Mary Gauthier :: The Foundling

Hartenpijn en verdriet zijn uitstekende drijfveren voor muzikanten. Hele platenkasten werden al gevuld met de klaagzangen van artiesten die hun hart uitstorten op een cd-schijfje, in de hoop dat gedeelde smart ook echt halve smart is. Zo probeert ook de Amerikaanse Mary Gauthier al vijf platen lang haar verleden van zich af te zingen, maar het conceptalbum The Foundling bewijst dat de wonden nog lang niet geheeld zijn.

Op The Foundling vertelt Mary Gauthier in tien songs over haar turbulente levensloop. Met een jeugd als die van Gauthier hoeft het niet te verbazen dat deze dame lang geworsteld heeft met een drugsverslaving. Als kind werd ze te vondeling gelegd, waarna ze een jaar in een weeshuis doorbracht om uiteindelijk geadopteerd te worden door een koppel dat allesbehalve gelukkig getrouwd bleek. Op haar vijftiende liep Gauthier weg van haar adoptieouders om uiteindelijk, na vele jaren van drugsverslaafde omzwervingen, op haar 35ste troost te vinden in de muziek.

Maar zoals gezegd, geen betere inspiratiebron voor songteksten dan een leven vol drugs en vooral veel miserie. The Foundling is een harde, weinig positieve plaat, maar net daardoor is ze openhartig en kwetsbaar. Het is niet moeilijk om de parallellen te zien tussen de vondeling waarover de plaat gaat, en Gauthiers kindertijd. Het beeld dat daaruit naar voren komt, is allesbehalve rooskleurig. Radeloosheid, eenzaamheid, een gebrek aan liefde en het gevoel van nergens thuis te horen en niemand te zijn, het zijn maar enkele van de thema’s op deze weinig opgewekte plaat. Gauthier is technisch zeker niet de meest begaafde zangeres, maar haar doorleefde zangstem en haar no-nonsense stijl maken dat de liedjes op The Foundling weten te raken zonder nodeloos dramatisch te klinken.

Soberheid is het sleutelwoord voor The Foundling. Meer dan een akoestische gitaar, een met brushes bespeeld drumstel, een viool en een accordeon komen er niet aan te pas. Hetzelfde met de albumhoes: een eenzaat die blootsvoets door de pikzwarte nacht dwaalt. Beter kan het verhaal en de sfeer van deze plaat niet samengevat worden.

In The Foundling schetst Gauthier hoe zij op zoek ging naar haar biologische ouders en hoe ze, na een lange zoektocht, uiteindelijk telefonisch afgewezen werd door haar biologische moeder, die alle verdere contact weigerde. In “March 11, 1962” (Gauthiers geboortedatum) wordt dat finale telefoontje herwerkt tot een erg confronterende song. Het aangrijpende “Blood Is Blood”, een soort poëtische identiteitscrisis, focust dan weer op het gebrek aan voorgeschiedenis waarmee adoptiekinderen worstelen. Dat Gauthier geen vrolijke verhalen vertelt, blijkt ook in “The Foundling”, het verhaal van een vondeling, “unloved and unblessed”. Als de Bob Dylan van de ongewenste kinderen legt Gauthier de vinger op de wonde. En nummers met titels als “Mama Here, Mama Gone” of “The Orphan King” behoeven geen verdere uitleg.

Als geheel is The Foundling echter niet overtuigend genoeg om de luisteraar helemaal omver te blazen. Gauthiers verhaal is aangrijpend, haar songs degelijk, het concept duidelijk, maar als plaat is The Foundling gewoon niet sterk genoeg. De meeste songs lijken meer op muziek gezette verhalen dan echte songs. De mix van blues, folk en country die de songs ondersteunt, staat altijd in dienst van de teksten, en daardoor missen de nummers karakter. Op The Foundling horen we dus een verbitterde vrouw die probeert om via de muziek in het reine te komen met haar verleden. En ook al is Gauthiers zesde studioalbum een aangrijpende schets van een hard en pijnlijk mensenleven, toch is het muzikaal gezien geen plaat voor de eeuwigheid. Misschien is een boek wel de volgende stap?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × twee =