Year Of No Light :: Ausserwelt

2010 leek het jaar te worden waarin na postrock ook zijn ruigere broertje definitief begraven mocht worden. Vaandelvoerders Isis legden er na een laatste –— degelijk maar ook weinig vernieuwend –— album het bijltje bij neer, terwijl Red Sparowes’’ The Fear Is Excruciating, But Therein Lies The Answer ondanks (lh)’’s lovende woorden toch maar een mager beestje was.

Maar wat Mark Twain al placht te zeggen –— “"The reports of my death are greatly exaggerated”" –— geldt blijkbaar net zo goed voor de zware metalen die melancholisch-filmisch loos gaan. Ausserwelt van Year Of No Light kan moeiteloos bij de relevante releases van het jaar gerekend worden. De Franse band debuteerde in 2006 met Nord (heruitgebracht in 2007) en bracht vorig jaar het live-album Live At Roadburn 2008 (wat qua goedkeuringsstempel ook kan tellen) uit. Na onder meer een split met het Belgische Fear Falls Burning is er nu ook het tweede studioalbum.

Hoewel vier jaar in muziektermen een eeuwigheid is, zeker voor kleine bands, hebben de Fransozen die maar al te goed besteed. Elk grammetje vet en elke overtollige noot is vakkundig van de plaat geweerd, waardoor een overweldigend epos overblijft dat zich in vier suites onthult. Het tweeluik “"Persééphone (Enna)”"/“"Persééphone (Coréé)”" neemt net niet de helft van de plaat in beslag, maar drukt duidelijk zijn stempel op het album. Episch en grandioos bepalen de nummers de teneur van de plaat, die zich boven alles als een wijds ontplooiende mokerslag bekent.

Met een weidse aanloop en rustige aanzet vangt het eerste deel aan, de gitaren grommen onderhuids maar vieren pas na de eerste minuut voorzichtig de teugels waarna in gestrekte draf het nummer thuis geeft. Overduidelijk beïïnvloed door de “"klassieke”" postrockbewegingen en –technieken weet Year Of No Light de clichéés te omzeilen door tezelfdertijd voor een metalgeluid te kiezen. Aldus krijgen deze twee eerste songs de beweeglijkheid en explosieve kracht van postrock mee, maar weten ze ook de diepere impact en gravitas van postmetal te absorberen.

Met “"Hierophante”" worden enkele prog-elementen ingevoerd en het tempo aanzienlijk opgevoerd. De band weet dat de truc van het eerste tweeluik niet zomaar herhaald kan worden en kiest vakkundig voor een andere marsrichting. De aanvankelijk snelle track krijgt een slepender middenstuk dat sludge-elementen incorporeert zonder evenwel de zompige logheid over te nemen. De verschillende tempowisselingen volgen elkaar voldoende snel op opdat de verveling niet om de hoek zou loeren, maar tezelfdertijd houdt de band de spanningsbogen lang genoeg aan, zodat een gevoel van eenheid behouden blijft.

Zo er al een bedenking gemaakt kan worden, dan is het dat het afsluitende keyboardstuk te lang aansleept, al is het zo dat dit dan weer als uitstekend interludium voor “"Abbesse”" geldt. De afsluitende song valt net niet met de deur in huis door mokerslagen en finesse aan elkaar te koppelen en doorheen het hele nummer variaties op zijn tempo te zoeken. Wanneer zich al eens een versnelling aandient (rond minuut acht), dan gebeurt deze zo subtiel dat het overheersende dreunende gevoel nooit verstoord wordt. Finaal vormt zelfs het hele album een geheel waarbij de songs op een inventieve manier aan elkaar gekoppeld worden.

Originaliteit is dan niet de eerste bekommernis van Year Of No Light, emotie en impact zijn dat wel. De nummers blinken niet uit in technische hoogstandjes of onverwachte tempowisselingen, noch zijn er baanbrekende solo’’s of vingervlugge gitaarstandjes te horen. Op papier is Ausserwelt niet meer dan een stuiptrekking van een genre, een laatste opstoot van een vermoeide metalvariant. Door de boxen schalt echter een muzikale levenslust die geen behoefte voelt om zich te onthechten middels een Cartesiaanse ratio maar wel voor de onversneden, pure emotie kiest.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 7 =