Alessandro Baricco :: Emmaüs

Alessandro Baricco-fans worden in 2010 op hun wenken bediend. Dit jaar is Emmaüs immers de tweede vertaling van de Italiaanse meester. In januari was er De barbaren , een indringend essay over de ondergang van de cultuur. Emmaüs is daarentegen een louter verhalende roman, een mijmering over de jeugd met al haar onzekerheden.

{image}Baricco’s schrijverscarrière kreeg een hoge vlucht in 1996, toen hij internationaal doorbrak met Zijde. Dat was zijn derde grote roman, maar een grote stap voorwaarts in ’s mans carrière. Dat bleek al uit de eerste, schitterende zin: "Dit is geen roman. En ook geen verhaal. Dit is een geschiedenis. Ze begint met een man die naar de andere kant van de wereld gaat, en ze eindigt met een meer dat daar maar ligt te liggen, op een winderige dag." Verder ging het boek over jonge mensen en hun houding tegenover relaties, wat ook in Emmaüs centraal staat.

Deze keer zijn het vier knapen, streng katholiek opgevoede kerels, die de hoofdrol wegkapen. Ze gehoorzamen de doctrine van de kerk, ze geloven in God, maar vooral in de mens. Dat is ergens tegenstrijdig, maar Baricco bouwt zijn personages psychologisch heel geloofwaardig uit. De vier vormen een muziekgroepje en in hun vrije tijd gaan ze naar de "wrakken". Dit is een pejoratieve benaming voor de patiënten in het lokale ziekenhuis, mensen waarvan de protagonisten urinezakken afkoppelen om te ledigen.

De vier zijn enorm gefascineerd door de gezichten en de lichamen die veranderen en steeds meer "dood" lijken te zijn, terwijl hun eenzaamheid en lijden constant van eenzelfde intensiteit lijkt te blijven. Het sleutelmoment in het boek komt wanneer de vier contact aanknopen met de rijke Andrea, een opvallend en in het oog springend meisje zonder geloof. Eerst kijken ze naar haar van op afstand, maar dan worden ze uitgenodigd op een feestje met drank en drugs.

De ontmoeting met het meisje doet de wereld van de vier grondig op zijn grondvesten daveren. De katholieke moraal komt aan het wankelen en alle zekerheden beginnen plots te schommelen. Het viertal beseft dat ze even goed een ander leven zouden kunnen leiden, en met de keuze waar ze plots mee geconfronteerd worden, kunnen ze niet allemaal even goed om. De twee werelden staan immers lijnrecht tegenover mekaar en dat heeft een emotionele breuk in de onderlinge relaties tot gevolg.

Alle vier voelen ze zich plots gevangen in deze wereld met haar grote onverschilligheid en haar hebzucht. Hun idee over het leven staat op instorten, ze verliezen eensklaps al hun zekerheden en hun toekomst ziet er ongelofelijk dramatisch uit. Eén voor één scheuren ze zich vervolgens af van de groep, omdat deze geen bestaanszekerheid of warmte meer te bieden heeft.

Emmaüs is in feite een prachtig, kort boekje, dat de lezer meeneemt op een schitterende reis en hem of haar tot de allerlaatste bladzijde volledig in een houdgreep houdt. Baricco blijkt een ongeëvenaard verteller en maakt een schitterend portret over hoe wankel en hoe decisief de jeugd kan zijn in een mensenleven. Niet de gebruikelijke nostalgie was de drijfveer voor dit boek, maar wel een diep begrip voor de angst waar jongeren waar ook ter wereld mee te maken krijgen, als ze hun leven in eigen handen moeten nemen.

Bijbelse taferelen vormen in het boek een soort rode draad, wat magistrale, herkenbare beelden oplevert waar de warmte van af straalt. Zo probeert het viertal door te vasten op een berg terug dichter tot elkaar te komen na een pijnlijke ruzie. Uiteindelijk is er het prangende geloofsverlies dat alles totaal kapot maakt. In tijden waarin de katholieke kerk met haar verhouding tot jongeren sterk onder vuur ligt, is dit boek een intelligent, ontroerend en subliem geschreven filosofisch werkje dat eens andere vragen oproept dan diegene waar mediageile journalisten voortdurend op azen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =