Janelle Monae :: The ArchAndroid

Een funkplaat die gebaseerd is op de Duitse expressionistische film en daarbij meer van de hak op de tak springt dan een hyperactieve kleuter op een maandvoorraad XTC: hoe kan zoiets in godsnaam aanslaan? En toch doet het net dat: Janelle Monae’s debuutplaat The ArchAndroid is belachelijk ambitieus, maar kreeg onze kont overtuigend aan het schudden.

Even het verhaal schetsen: The Archandroid is het vervolg op een eptje uit 2007 en gaat over de androïde Cindi Mayweather die terug in de tijd reist om de stad Metropolis en haar bevolking te redden van een “Great Divide” die de naastenliefde en de androïde minderheid onder de knoet houdt. Ofwel bent u een liefhebber van Duitse interbellumcinema, of u heeft de iconische kwinkslag in de platenhoes gesnapt, als u doorheeft dat het hele concept losjes gebaseerd is op de revolutionaire film Metropolis(1927) van Fritz Lang. Daar een plaat rond opbouwen klinkt hoogdravend, zeker voor een R&B-zangeres, maar Monae bewijst dat een conceptplaat niet per se de muziek op zich, hier verdeeld over twee suites, moet compromitteren. Ze verpakt de hele thematiek van een minderheidsstrijd — altijd een constante in de zwarte muziek — in een muzikaal verbluffend jasje dat net zoveel gemeen heeft met Dixielandjazz als elektronische hiphop. Vaak doet de plaat dan ook denken aan het soort genrehoppen waarmee OutKast met Stankonia definitief doorbrak bij het grote publiek.

Daarom is het misschien toepasselijk dat Big Boi even de show komt stelen op doorbraaksingle “Tightrope”. Het nummer breekt op de commerciële radio al enige tijd potten en dat is terecht: het is immers een swingende oorwurm vanjewelste, ontzettend strakke vintage soul waarin Monae’s vocale uithalen constant uit de dwangbuis van de ritmesectie proberen te ontsnappen. Maar het is niet het enige muzikale hoogtepunt: de eerste suite raast in een rotvaart uit de startblokken, vallend van de catchy electronica van “Dance Or Die” in de swingende bebop van “Faster”. De bedwelmde soul van “Locked Inside” heeft een refrein dat enkel met heupgezwier uit het hoofd kan verdwijnen terwijl de Broadway meets Mariah Carey van “Oh, Maker” en de bombastische, nijdige funkrock van “Come Alive” ons spontaan de vingers doen knippen. Als het psychedelische “Mushrooms & Roses”, met zijn ejaculerende Prince-gitaren en onderwatervocalen, wordt ingezet, zijn we dankbaar om even op adem te komen.

De tweede suite, die meer introspectief getint is, kan jammer genoeg nooit het niveau van het eerste deel van de plaat halen: het aalgladde “Neon Valley Street” is onopmerkzaam terwijl “Make The Bus” (met Of Montreal) het enige echt ergerlijke nummer van de plaat is; Kevin Barnes gijzelt het electropopnummertje en maakt er prompt een derdehands doorslagje van zijn eigen werk van waardoor de flow van de plaat danig verstoord wordt. Alles wat daarna komt probeert nog wel maar slaagt nooit volledig in zijn opzet: de kamerorkestfolk van “57821” zweeft zo voorbij en de grandioze klassiek getinte afsluiter “BaBopByeYa” is gedurfd maar misschien toch iets te kitscherig.

Maar laat dat de pret niet drukken: The ArchAndroid is ontzettend ambitieus en als Monae dan eens op haar gezicht gaat in al haar kameleontrucjes zet ze dat vervolgens grandioos recht. De plaat is een heerlijke Afrofuturistische rollercoasterrit door de funkgeschiedenis vol heerlijke hoogtepunten en een plaat die voor het eerst sinds lange tijd een tamelijk braaf genre als R&B weer een scherp kantje geeft. Niet slecht voor een debuut.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vijf =