Shrinebuilder

De Kreun, Kortrijk, 10 november 2010

Zoals ik aanhaalde in mijn recensie van het
album betekent Shrinebuilder vooral wachten. Dat was zo voor de lp
en nu dus ook voor het eerste optreden. In april dubbel door m’n
neus geboord omwille van die vulkaan maar nu dus toch in De Kreun
en de herneming op Roadburn volgt volgend
voorjaar.

Een uitgelopen vergadering op het werk en vaderlijke
verantwoordelijkheid thuis verhinderden mij op tijd te komen voor
het voorprogramma. Dat was Kingdom, nevenproject
van AmenRa. Op basis van een vorig optreden en de recentste cd
leeft het teleurgestelde vermoeden toch iets gemist te hebben maar
het zij zo.

De hoofdact dan, of moet ik zeggen hoofdacts? Zouden de vier
samenstellende delen van deze supergroep, met elk hun bagage, in
staat zijn om als een eenheid de doem te preken? De ervaring de
kunde en de onvoorwaardelijke bewondering van (voor elk een deel
van) het publiek hebben ze. De synergie kan maar van op het podium
bevestigd worden.

Het viertal verkoos te beginnen met het laatste nummer van de
plaat, ‘Science of Anger’, met daarin een belangrijke rol voor de
vocalen van Scott Kelly ook al omdat die van Wino er eerst helemaal
niet goed uitkwamen. Een euvel dat maar moeilijk opgelost geraakte.
Zijn gitaarspel en podiumprésence waren van in het begin
vlekkeloos. Alleen de oergeesten weten hoe deze sjamaan van de zes
snaren het klaarspeelt om gedurende een heel optreden lang zulke
esoterische klanken uit zijn instrument te krijgen zonder te
vergeten dat in een metalband ook riffs gespeeld moeten worden.
Daarvoor kon natuurlijk ook vertrouwd worden op Scott Kelly en de
ritmesectie. Laat ons die vooral hun deel van de lof niet
ontzeggen. Klinkt dit op plaat vooral als een
Kelly/Wino-samenwerking dan merk je live ook de wezenlijke bijdrage
van Dale Crover. De Melvins-drummer ranselt zijn trommels en
cymbalen aan een strak tempo maar met erg veel variatie. Hoe ver de
rest ook afdrijft op hun meditatieve zielzoekende trips, Dale
verzorgt een onbreekbare connectie tussen de overige spelers en de
aarde. Ook Al Cisneros, de vriendelijke Hulk, is erg aanwezig met
zijn imposante gestalte en ditto basgeluid. Zijn typische
zangpartijen klinken live net zo veel als bezweringen als op plaat
maar toch iets rauwer of was dat ook een microfooneuvel?

Alle vijf nummers van het album werden gespeeld met als
uitschieters ‘Solar Benediction’ en ‘Pyramid of the Moon’. Dat
eerste zorgde voor een welgekomen ontlading na een wat zwakker
intermezzo met een cover van Creedence Clearwater Revival
(‘Effigy’) en een korter niet uitgebracht nummer, ‘We let the Hell
Come’. ‘Pyramid…’ sloot de set majestueus af. Gaandeweg schoven
de drie gitaristen steeds verder naar achter op het podium naar de
kit van Dale Crover toe. Zo eindigde het optreden met de vier naar
elkaar gekeerd, vastgeklikt in een meeslepende jam. En zo kunnen we
de startvraag beantwoorden: ja, er is sprake van synergie.

Al is dat misschien niet gedurende de hele set het geval geweest.
Goed voorbeeld hiervan is misschien het instrumentale gedeelte voor
‘Pyramid…’. Vooral Wino ging daar redelijk op een ego-trip met
zijn gitaar en e-bow maar je merkt dat de anderen dat wel toelaten
en van zodra Crover met zijn roffels de troepen tot de orde roept,
schuiven we van ambient gepingel terug op naar de doom-dreun. Is
dat het kenmerk van de echte “supergroep”, dat ieder zijn eigenheid
en karakter meebrengt en dat kan tonen binnen het kader van een
nieuw bandgeluid? Shrinebuilder gaf een pakkende, meeslepende set
die weliswaar niet vlekkeloos verliep maar dat was eigenlijk geen
probleem. Dit optreden blijft nog lang nazinderen en dat dipje
wijten we aan het feit dat de tour nog maar net begonnen was. Als
je dus de kans mocht krijgen om ze binnenkort ergens anders in
Europa aan het werk te zien, niet laten liggen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 4 =