PUKKELPOP 2010 :: Club, donderdag 19 augustus

Het is pijnlijk vroeg opstaan, maar elke keer weer de moeite: in de Club zijn de aantredende groepen al vanaf het begin te verkrijgen aan ontdekkingsprijzen. Vorig jaar stond hier Florence + The Machine, weet u wel.

Al even bevreemdend als dat openend vuurwerk van daarstraks in vol zonlicht — een feestelijk soort startschot, we begrijpen dat wel, maar kom, beetje geldverspilling voor een organiserend socialist, niet?– is zich blootstellen aan Chapel Club als Pukkelontbijt van 2010. Devoten van de heilige drievuldigheid Joy Division – The Smiths – The Cure behoeven eerder de intimiteit van de nacht dan de uitgelatenheid van een vers festival. Het Londense kwintet maakt er geen punt van. Zanger Lewis Bowman is uitstekend bij stem en in een mum van tijd geraakt het publiek bedwelmd door die existentiële angst, die zwarte folie van het leven die er pas na ettelijke jaren en veel wilskracht weer af gaat.

“The Shore”, gratis te downloaden op hun website, is daar een goede illustratie van; de passionele twangs werken als golven kippenvel, alles zit perfect op zijn plaats, een grote song. Anders dan White Lies, ook duidelijk geïnspireerd door de grote Engelse groepen, is Chapel Club een eerbetoon met sterke songs en een eigen smoel, eerder dan snelle copy/paste. Nog geen album uit, maar een groep die wel eens snel hoog op de affiche kan komen te staan. Of herinnert u zich niet meer hoe Editors ooit om 15u op de main stage van Werchter stond voor een honderdtal amper geïnteresseerden?

Ze spelen met zo’n urgentie dat het mooi is om te zien, het gaat over de verkniptheid van slaapkamerrelaties (eraan onderdoor gaan op doorbraakplaat Midnight Organ Fight, er van genezen op huidig album The Winter Of Mixed Drinks) en toch lijkt alles bij Frightened Rabbit (hun naam onwaardig) een groot feest. “Is that you in front of me/Coming back for even more of exactly the same/You must be a masochist/To love a modern leper like me,” zingt zanger Scott Hutchinson al meteen in opener “The Modern Leper” en gooit er nog “I’ve crippled your heart a hundred times” achteraan.

Wie naar de teksten luistert, zit nu al met een dichtgeknepen keel, de rest vindt die aarzeling tussen Springsteen en zatte Schotse folk geweldig — er wordt dan ook al danig wat bier geconsumeerd. “She was no cure for cancer/And all my questions still ask for answers/There is nothing like someone new”; het regent hier schone woorden verpakt in meezingers. Een beetje zoals bij Villagers, die hier morgen zal staan. Alleen is bij de Schotten het glas hoopgevend halfvol. Een afsluiter? “It takes more than fucking someone you don’t know to keep yourself warm.”

Dag één, twee uur ’s middags en er is al een raadsel opgelost. Tame Impala laat horen hoe The Beatles in een psychedelisch bad klinken en draait zo MGMT een loer. Hoewel de Aussies onzeker op het podium staan en er niet aan denken om interactie met het publiek te creëren, slagen ze er wel in de puzzelstukjes op de juiste plaats te leggen. Kevin Parker’s hallucinante zang past perfect bij de straffe gitaarsolo’s en de psychedelica bouwt al snel een stevige muur op. Veelbelovende band die in het najaar en 2011 potten zal breken. Geloof ons!

Hoe hoger de gitaren worden omgord, hoe groter de fun. Die regel geldt alvast voor het viertal van Darwin Deez. Ze zien er uit als aerobicinstructeurs en orneren hun set met de meest dwaze danstussendoortjes, zodat het al snel lijkt alsof hun robot/dancemoves beter zijn dan hun nummers. Beetje onterecht. De aan The Strokes schatplichtige gitaarriffjes en hun aan het “don’t worry, be happy”-principe ontleende, vrolijke popnummers zijn onschuldige, hapklare tussendoortjes, waarop het fijn meeknikken is. Hilarisch moment: het ingestudeerde dansje bij Beyoncé’s “Single Ladies” en “Walk Like An Egyptian”. Plezant en lichtvoetig. Zoals de sfeer op deze wei, quoi.

Ook tjokvol goesting : meneer en mevrouw (en helpende extra gitarist en drummer) Band Of Skulls. Weinig origineel, maar wel met de nodige passie — daarmee komt een mens ook al een heel eind, we delen het maar even mee. De man-vrouw-no bullshit rock-‘n-rollformule blijkt nog steeds niet uitgewerkt. Opener “Light Of The Morning” zet meteen orde op zaken : beetje bruut, trefzeker meezingen met het bluesy gitaarrifje en er wilde distortion en roffelende drums aan vastplakken, het werkt als gesmeerd. En ook tedere, doch niet zonder het nodige gitaargeweld, liefdesverklaringen als “Fires” blijven overeind en lijken “main stage” te roepen.

“White Stripes !” echoot het onvermijdelijk, maar heeft u die hier ergens gezien, misschien? Op deze jubileumversie, meneer Mahassine? Het is dus gepermitteerd. Trouwens, potige doch zonnige nummers als “I Know What I Want” met een eeuwenoud maar functioneel catchy “It’s alright, it’s okay/I got the time but the time don’t pay” zijn er nooit genoeg op een festival. En sexy dieren als zangeres/bassiste Emma Richardson ook niet.

Waarop wij de sexy dieren op andere podia (en omstreken) gaan zoeken. Geen gegadigden gevonden om Minus The Bear, Miike Snow of Fat Freddy’s Drop (wie?!) te verslaan. Tot morgen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × drie =