Shining :: ”Denken, schrijven, schrappen, bewerken, herschrijven”

De avontuurlijke muziekliefhebber voor wie het allemaal niet zot genoeg kan zijn, kwam begin dit jaar aan zijn trekken met Blackjazz, een album dat zelfs naar Shinings excentrieke normen een ongehoorde mindfuck was. In de aanloop naar het Roadburnfestival voelden we voorman en multi-instrumentalist Jørgen Munkeby aan de tand over hoe die waanzinnige muziek tot stand kwam.

enola: Eerst en vooral: proficiat met Blackjazz, het is een knaller van formaat geworden! Denk je ook niet dat het wat ironisch is: hoe extremer de muziek wordt, hoe meer erkenning je krijgt? Over Blackjazz wordt immers geschreven op metal-, pop- én jazzsites.
Munkeby:
"Leuk om te horen dat je de plaat goed vindt. Het is inderdaad cool om te zien dat we een steeds groter publiek krijgen, ook al is de muziek extremer dan voorheen. Ik ben ook heel tevreden met de aandacht van mainstream- en jazzpublicaties. Het is een goed vooruitzicht. Maar als je naar jongere muziekfans kijkt, dan maakt het hen vaak niet uit wat voor genre je speelt. Ze willen geweldige en opwindende muziek horen, hoe je het ook wil noemen, dus ik ben eigenlijk niet echt verbaasd dat Blackjazz in uiteenlopende publicaties opduikt. We zijn uiteindelijk ook heel toegewijd bezig met onze muziek en de meeste muziekfans appreciëren die houding wel."

enola: Het album voelt aan als een logische volgende stap, maar dan wel alsof je er ook een paar hebt overgeslagen. Klonken sommige platen als die van avontuurlijke jazzcats met een zwak voor metal/rock, dan klinkt Blackjazz als het werk van metalheads met een interesse voor extreme muziek en bijkomend, jazz. Kan je je daar in vinden?
Munkeby:
"Ik kan me alleszins vinden in je beschrijving van de vorige platen. Ik sluit me ook aan bij die van Blackjazz, al denk ik dat geen enkele metalhead die plaat had kunnen maken zonder een serieuze jazzstudie, hoe sterk hun interesse in extreme muziek ook was. Er zijn veel hedendaagse metalbands die van metal weg evolueren in een jazzrichting. Maar de meeste bands klinken ook zo: metalheads die jazz ontdekken. Ik denk dat wij toch van een andere kant komen. We startten tien jaar geleden als akoestische jazzband en hebben het omgekeerde parcours afgelegd, van jazz naar metal. Ik denk dat die unieke evolutie ons een iets andere expressie geeft.
Ik ga er wel volledig mee akkoord dat het jazzonderdeel meer een nagedachte is op Blackjazz. Het is misschien wel belangrijk om te vermelden dat alle bandleden ook zijn opgegroeid met rock en metal. We luisterden allemaal naar Death, Sepultura en Entombed voor we jazz kenden. Toen ik een jaar of tien was ben ik saxofoon beginnen spelen en tussen m’n 14e en 21e heb ik m’n leven aan jazz gewijd. Het was in die periode dat we de band opgericht hebben en dat is waarom we Shining oorspronkelijk als een jazzband beschouwen.
Wat je zegt over die stappen overslaan: daar kan ik inkomen. Blackjazz is immers totaal andere koek dan Grindstone. Maar al die veranderingen en ontwikkelingen zijn heel geleidelijk gekomen. Er zat drie jaar tussen de albums, plus we hebben ook nog het ’Armageddon Concerto’ gedaan, dat we componeerden en gespeeld hebben met Enslaved in 2009, en dat zou wel eens de ontbrekende schakel kunnen zijn tussen Grindstone en Blackjazz."

enola: Hoe komt zo’n verschuiving eigenlijk tot stand? Heeft de groepsdynamiek iets te maken met bands waar je naar luistert of waardoor je je laat beïnvloeden?
Munkeby:
"We proberen muziek te maken waar we zelf naar zouden luisteren. En omdat we allemaal veranderen, zowel qua smaak als qua persoon, is het ook niet meer dan normaal dat onze muzikale voorkeuren ook wat veranderen. Zoals ik al zei luisterden we al naar extreme muziek toen we jong waren, dus dat was allemaal heel vertrouwd. Dat maakte het een pak makkelijker om die dingen in onze muziek te brengen zodra we daar zin in kregen.
Zulke beslissingen worden wel gemaakt met de hele band. Soms gebeurt het dat de meerderheid van de leden het eens is over een bepaalde koers, terwijl er eentje een andere richting uit wil. Dat resulteert gewoonlijk in een vriendelijk vertrek, terwijl de rest van de band verder kan in de richting waar we voor kiezen."

enola: Kan je iets meer vertellen over het opnameproces? Het moet moeilijk geweest zijn om zo’n complexe en gelaagde plaat op te nemen.
Munkeby:
"Dat wisselt een beetje van song tot song, maar de meeste ontstonden gelijk: ik krijg of ontwikkel een idee voor een nummer. Ik voel of de plaat een song in een bepaald tempo nodig heeft om een gat op te vullen. Of misschien is het een repetitieve song, of een snelle, eentje met een tritonus-interval of eentje met veel zang. Dan begin ik de song uit te werken in m’n hoofd, zo compleet mogelijk. Vervolgens schrijf ik alles op en oefen ik het op instrumenten, ofwel werk ik er verder aan op papier. Ik schrap stukken, pas hier en daar aan, schrijf nieuwe delen, herschrijf oude, stop er wat in van andere songs, werk aan de teksten, etc. Dan begin ik de moeilijke stukken (zo zijn er heel wat!) te oefenen en ten slotte neem ik een demo op met alle instrumenten.
Voor, tijdens en na de opnames experimenteer ik met geluiden, fuzz-effecten, versterkers, micro’s, instrumenten, speelwijzen en octaven. Dan beluister ik de songs dagelijks en sleutel ik constant bij. Ik haal er stukken uit, pas overgangen aan, neem stukken opnieuw op. Als de demo ongeveer af is, begint iedereen thuis te repeteren. Als we onze stukken kennen komen we samen en werken we verder aan de arrangementen van alle instrumentale stukken. Vooral die van de drums. Als we betere oplossingen vinden, dan nemen we die op en passen we de demo aan. We proberen de songs ook live te spelen en te testen, zodat ze sterker en juister klinken als we ze opnemen. De beste songs klinken alsof ze nooit anders geklonken hebben, alsof we het geluk hadden om ze te ontdekken.
Dat hele proces van aanpassen, bijsturen en opnemen kan maanden duren, soms zelfs een jaar. Als de songs goed zijn, dan begint de tijd van échte opnames: we gaan na welke stukken we moeten houden en wat opnieuw moet gebeuren. Aan sommige songs moeten we helemaal herbeginnen, van andere kunnen we veel stukken behouden. De opnames gebeuren in stukken van 1 of 2 weken, met een maand of twee ertussen zodat ik nog wat kan prutsen in m’n eigen studio. Dat gaat zo verder tot de plaat klaar is, met aanpassingen tussen alle stappen. Bij deze plaat hebben we zelfs nog dingen gewijzigd NA de mastering. Het was inderdaad een heel complex proces om onze platen te maken, maar anderzijds heb ik het gevoel dat het met Blackjazz veel natuurlijker ging dan bij onze vorige twee albums."

enola: Sommige songs zijn sterk jazzgericht, zoals "Healter Skelter", terwijl ze een strakheid en/of structuur hebben die niet zo vaak voorkomt in (free)jazz. Hoe begin je aan dergelijke songs?
Munkeby:
"Wat die song speciaal maakt, is dat de saxofoon eigenlijk de ritmische ruggengraat is in het eerste deel, terwijl drums en bas vrij kunnen improviseren, los van de timing. Dat is een aanpak die we vaak gebruiken en eigenlijk de standaardrollen op z’n kop zet. Bij de meeste genres en bands is voor de drummer de taak weggelegd om het ritme te bepalen, terwijl de saxofonist en de andere muzikanten zo slordig kunnen spelen als ze maar willen. Bij veel bands is de enige muzikant die er in slaagt om ritme aan te houden de drummer, wat mij betreft geen ideale situatie."

enola: Was het een bewuste keuze om die blatende sax meer naar de achtergrond te verwijzen? Dat is immers wat ik soms miste: saxgeblaat!
Munkeby:
"Bedankt, leuk dat je dat geblaat graag hoort! (lacht) Maar het was inderdaad een bewuste beslissing om de sax meer te integreren in een band die klonk als een metal- of rockband. We wilden de sax- en jazzelementen niet bovenop de sound van een homogeen klinkende band gooien, maar een naadloze combinatie van jazz en metal bereiken, zoals twee metaalsoorten die samensmelten tot een nieuwe soort, en niet twee soorten die tegen elkaar gehamerd worden."

enola: Ben je trouwens nog altijd zo’n Coltrane-fanaat? Kan je wat platen vermelden die je spel hebben beïnvloed?
Munkeby:
"M’n favoriete Coltrane-albums zijn Giant Steps, Crescent, Meditations, Expression, Interstellar Space en The Olatunji Concert. Andere belangrijke platen: Michael Brecker, Don’t Try This At Home en Now You See It, Now You Don’t van Michael Brecker, Footprints Live! van Wayne Shorter, Live At The Fillmore East van Miles Davis, en The Shape Of Jazz To Come en Free Jazz van Ornette Coleman."

enola: Hoe gaat het nieuwe materiaal live klinken? Blijft de strakheid van de songs behouden of is er mogelijkheid om uit te wijken, te improviseren?
Munkeby:
"We zijn altijd een band geweest die de nadruk legt op een sterke performance, ook live. Alle bandleden zijn professionals die hun hele leven al oefenen en we spelen ook graag concerten. We vinden dat albums en concerten twee verschillende dingen zijn en dat beide, op hun eigen manier, ook een topprioriteit zijn. Een concert mag geen tamme en slordige weergave van een plaat zijn en een album mag niet gemaakt zijn om optredens vast te krijgen. Een concert moet een ultra-energieke en juiste weergave zijn van de muziek. Onze concerten gaan 100% voluit van begin tot einde. Het is zelfs makkelijker om de juiste energie live te vinden. De bandleden van Shining beheersen hun instrument goed, dus die energie overbrengen is een enorm plezier. Het volume, het zweet en de fysieke inspanning kunnen ook zo opgepikt worden door het publiek.
Het goede aan de songs op Blackjazz is dat ze geoefend waren en vaak live gespeeld voor de opnames begonnen waren. We wilden een meer rudimentaire instrumentatie dan ervoor, met een standaard rock/metalbasis van drums, gitaar en bas, met stem en synth erbovenop. Dat maakte het voor ons makkelijker om deze songs live te kunnen spelen. Nu kunnen we ze brengen zoals ze opgenomen waren, iets dat soms niet mogelijk was met het oudere werk. Maar er zijn ook nog altijd stukken die kunnen verschillen van context tot context. Er zijn vrije stukken in en tussen de songs, dus elk concert is toch wel anders en dat zorgt ervoor dat we het niet beu kunnen worden. Hopelijk is dat ook een bonus voor het publiek."

enola: Op het Roadburnfestival spelen jullie als Shining, maar jullie doen ook het ’Armageddon Concerto’ met Enslaved. Kan je daar iets meer over vertellen?
Munkeby:
"Het ’Armageddon Concerto’ was een cruciale stap op weg naar Blackjazz. Het was een manier om een hardere, meer metalgerichte sound uit te proberen en na te gaan of die nieuwe koers ons lag. Het is duidelijk dat dat het geval was, en het hielp ons om het album verder te ontwikkelen. Deze samenwerking leidde er natuurlijk ook toe dat Grutle Kjellson (zanger van Enslaved, gp) de gastzanger was op "Omen" en "21st Century Schizoid Man"."

enola: En wat na Blackjazz? Al concrete plannen?
Munkeby:
"We hebben constant getourd sinds de release en hebben nog geen seconde de tijd gehad om na te denken over wat er gaat volgen. Maar er zijn talloze mogelijkheden en we hebben voorlopig nog niets beslist. De volgende plaat kan meer pop zijn, of misschien harder dan Blackjazz, of vergelijkbaar, een Blackjazz 2.
Ik ben recent nieuwe teksten beginnen schrijven en heb een nieuwe versie van Cubase op m’n computer gezet, dus ik hoop binnenkort te beginnen aan nieuw materiaal. Ik ben net zo benieuwd als de rest naar wat het gaat worden!"

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 3 =