PUKKELPOP 2010 :: Club, vrijdag 20 augustus

Vrijdag, Clubdag: geen enkel podium vandaag heeft een sterkere line-up van jonge beloftevolle bands. Op papier toch, want enkele beloftes laten het afweten, en ook de start is niet wat we hadden verwacht.

General Fiasco mag al vroeg in de middag aantreden in de Club. Het uit drie schriele mannetjes bestaande collectief wordt wel eens het Noord-Ierse antwoord op The Kooks genoemd, zoals Die Antwoord het Zuid-Afrikaanse antwoord op De Jeugd Van Tegenwoordig is. Kon wel eens meevallen, dachten we. Helaas. Al erg vroeg in de set wordt echter duidelijk dat deze jonge knaapjes maar weinig weten te forceren, ook al klinkt het op het eerste zicht dan nog wel oké. Stevig, dat wel, maar wel volstrekt niet origineel en zelfs wat achterhaald. Uiteindelijk zijn het toch vooral de festivalmaagdjes die deze voorgekauwde indierock weten te smaken. Een grijze muis.

Speech Debelle staat vroeg op de dag geprogrammeerd en dat is er aan te merken.Zowel de dame zelf — wat een verschil met enkele maanden terug in de Handelsbeurs, toen ze nog lustig in het rond sprong en dolde met het publiek — als de toeschouwers lijken nog niet helemaal wakker. Een uptempo “Go Then, Bye” brengt even beterschap, maar helaas geen soelaas. Zelfs de continu breed glimlachende contrabassist kan daar niets aan veranderen en niet veel later zit de show er al op.

”Dit is toch niet weer van die rustige indie zoals het hier al heel de dag is hé?”, horen we iemand tegenpruttelen, net voor indiepoppers Avi Buffalo aan hun optreden in de Club beginnen. Wij ontkennen aanvankelijk nog halstarrig, maar toegegeven: ook wij krijgen halverwege een duimen-draai-gevoel: het is toch wel wat veel van hetzelfde. Nochtans had het titelloos debuut van het trio eerder dit jaar ten huize goddeau een ronduit verslavende uitwerking. Dat niveau wordt in de Club helaas niet gehaald.

Het gitaarspel van frontman Avigdor Zahner-Isenberg mag immers nog zo virtuoos zijn, de lieflijke songs helden gevaarlijk over richting kigheid. Bijna onbeholpen stonden de jonge muzikanten op het podium. Hitje “What’s In It For” leek even de set tot boven de middenmaat te zullen tillen, maar de grote stiltes tussen de nummers én het ontbreken van fraais als “Jessica” en “Where’s Your Dirty Mind” duwden Avi Buffalo verder kopje onder. Laten we het houden op beginnersfouten en te grote verwachtingen van onze kant en hopen dat de band in het najaar een alles en iedereen imponerend clubconcert komt geven.

En dan de groep die de mooiste samenzang van Pukkelpop 2010 voorschotelt. Local Natives werd eind januari door goddeau bestempeld als “groep met toekomst”, en bewijst in een nokvolle Club dat ze die titel niet gestolen hebben. De Californiërs zoeken een evenwicht tussen de finesse van debuut Gorilla Manor en de adrenaline die het publiek hen geeft. Energiek percussiespel, Afrikaanse ritmes, bloedmooie harmonieën en stuk voor stuk aanstekelijke popliedjes. Local Natives schudt losjes songs als “Wide Eyes” en het buitengewone “Airplanes” uit de pols. Dat laatste en afsluiter “Sun Hands” slagen er zelfs in om de loomheid van een warme festivaldag in een handomdraai om te zetten in een uitgelaten springen. Uitzonderlijk goed.

“You are the diamonds!”: Marina & The Diamonds maakt er geen geheim van dat u het zelf moet doen qua diamanten en het geen verkapte groepsnaam is. Maar net zoals die blinkende steentjes is het publiek eerder schaars, en vult het de Clubtent nauwelijks. Zonde, zo zullen we u tot het einde onzer dagen blijven bezweren. Marina Diamandis maakt het soort perfecte pop waar radiogolven overal te lande mee gevuld zouden moeten worden maar blijkbaar — zie ook Delays — is het op dat vlak vechten tegen de bierkaai.

Diamandis pakt nochtans aardig uit, met een scherp “Mowgli’s Road” als opener en een venijnig “Girls” kort daarna. Het duurt echter tot “Hollywood” voor een al wat meer volgelopen tent helemaal uit zijn dak gaat. Terecht overigens: de high energy pop van de Grieks/Britse is hier op zijn best, net als in het naar Tori Amos neigende rustpunt “Numb”. Grote kunst is het allemaal niet, briljante popmuziek des te meer. En dus zeggen wij: meer van dat, en minder van dat andere!

Hetzelfde geldt aan een heel andere kant van het spectrum voor Beach House. Ze leverden met Teen Dream een van de mooiste platen van het jaar en ook hun zaaloptreden, enkele maanden geleden, was fantastisch mooi en hartverwarmend. Of de groep als afsluiter van de Club dat trucje nog eens kon overdoen? Alstublieft? Welzeker. Moeiteloos zelfs. Of hoe schrijnende liefdesliedjes als “Lover Of Mine” en “I’ll Take Care Of You” onmogelijk de mist in kunnen gaan. Een klanktapijt aan orgels, de in cirkels draaiende, galmende gitaar van Alex Scally, drums die onze hartslag overnemen en het fascinerende haar van zangeres Victoria Legrand zorgen daarvoor. “It’s happening again,” klonk het aanvankelijk in “Silver Soul” maar werd voor de gelegenheid omgeturnd tot “It’s hurting again”. Het is weer gebeurd, Beach House had ons weer bij het nekvel. Droompop voor het slapengaan, met de volle maan die tussen de bomen schijnt. Zucht. Wij zwééfden naar onze tent na afloop.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =