Black Dub :: Black Dub

Er bestaan minder aantrekkelijke jobs dan topproducer. Toonaangevende artiesten bellen je telefoon plat en zwaaien vervolgens met de meest waanzinnige bedragen om toch maar met hen in zee te gaan. Eenmaal de plaat af is en het werk er op zit, blijf je buiten schot; geen lastige interviews, geen druk van de platenfirma en geen slopende tournees. Met de opgestreken poen kan je je eigen creativiteit de vrije loop laten.

Zo sleutelde Brian Eno onlangs nog aan een experimentele ambientplaat en komt zijn kompaan Daniel Lanois nu naar buiten met het gelegenheidsproject Black Dub. Opsommen met welk schoon volk Lanois de voorbije decennia allemaal de studio indook, is onbegonnen werk. Laten we het er op houden dat het hem geen enkele moeite kost om Bono, Bob Dylan en Neil Young bijeen te krijgen voor een avondje kleurenwiezen. Voor Black Dub brengt de Canadese producer drummer Brian Blade, bassist Daryl Johnson en de Vlaamse zangeres Trixie Whitley samen. Lanois zelf omgordt de gitaar en tekent uiteraard ook voor de productie. De filmpjes van de opnamesessies die de afgelopen maanden op het internet opdoken, deden ons al watertanden. Even leek het er op dat een motorongeluk waarbij Lanois zich verwondde, roet in het eten zou gooien, maar nu is het debuut er dan toch. Het minste wat je kan zeggen, is dat het het wachten waard was.

Wie dacht dat Black Dub een schijnmanoeuvre is om Trixie Whitley als nieuwbakken souldivaatje te lanceren — geen nood, we lazen net dat Selah Sue begin volgend jaar haar debuut uitbrengt —, is er wel aan voor de moeite. Hier krijgt het collectief voorrang op het individu, op de hoes prijkt dan ook geen foto van Whitley, noch van Lanois. Het gezelschap laat de muziek (soul meets rock meets jazz meets ambient meets dub) voor zich spreken en op de beste momenten is ieders bijdrage even onmisbaar. Zo wordt "I Believe In You" aangedreven door de lome bas van Johnson en het jazzy slagwerk van Blade, bedwelmt Whitley je met haar intense soulstem en houdt Lanois het geheel bijeen met enkele subtiele effecten. Op het stevige "Last Time" imponeert de ritmetandem Blade – Johnson, kan Lanois zich helemaal uitleven op elektrische gitaar en zingt Whitley alsof haar leven er van af hangt: "It may be the last time/ I don’t know."

Aan het einde van de plaat wordt het allemaal iets broeieriger en vooral nog minder gepolijst dan in het begin. Op het instrumentale "Slow Baby" heersen de galmende gitaren die Lanois recentelijk ook voor Neil Youngs Le Noise aanwendde en voor het ingetogen, haast contemplatieve "Canaan" kroop Lanois zelf achter de microfoon. Het nummer roept herinneringen op aan Shine (2003), de introverte soloplaat van de Canadees en lijkt wel in één take opgenomen. Black Dub is dan ook een groep die op het podium pas helemaal tot leven komt. Een beetje vreemd met een producer die een zelfverklaarde ’studiorat’ is, maar wie de groep al live bezig zag, zal dat enkel beamen.

Black Dub is het resultaat van vier bedreven artiesten die maandenlang onbelemmerd aan een prachtplaat konden werken. Er werd zorgvuldig gemusiceerd en naar elkaar geluisterd. Lanois opteerde voor een organische, vitale plaat die ademt in plaats van te kiezen voor vluchtig vertier of grootse stadionanthems. Maar hey, daar heeft hij al een ander kwartet voor, uit Dublin, niet?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + vijf =