in het STUK in Leuven, maar
voorlopig is jullie agenda leeg.
Steven: De drummer
heeft ons in de steek gelaten! Hij zit in het buitenland, in
Burundi.
Wout: De laatste maand hebben we een nieuwe booker. Die gast heeft
al heel goede dingen gedaan en op korte tijd hebben we al veel
kunnen spelen. Aan de ene kant is het stom dat Ken nu weg is, maar
aan de andere kant is dit de beste periode om even tot rust te
komen.
Steven: Rond de jaarwisseling heeft iedereen het wat drukker, met
feesten of examens…
Wout: En dat niet alleen. De laatste tijd kregen we veel aandacht
gekregen en goede commentaren, ook in de pers. Onze booker is
beginnen werken aan de hand van die persberichten, de resultaten
daarvan zijn natuurlijk niet meteen voor volgende week. Dus ergens
komt het wel goed uit dat Ken nu weg is. Maar als hij er een
halfjaarlijkse gewoonte van begint te maken, dan gaat er toch iets
zwaaien.

enola: Hebben jullie ambitie om op een bepaald festival te staan
deze zomer?
Wout: Ik zou graag Pukkelpop doen.
Werchter spreekt mij minder aan omdat we volgens mij geen
Werchtergroep zijn. En in IJsland zou ik graag Airwaves doen.

enola: Hoe verliepen vroegere buitenlandse ervaringen? Jullie
hebben zelfs in China en Brazilië gezeten.
Wout:
Eerst en vooral valt het op dat wij daar ‘exotisch’ zijn, hé. We
komen van ergens anders en worden daar serieuzer behandeld. Het is
een gouden regel die overal opgaat: hoe verder je van huis
speelt… In België blijf je ‘één van ons’. Het is wel geen
gangbaar genre, dat merk je ook in het buitenland. Hier in Europa
is men heel erg gewend aan heel veel verschillende genres, terwijl
ze in Brazilië in feite puur gericht zijn op metal en (Amerikaanse)
rock-‘n-roll.
Steven: Iedereen stond daar te kijken, zo van “Wat is dat hier?”
Terwijl het uiteindelijk supergoed was. Een massahysterie. Terwijl
ze ons in China hadden gewaarschuwd dat Chinezen heel timide mensen
zijn die meteen na het optreden naar buiten lopen, en dat het
allemaal zeer raar zou zijn. We hadden ons daar op voorbereid, maar
ook daar was het wel anders. We waren nog maar net begonnen,
sloegen een eerste akkoord aan, en ze werden al zot. Er was op
voorhand wel al een soort Chinese buzz op de MySpace, maar
verder kenden ze ons niet.
Wout: We hadden amper cd’s meegenomen omdat we die amper onder de
minimumprijs konden verkopen, willen we geen verlies maken. We
hielden er ook rekening mee dat die mensen niet veel hebben,
terwijl een inkomticket al zo duur is. Maar op de eerste avond
waren alle cd’s al weg.
Steven: Door de politiek en de censuur hebben zij inderdaad een
beperkter cultureel aanbod. Ze komen minder met allerlei dingen in
aanraking, terwijl de jonge mensen toch ook nwel snakken naar
nieuwe dingen. Nu hebben ze eens iets gezien dat wat anders
is.
Wout: We speelden op een festival waar ze raketten in de lucht
hadden geschoten om het vollen bak te laten regenen in de namiddag,
zodat het ‘s avonds droog zou blijven. We geloofden het eerst zelf
ook niet, het is iets met aluminiumdeeltjes die de wolken echt
breken. Het was daar aan het gieten, maar ‘s avonds was het
inderdaad kurkdroog. Ze doen dat regelmatig voor belangrijke
dingen. Het is gewoon een andere wereld. We waren niet eens zeker
of we wel konden spelen, tot vlak vóór het optreden zelf.
Steven: De zaak is in feite gechanteerd geweest. Om te mogen
spelen, moesten de organisatoren heel veel geld betalen, anders
mocht het toch niet doorgaan. Dat werkt daar op die manier.
Nochtans zaten er veel V.I.P.’s, zoals de consul, en toch riskeren
zij het om de zaak af te persen. Siciliaanse praktijken, duizenden
euro’s.
Wout: Ze hebben het ons dat gelukkig pas gezegd na het optreden, om
ons niet te veel stress te bezorgen.

enola: Jullie werden in het verleden een ‘audiovisueel’ collectief
genoemd. Is dat nog steeds een term naar waarheid? Zijn de visuals
nog altijd alomtegenwoordig? Heb je hen volledig
vernieuwd?
Wout: Tijdens de laatste show zijn ze
zelfs meer alomtegenwoordig geworden. We hebben eens iets anders
geprobeerd en dat werd héél positief onthaald. Daar schrok ik zelf
wel van. Het is vooral onze drummer die zich daar mee
bezighoudt.
Steven: Dat is een proces van het vinden van basismateriaal en
dergelijke buiten het repetitiekot, maar natuurlijk is er wel een
rondvraag en wat feedback.
Wout: Eigenlijk is dat het mooiste aan onze groep: in de kern is er
niemand met een vaste taak, maar iedereen houdt zich met iets
bezig. Dat komt allemaal bij elkaar, en samen bespreken we dat. Het
is niet zo dat de verantwoordelijkheden ergens beginnen en ergens
stoppen. We doen alles samen, maar automatisch voelen bepaalde
mensen zich meer betrokken bij pakweg die visuals of het
organisatorische aspect.
Steven: In het begin werkten we al met beeldmateriaal. Maar toen
beperkte zich dat tot wat je op het internet kan vinden, en moesten
we er vooral voor zorgen dat we geen problemen hadden met de
auteursrechten.
Wout: We zijn dan begonnen met dat te monteren op de muziek. Daarom
vonden we dat meteen ook zo tof: het klopte met de muziek. We
dachten toen dat het er niet zo interessant uitzag voor de mensen
die naar ons kwamen kijken: ik zat toen nog neer op mijn
bureaustoel, Ken speelde eigenlijk de hele tijd hetzelfde
(superstrak wel)… We wilden wat sfeer brengen. En door het feit
dat ik technicus was, zijn wij indertijd op een heel
amateuristische wijze met de videorecorder aan de slag
gegaan.
Steven: Wanneer we iets brengen, hebben we ergens wel de neiging om
de zaal volledig in die sfeer onder te dompelen. We hebben intussen
al een beetje een reputatie gekregen: wanneer we ergens toekomen
weten de uitbaters van de zaal of het café dat de hele ruimte
veranderd zal worden. We doen ook alles zelf, technici hebben we
niet echt.
Wout: “Hallo, wij zijn Motek, we komen uw zaal verbouwen.”
(gelach) Van begin tot einde hebben wij alles zelf in
handen. Het is niet zo dat we ergens aankomen en verwachten dat
alles al klaarstaat. Zo’n controlefreaks zijn we wel. Om een
voorbeeld te geven: wij zijn op zondagochtend aangekomen in het
STUK om pas op dinsdagavond te spelen.
Steven: We vinden het plezant om de mensen volledig onder te
dompelen in de sfeer van een plaats. Het visuele is daar een aspect
van, maar de essentie blijft natuurlijk wel de muziek. De
combinatie van beiden zorgt er dan wel weer voor dat er een
dergelijke sfeer wordt gecreëerd.

enola: Wie zien jullie zelf als jullie grote voorbeelden?
Wout: Bij mij is dat eigenlijk Sigur Rós. We willen natuurlijk niet per se klinken als een andere groep, maar als ik zie dat ze vanuit zo’n piepklein Scandinavisch landje zo enorm met hun muziek bezig zijn… Uit een kiem is dat echt een plant geworden, ondertussen zelfs een boom. Als ik dat zie, dan denk ik dat wij ook nog kans maken. Die gasten zijn ook veel te braaf voor deze wereld. Dat geldt ook voor ons.
Steven: Voor mij is dat vooral Robert Shephard van Sophia, al vind ik zijn laatste werk heel wat minder. Afghan Wighs vind ik ook supergoed, een wat oudere band. Het is de band waar Greg Dulli eigenlijk nooit mee is doorgebroken, maar die eigenlijk wel van topniveau is.
Wout: We waren uiteindelijk op ons best toen we net terugkeerden uit Denemarken, na een tournee. Toen mochten we in het Rivierenhof spelen, in het voorprogramma van Mogwai. Net de band waar we tot vervelens toe zoveel mee vergeleken zijn, maar op die avond vond ik dat niet erg. (lacht)

enola: De receptie van de plaat is algemeen positief. ‘Dragons’ werd vaak geprezen in de pers, en als er dan eens kritiek geleverd wordt is het vaak omdat mensen nóg meer van jullie verwachten.
Wout: We mogen zeker niet klagen. En we verwachten ook nog altijd meer van onszelf, hé, anders kunnen we beter stoppen.
Steven: Ik vond het fijn dat er zoveel mensen op die manier reageerden, en dat er zoveel rond geschreven is geweest. En er wordt zeker geen bullshit wat er geschreven wordt: we kunnen overal wel inkomen.
Wout: Uiteindelijk blijven het subjectieve meningen, maar als je ziet dat er veel dingen weerkeren in meerdere reviews, dan is er ook een zekere objectiviteit te bespeuren. Echt afgekraakt werden we nog niet, maar als er dan toch ergens iets gemener geschreven wordt, dan liggen we er niet meteen van wakker. Je krijgt al de aandacht, een plek in een boekske of op een webzines. De beste reviews komen echt van muziekmagazines en -webzines, en dat zijn toch gasten die echt bezig zijn met muziek. In P-magazine bijvoorbeeld hebben we een iets minder, om niet te zeggen véél minder, stukje gekregen. Maar dat waren nog geen vijftien regels, en je ziet dat dat niet om de muziek geschreven is. Gelukkig maar dat er een blote vrouw naast stond, zodat niemand dat stukje zal gelezen hebben. (gelach)
Steven: In de Humo kregen we ook maar een kort stukje.
Wout: Maar bij de Humo zijn we ook nooit kind aan huis geweest. Je merkt dat met die Rock Rally-bandjes: uiteindelijk is dat een deel van Humo, en willen ze vooral die groepen een forum bieden. Maar de recensie was wel positiever dan de vorige keer: we zijn aan het verbeteren. (lacht)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + twee =