Bonobo :: ”Als mensen mijn cd’s downloaden moet ik wel nieuwe markten aanboren”

Om de zoveel tijd laat Simon Green het beest in zich los. Dan wordt hij Bonobo en vergast ons op de zwoelste beats en baslijnen. Zo ook dit jaar. Als een spons absorbeerde hij alles wat de voorbije drie jaar op hem afkwam. Voor zijn jongste kneep hij die spons leeg en zette de inhoud op een schijfje. "Black Sands is wat muziek is: het kan alles zijn, maar ook helemaal niets. Black Sands is wat je er zelf van maakt: een plaats, een idee, een gevoel." Dat belooft.

Eentonig, saai, slaapwekkend, … Hoe je er ook over denkt, voorspelbaar kun je Simon Green alvast niet noemen. Na het recente succes van Days To Come waarmee hij doorbrak bij het grote publiek is daar nu Black Sands. Terug wat minder toegankelijk, terug wat meer zoekend. We gunden onszelf een klein half uur met de Britse Bonobo en vroegen hem de pieren uit zijn neus. Omdat we niet zo van de zachte aanpak houden, vallen we maar liever meteen met de deur in huis.

Het nieuwe album is anders dan je vorige plaat. Het is luider en energieker en gaat terug wat meer de experimentele toer op. Wilde je van Black Sands bewust een muzikale ontdekkingsreis maken?
Green: "Black Sands is inderdaad heel wat gevarieerder dan mijn eerdere werk, energieker ook. Een bewuste keuze was dat niet, het gebeurde gewoon. Ik deed er twee jaar over om dit album te maken. Toen ik eraan begon, zat ik nog vast aan het geluid van mijn vorige plaat. Ik was toen helemaal in de ban van live instrumentatie. Maar toen ik Black Sands eindigde zat ik met heel andere muziek in mijn hoofd. Ik voelde me sterk aangetrokken tot beats en basslines à la Burial. Voor mij persoonlijk zijn de beste stukken van het album nummers als Kiara en Eyesdown, net die stukken die ik pas op het eind aan het album toevoegde."

Ondanks die stijlverandering vormt het album toch een coherent geheel.
Green: "Goed dat je dat zegt! Er zitten invloeden in van de oude Bonobo, en er wordt tevens een nieuwe, meer beatgerichte weg ingeslagen. Mijn grootste vrees was een té gevarieerd album te maken waarin de samenhang zoek zou zijn. Een samenraapsel van losse nummers. Daar heb ik echt dagenlang over zitten tobben."

Ben je misschien te perfectionistisch in die dingen?
Green: "Misschien wel. Waarschijnlijk is dat ook de reden waarom de fans lang hebben moeten wachten op een nieuw album. Als ik wou, kon ik het album vorig jaar al hebben afgewerkt. Maar dan zou het ook helemaal anders geklonken hebben. Ik wilde enkel een album uitbrengen wanneer de tijd er rijp voor was en ik mij helemaal kon vinden in het resultaat."

Zit er een specifieke gedachte achter Black Sands?
Green: "Black Sands is hoofdzakelijk een collectie van mijn eigen muzikale ervaringen de laatste twee – drie jaar. Het is een geheel van invloeden en "bits and pieces" die ik in dit album gebundeld heb. Daarom ook dat ik voor een tamelijk dubbelzinnige titel gekozen heb. Black Sands is wat muziek is: het kan alles zijn, maar ook helemaal niets. Black Sands is wat je er zelf van maakt: een plaats, een idee, een gevoel, maar bovenal iets onechts, iets imaginairs. Iedereen moet het op zijn eigen manier kunnen interpreteren en er mee aanvangen wat hij zelf wil."

Je houdt duidelijk niet van voorgekauwde muziek. Is het ook daarom dat je weigert onder de noemer "downtempo" of "chill" gecategoriseerd te worden, zoals je in vroegere interviews liet optekenen?
Green: "Ik heb een grondige hekel aan hokjesdenken. Iedereen wil altijd alles een naam geven. De mens zoekt in alles een logica, een structuur. Met mijn muziek wil ik het tegendeel bewijzen. Wie dat wil, hoort er psychedelische jazz in, anderen vinden er dan weer instrumentale hiphop in terug. Maar wat je niet kan, is het vastpinnen onder een vaste noemer. Misschien is mijn muziek wel helemaal niets van dat alles. Dat hoeft ook niet. Ik wil de luisteraar zelf laten beslissen wat hij in mijn muziek terugvindt."

Hoewel je niet houdt van hokjesdenken: maak je dansmuziek of luistermuziek?
Green: (aarzelt even) "Luistermuziek. In de eerste plaats maak ik muziek voor het brein. Ik doe enkele zijprojecten die louter om het dansen draaien, maar dat hou ik liever als hobby."

Doe je die zijprojecten uit financiële overwegingen? Iedereen weet dat het niet goed gaat in de muziekindustrie. Je nieuwe album was bijvoorbeeld al integraal te beluisteren op YouTube nog voor de officiële release. Als je dan wat plaatjes gaat draaien, kan je snel een extra centje verdienen denk ik zo.
Green: "Ah, iedereen klaagt altijd over het internet en YouTube. Ik zie het liever als een vorm van promotie. Leuk vind ik het niet, maar we kunnen er niet omheen dat muziek vandaag op een compleet andere manier geconsumeerd wordt dan pakweg vijftien jaar geleden. Je ertegen verzetten heeft geen enkele zin. Gelukkig ben ik voor mijn inkomsten niet volledig afhankelijk van de cd-verkoop. Zijprojecten en touren vormen inderdaad een grote bron van inkomsten, maar de belangrijkste inkomsten puur ik uit het licensen van mijn muziek. Veel mensen vinden het plat commercieel dat ik mijn muziek "verkoop" aan de reclamewereld en filmindustrie. Ik zou het ook liever anders zien, maar als mensen mijn cd’s illegaal downloaden, rest mij geen andere keuze dan nieuwe markten aan te boren."

Net als op Days To Come doe je beroep op een gastzangeres voor de vocals. Ditmaal verzorgt Andreya Triana de zangpartijen. Hoe verliep de samenwerking?
Green: "Ik ken Andreya al geruime tijd. Ze vroeg mij vorig jaar om haar album te producen. We begonnen dus samen aan haar album te werken. Tegelijkertijd was ik bezig aan mijn nieuwe plaat en van het een kwam het ander. Ze had onmiddellijk een heleboel ideeën. Ze schreef mee aan enkele nummers en dat klonk allemaal verschrikkelijk goed. Andreya is nu te horen op drie nummers, en haar stem biedt echt een meerwaarde."

Maakt zij dan ook tijd vrij om met jou te gaan touren?
Green: "Zeker, Andreya zal er bij zijn. We gaan terug touren met een volledige live-band. Daar hou ik enorm van. Het zorgt enerzijds wel voor extra organisatie, maar anderzijds biedt het een enorme meerwaarde, zowel voor het publiek als voor mijzelf. Deejayen is makkelijk. Je stapt het vliegtuig op met een tandenborstel en een tas vol platen. Meer dan plaatjes draaien, dronken worden en je amuseren, hoef je niet te doen. Touren met een band daarentegen is echt wel hard labeur, maar geeft uiteindelijk heel wat meer voldoening."

Stel dat je de keuze moet maken, verkies je dan een festival of een zaalconcert?
Green: "Ik verkies concerten. Festivals zijn wel leuk om doen, maar altijd enorm chaotisch. Er zijn tal van technische belemmeringen en vaak sta je voor een publiek dat jou helemaal niet kent. Ik vind het belangrijk dat het publiek aandachtig kan luisteren en zich kan inleven in mijn muziek, zonder voortdurend lastiggevallen te worden door gillende tieners of een zatte buur. Anderzijds geeft een geslaagd festivaloptreden wel een enorme kick. Als je zoveel mensen uit de bol ziet gaan op jouw muziek kan je daar niet onbewogen bij blijven."

Wat wil je in de toekomst nog bereiken? Wat is je muzikale fantasie?
Green: "Ik sta nu reeds verder dan ik ooit had durven dromen. Ik wil vooral nog zo lang mogelijk muziek blijven maken en blijven touren. Ik hou enorm van het leventje dat ik nu leid. Misschien is mijn belangrijkste uitdaging wel om te blijven verrassen. Ik ben als de dood voor de dag dat het publiek mij moe zal zijn."

Wie dat wil kan Bonobo 16 mei aan het werk zien op Les Nuits Botanique in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =