The Kings of Frog Island :: II

‘Soms komt het plezier vanuit onverwachte hoek’, het zou een
slogan kunnen zijn voor de volgende Oral B-bruistablet, maar het
past minstens even goed bij ‘II’ van het Britse The Kings Of Frog
Island (who the fuck dat ook wel mogen wezen). Ondergetekende
doorliep tijdens een dood moment (zo tussen het leren en de
dagelijkse dosis hardcore, barely legal, damn right sensational
porn
in) al het nieuws dat VPRO Luisterpaal momenteel aanbood,
een klusje waar we bij een doorsnee lichting een goeie drie
kwartier in opgaan. The Kings Of Frogs Island hebben er ditmaal
echter anders over beslist, ze hebben ons zelf zover gekregen het
volgende te beweren (na heel wat wikken en wegen over het al dan
niet verantwoord zijn daarvan): de nieuwe Queens Of The Stone Age
zijn opgestaan, en dat terwijl de oude nog alive and
kicking
zijn. Helaas gebeurt dat kicken van Homme en kornuiten
de laatste jaren een eind weg van de aanvankelijke Kyuss meets
melodie formule, zodat ons lijstje met stonerhelden z’n kopman
kwijt was. Was, inderdaad, want met ‘II’ kan elke woestijnrocker
zich een nieuwe favoriet in huis halen. Eat dust Fu
Manchu
!

‘II’ is geweldig (de harde keuzes voor de onvermijdelijke
eindejaarslijstjes beloven plots veel minder hard te worden), een
mokerslag, maar dan wel zo eentje die je niet genoeg kan krijgen.
Zo geweldig dat we hem op dezelfde trede van ‘Dopes to Infinity’ en
‘Queens Of The Stone Age’ durven te plaatsen, weliswaar bescheiden
in hun schaduw, maar niettemin op de bovenste plank. Koop ‘II’, en
je krijgt zowat elke geweldige plaat die het genre rijk is, maar
dan afgestoft, wat niet wegneemt dat het zand je in de oren komt
vliegen.

Hallucine/Hallucination”, moeilijker moet een tekst niet
zijn om een motherfucker van een song te maken, getuige
‘Hallucination’, een op de oude leest gestoelde rif, opgediept uit
de krochten waar enkel de echte ruige stoners durven rondwaren,
zeer bezwerende zang (Dave Wyndorf-iaans bijwijlen), maar het zijn
uiteindelijk de ongelofelijk geile backing vocals die het
hem doen. En met ‘het’ bedoelen we: het beste smeden dat we sinds
lang gehoord hebben, en neen, kluizenaars we ain’t. Tot we
plots nog iets beters hoorden, meerbepaald ‘Welcome To The Void’,
een lap psychedelica in de beste Hawkwind-traditie. Als u hier niet
bang van wordt, bent u ofwel een hele ruige, ofwel gewoon
behoorlijk oostindisch doof. Uw keuze.

‘The Watcher’ is (verrassing verrassing!) alweer van hetzelfde
duizelingwekkende allooi. Het is meer Seasick Steve dan elders op
‘II’ wel, ietsje rustiger dus. We vonden het zelfs uitstekend
passen bij het satanische Western-sfeertje uit de (zeer aan te
raden) soundtrack van ‘Oh Brother Where Art Thou?’, net zoals
‘Amphibia Rising’ de melancholie van ‘Crouching Tiger, Hidden
Dragon’ oproept, iets wat in ons ogen altijd een compliment is. Een
groot zelfs.

We zullen het maar meteen verklappen: elk nummer op deze plaat
vinden we niet minder dan uitstekend, zelfs een schijnbaar
niemendalletje als ‘Laid’ ontpopt zich tot een prachtsong, in dit
geval een eigen interpretatie van Fleetwood Macs ‘Albatross’, de
woestijnversie uiteraard. Eveneens in de categorie ‘heerlijke
staaltjes epigonie’ horen ‘Satanica’ en ‘Witching Hour’, flirtend
met respectievelijk QOTSA ten tijde van ‘Lullabies
to Paralyze
‘, en (alweer) QOTSA ten tijde van ‘Songs for
The Deaf
‘. Een mens zou voor minder euforisch worden. En dan
heeft u de rest nog niet gehoord. Kopen die plaat, nu!

www.myspace.com/thekingsoffrogisland

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 5 =