Clogs :: The Creatures In The Garden Of Lady Walton

Neoklassiek, postklassiek, neominimalisme; er wordt de laatste tijd lustig gegoocheld met nietszeggende termen om een bepaalde stroming in de moderne muziek aan te duiden die feitelijk maar weinig met klassieke muziek (op zich ook al een vrij holle term) te maken heeft.

Gelukkig zijn er ook een aantal bands waarbij we het gebruik van zulke lege omschrijvingen wel door de vingers willen zien, simpelweg omdat het bij hen niet totaal van de pot gerukt is om vergelijkingen te maken met klassieke componisten. Een van de weinige bands die terecht met die genrebenamingen kan omschreven worden is Clogs. Een kwartet onder leiding van (alt)violist Padma Newsome en gitarist Bryce Desner, beiden bekend van hun werk bij The National. Verder spelen ook houtblazers (voornamelijk fagot en klarinet) en subtiele percussie (vooral marimba) een belangrijke rol in het bandgeluid.

Net zoals The National kwam ook Clogs dit jaar aanzetten met een nieuw album, maar helaas is voor Clogs niet hetzelfde monstersucces weggelegd en ziet het ernaar uit dat The Creatures In The Garden Of Lady Walton slechts aan een beperkte kring belangstellenden zijn schoonheid zal openbaren. Volkomen onterecht, want wat op The Creatures te horen valt, is van absoluut topniveau en overstijgt zowat alles dat normaal gezien als neoklassiek wordt omschreven.

Anderzijds werkt Clogs het ook wel zelf in de hand dat ze nooit breed succes, ook niet dat van genregenoten als Ólafur Arnalds en Max Richter zal hebben. Hier horen we namelijk geen voorspelbare en gemakkelijk in het gehoor liggende akkoordenschema’s die met dreunende strijkers worden opgeleukt, maar intelligent gearrangeerde composities die hun inspiratie verder in het verleden durven zoeken dan de romantiek.

Zo roept het indrukwekkende “The Owl Of Love” het werk van barokcomponist Henry Purcell in herinnering en balanceert “Adages Of Cleansing” ergens tussen Béla Bartók en John Cage. Het klassiek aspect van die en andere composities wordt ook extra in de verf gezet door het herhaaldelijk laten opdraven van de volle sopraan van Shara Worden, bekend van bij mij My Brightest Diamond. In opener “Cocodrillo” horen we zo ook een vocaal arrangement dat niet hoeft onder te doen voor Philip Glass’ mathematisch uitgewerkte composities.

Toch poogt Clogs ook om niet te veel vanuit dat klassiek aspect te werken, en staan er ook een aantal meer rechttoe rechtaan songs op de plaat. In prijsbeest “The Last Song” horen we de diepe bariton Matt Berninger, in een song die door ’s mans band in een subtiele bui had kunnen geschreven zijn. Het gitaarthema van “I Used To Do” klinkt dan weer echt als een nummer van The National dat in kamermuziekstijl wordt gebracht. Het gebruik van vocals in de meeste songs zorgt ook voor een zekere drempelverlaging tegenover het vroegere bijna exclusief instrumentale werk van de band. Naast klassiek haalt Clogs ook veel inspiratie uit allerlei folkgenres, zoals bijvoorbeeld in het melancholische altvioolwijsje uit “Raise The Flag”.

The Creatures In The Garden Of Lady Walton (genoemd naar de Italiaanse tuin waar Padma Newsome het merendeel van de composities schreef) is een bijzonder kleurrijk, gevarieerd en vaak verrassend album. Het laat horen dat er nog veel inspiratie kan gehaald worden in het klassieke verleden waar de meeste zogenaamd postklassieke componisten overheen kijken. Bovenal is het gewoon een uitstekend album dat meer aandacht verdient en absoluut niet in de schaduw hoeft te staan van het nieuwste werk van The National.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vijf =