The Kings of Frog Island :: III

Elektrohasch Schallplatten, 2010

Het vorige album van The Kings of Frog Island (met de originele
titel ‘II‘)
werd door collega Aaren twee jaar geleden in de hoogste regionen
van het stoner genre geprezen. Schaamrood kleurt mijn kaakjes als
ik zeg dat ik die plaat nog steeds niet beluisterd heb. Er
verschijnt dan ook zoveel, niet? Neem bijvoorbeeld de bezigheden
van KOFI voorman Matthew Bethancourt, die vorig jaar nog een album
uit bracht met Cherry Choke en tot 2008 ook erg actief was met
Josiah. Volg het allemaal maar! Deze bespreking gaat echter over
KOFI-III. Het was geen makkelijke kennismaking met de band, maar
wel een lonende. Het derde album zou ook het laatste album zijn,
dus misschien is dit wel een goed moment om de volledige artistieke
output van die gasten in één keer te leren kennen.

‘III’ begint hoogst eigenaardig met een sinistere en dramatische
voordracht van de namen van een reeks ter dood veroordeelden. De
“Britsheid” die hiervan uitstraalt blijft karakteristiek voor het
hele album. Tegendraads, vastgeklonken aan de geschiedenis en
doordrenkt van een soort lachloze humor die te serieus is om
sarcastisch te zijn. The Kings doen waar ze zin in hebben, net als
The Queens die zonder discussie hét belangrijkste referentie zijn.
En ook al lijkt Matthews stem zelfs op die van Josh Homme, toch is
de band geen kopie. Dit album ademt en leeft, het is een creatie
met karakter en cojones, net als de mensen die het
componeerden.

Na die verontrustende opmaat start de rock dan toch met ‘Glebe
Street Whores’. Volgens de tekst kloppen deze dames overuren, maar
ook zonder dat brokje informatie doet deze stamper mijn bloed
sneller stromen. Daar is niet altijd veel voor nodig, maar in dit
geval toch minimaal een smoorhete fuzzy gitaarriff, een catchy
zanglijn, een psychedelische solo en stoïcijns doordrammende
ritmesectie.

Het volgende nummer is ‘Bride of Suicide’, en nu worden de zaken
terug ernstiger. Die stoïcijnse ritmesectie is nog steeds aanwezig,
maar de gitaren en de zang meanderen nu veel meer en scheppen een
bezwerend, rokerige sfeertje. En die rook komt volgens mij niet van
een haardvuurtje, maar eerder van een nasmeulende
heksenbrandstapel.

Dat bluesy aspect wordt nog veel verder uitgediept in de rest van
het album. Om te beginnen in de volgende track (‘Dark on You’),
maar ook in ‘I Ain’t Sorry’ and a ‘Cruel Wind Blows’. Die eerste
twee krijgen nog een donker psychedelisch tintje mee, het laatste
is een semi-akoestische mijmering die plots toch zijn slagtanden
laat zien.

Wat ik nu doe ten dienste van de recensie – door de nummertjes heen
springen – moet de luisteraar zeker niet doen, dit album moet als
geheel gesmaakt worden. In de context van het geheel komen ‘The
Keeper of…’ en ‘More Than I Should Know’ perfect logisch over.
Het zijn psychedelische jams zonder veel houvast voor de
luisteraar, maar wel met een ferme grip op je aandachtscurve. Warme
baslijnen, fuzzy gitaarescapades en bijna etherische zang nemen je
mee op een trip door de ‘moors’ van Engeland. Die zijn vol
fascinerende plekken, niet altijd even gastvrij, maar gelukkig
weten Matthew en zijn compagnons waar we wel en waar we niet moeten
zijn.

En waaróm we over die heidelandschappen dwalen wordt duidelijk als
we naar ‘Ode to Baby Jane’ luisteren. Een hypnotiserende stonerjam
die onder je huid kruipt en ondanks zijn repetitieve eigenschap
nooit verveelt. Niks verveelt er trouwens aan deze cd. En weet je
hoe dat komt? Omdat alles met overtuiging en liefde is
gecomponeerd: ik hoor ook wel dat hier uren en uren studiowerk is
ingekropen voor opnames en mix, maar toch wordt dat warme gevoel in
de onderbuik nog steeds doorgegeven van muzikant naar luisteraar.
Dat is verdomme geen koud kunstje, ik heb de laatste tijd cd’s
gehoord met meer muzikaal vernuft maar oneindig veel minder
gevoel.

Ik weet niet wat het geheim van Matthew en zijn
kikkereilandkoningen is, maar dit is verdorie geen kattengespin. De
nummers van ‘III’ vloeien in elkaar over en hoewel nergens brutaal
of agressief zetten ze zich zonder veel tegenspraak vast onder je
hersenpan, zo tussen het verlengde merg en de kleine hersenen. Die
neurologische niemandslanden waar de vrije wil nu eens nougatbollen
over te zeggen heeft. Fans van QOTSA, Brant Bjork, Fu Manchu, enz. raad
ik ten zeerste aan om dit te checken, al mogen ze zich niet
verwachten aan een gemakkelijke trip.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − vijftien =