Caribou :: 22 april 2010, Beurscafé (VK)

Terwijl nauwelijks twee straten verder Lou Reed live de pijngrens verlegt door zijn infame Metal Machine Music live op het podium van de AB te brengen, geeft Dan “Caribou” Snaith in het Beurscafé het beste van zichzelf met als belangrijkste doel te bewijzen dat de ambient/trance van zijn laatste album Swim ook live werkt.

Voor het zover is, mag eerst Gold Panda het toegestroomde publiek entertainen met een mix van dance, electro en voorzichtig experiment. Echte nummers vallen in deze set niet te horen, veeleer is het zo dat Gold Panda vertrekt vanuit bestaande songs en deze live verder manipuleert en in elkaar over laat vloeien. Vooral tijdens de eerste mix (hij brengt in totaal drie lange stukken) loopt het met die overgangen fout en botsen de verschillende klanken en ritmes meer dan ze in elkaar overvloeien. Het is een slordigheid die nu en dan de kop op blijft steken maar nergens de aanstekelijke danspatronen echt verstoord. Geef de man een plaatsje in de Pukkelpopse Boiler Room, daar komt hij pas echt tot zijn recht.

De keuze voor knoppendraaier Gold Panda in het voorprogramma van Caribou is niet zo vreemd in de wetenschap dat enerzijds Kim Hiorthoy in 2007 samen met de band op het podium stond en Caribou zelf anderzijds met Swim voor een duidelijker ambient/trance-geluid gekozen heeft. Net zoals Andorra drie jaar geleden de hoofdmoot vormde voor het optreden in Palace, wordt nu vooral voor de laatste plaat gekozen, al wordt uit de vorige plaat wel nog “Melody Day” geplukt. De song komt ditmaal overigens veel beter tot zijn recht dankzij een uitgekiende mix van de verschillende instrumenten, al valt daar bij de eerste songs weinig van te merken.

Het is opmerkelijk dat de perfectionist Snaith op zijn albums elke klank en elk geluid zorgvuldig afweegt tegenover elkaar terwijl hij er live wel met de pet naar lijkt te gooien en vooral de twee drums te veel naar voren schuift. Bij zijn vorige doortocht vormde dit een belangrijk struikelblok, ditmaal heeft hij duidelijk zijn lesje geleerd. En zo komt na wat zoeken en aftasten toch een helder geluid naar voren dat ondanks de live-instrumentatie opvallend dicht het electro-geluid van het album benadert.

Een uitschieter is uiteraard de single “Odessa” die net als op de plaat even goed op het hoofd als op de benen mikt, maar ook de andere songs weten het publiek te begeesteren. Zo valt er ook weinig af te dingen op de uitstekende uitvoeringen van onder meer “Kaili”, “Leave House” of “Jamelia”, die allen iets steviger dan op de plaat klinken maar nooit de trance-inslag verraden. Een aparte vermelding verdient overigens het laat in de set gebrachte “Sun” dat een uitgesponnen jamversie krijgt die moeiteloos overeind blijft en de zaal naar meer doet snakken.

Na een slordig uur en één lang bisnummer (bijna vijftien minuten) houdt Caribou het voor bekeken met een set die langer duurt dan tijdens zijn vorige doortocht maar tezelfdertijd ook te kort aanvoelde. In 2007 was de algemene teneur nog dat de band live nergens het niveau van de plaat wist te halen, ditmaal vallen alleen positieve geluiden te horen. Op de waarde van het album Swim viel al weinig af te dingen, met dit optreden bewijst Caribou het ook live waar te maken. In de Boiler Room staat Gold Panda al, maar Chokri heeft vast nog wel een plaatsje vrij in de Marquee.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × drie =