The Shadow Theory :: Behind the Black Veil

Inside Out Records, 2010.

Devon Graves is een typisch voorbeeld van een erg getalenteerd
muzikant, waarvan vele fans niet begrijpen dat zij eigenlijk maar
met zo weinig zijn. Als zanger, gitarist en songschrijver streeft
hij ernaar zichzelf steeds opnieuw uit te vinden, en tegelijkertijd
muziek te maken die min of meer vertrouwd in de oren blijft
klinken. Na vijf albums met Dead Soul Tribe was het weer tijd voor
verandering.

Een nieuwe band werd samengesteld met de expliciete bedoeling
zich voor de eerste keer te wagen aan het summum van de
progrockbravoure: een conceptalbum. In de band vinden we Kristoffer
Gildenlöw (ex-Pain of Salvation)
terug op bas en Johanne James van Treshold op de drums. Naast deze
drie ervaren spelers nemen twee “ontdekkingen” van Devon Graves de
verantwoordelijkheid op voor toetsen en gitaren, respectievelijk de
Duitser Arne Schuppner en de Griek Demi Scott.

Alle betrokkenen kunnen trots zijn op het ambitieuze project.
Dit conceptalbum zet zijn voet naast de grootste in het genre, en
is allesbehalve een tenenkrommende oefening in het verenigen van
het onverenigbare. Naast een hoogstpersoonlijk werk is deze schijf
ook een duidelijke ode aan de harde muziek en enkele grote namen
uit de hardrockgeschiedenis. Dat blijkt al uit de cover en het
gekozen concept. De hoestekening is ternauwernood geen rip
off
van King Diamond, en het nachtmerries- en geestenverhaal
heeft een degenererende, verslaafde rockster als
hoofdpersonage.

Vrees niet voor een uurtje riffs jatten, alle nummers zijn goed
uitgewerkte, dynamische, emotionele eigen composities. Naast een
donkere sfeer die past bij het concept, valt ook een enorme
gedrevenheid op, op het randje van het jachtige. Hoewel de meeste
nummers geen plankgas geven van begin tot eind, is het enige echte
rustpunt de zesde track ‘Selebrate’. Het is een folkrock stomp die
erg aan Led
Zeppelin
doet denken, met een Devon Graves die zonder veel
moeite een opperbeste Robert Plant
neerzet.

De eerste helft van het album wordt nogal gedomineerd door
zware, modern klinkende, laag gestemde metalriffs. In ieder nummer
krijgen ze wat weerwerk van zang of toetsen, om als het ware een
duel uit te vechten. In openingsnummer ‘I Open Up My Eyes’ is dat
bovendien ook de dwarsfluit van de bandleider. Thrashriffs vs
dwarsfluit: het lijkt een ongelijke strijd, maar de spankracht in
het nummer is grandioos. Die fluit is niet nieuw voor Devon Graves,
maar het blijft natuurlijk ook een referentie aan Jethro Tull.

‘Ghostride’ is zoals het zou moeten zijn: een meeslepend, heavy
en beklemmend nummer, en vooraleer aan het rustpunt te komen haalt
‘By the Crossroads’ nog een keer stevig uit. Daar zie je trouwens
een thema uit de oersoep van de rock en blues opduiken.

De tweede helft van het album lijkt minder te draaien rond de
pure kracht van de riff. We horen een bombastischer en technischer
spel. ‘Snakeskin’ begint aanvankelijk ook nog wel met een stevige
riff, maar gaandeweg neemt het orkestrale toetsenspel de
lead over. ‘Sleepwalking’ wordt volledig gedomineerd door
de Korgs en Casio’s van Demi Scott, maar niet zonder dat de
gitarist daar een echt stukje proggepiel tegenover mag
plaatsen.

Vóór het album eindigt met het mini-epos ‘A Symphony of
Shadows’, horen we nog een sinister hoorspelletje voor akoestische
gitaar, piano en fluisterstem. Het slotnummer is zonder twijfel het
‘Bohemian Rhapsody’ van de (prog)metal. Op en neer gaan tempo en
intensiteit, begeleid door allerlei vocale capriolen. De dwarsfluit
maakt trouwens ook weer haar opwachting. Al dat muzikaal theater
mondt uit in een grande finale waar Freddy Mercury best trots op
had kunnen zijn.

Een aspect van de band dat ik eigenlijk nog niet genoeg
benadrukt heb is de vocale superprestatie van Devon Graves zelf.
Die man trekt hier werkelijk alle registers open: van laag,
agressief en grommend zingen tot hysterisch uithalen, maar altijd
loepzuiver en behept met een emotionele intensiteit die je doet
verstommen en je nekhaar rechtzet. Ik wist wel dat deze kerel
klasse had, maar dit is bijna een klasse apart.

Dit album is wat mij betreft een onverwacht pareltje, Dead Soul
Tribe was ik wat uit het oog verloren en prog is sowieso geen genre
waar ik erg dicht op zit. Dit album heeft echter een onmiddellijke
aantrekkingskracht, en bij iedere volgende luisterbeurt vallen er
weer nieuwe dingen op. Het verhaal is goed gevonden maar
uiteindelijk, zoals meestal bij conceptalbums, niet meer dan een
kapstok om gevarieerde en gelaagde muziek aan op te hangen. Dat die
echter zo meeslepend en van hoog niveau is kom je minder vaak
tegen.

Devon Graves toert binnenkort overigens door Europa met zijn
eerste (herenigde) band Psychotic Waltz. Op 27 februari 2011 staan
ze in Hof Ter Lo, samen met Nevermore en Symphony X.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 4 =