Mono :: 22 maart 2010, Het Depot

Wie Mono niet aan het werk zag in de AB of op het Cactus Festival, kreeg maandagavond een laatste kans. En dat bleek verrassend veel postrockers naar Leuven te lokken. De Japanners wekten traditiegewijs een noisegolf van delay, distortion en reverb op waarvan de oren lang nabrandden.

Mono wekt al heel zijn bestaan gemengde gevoelens op. De ene beweert dat ze de bouwstenen voor hun dikke geluidsmuur gehaald hebben bij Mogwai, My Bloody Valentine en Sonic Youth, de andere is overtuigd van Mono’s eigen geluid. Dynamiek, emotie en dramatiek zijn de sleutelwoorden in Mono’s muziek. In 2002 konden ze al overtuigen met One Step More and You Die maar voor de fans hebben ze sinds You Are There een kleine klassieker op zak. Met hun vijfde worp, Hymn to the Immortal Wind, leverden ze dan weer hun meest bombastische en meeslepende plaat af, zonder veel af te wijken van de postrockclichés.

De Mechelse support Agents In Panama klinkt alvast stukken inventiever dan de gemiddelde postrockband. Met hun psychedelische (stoner)rock lappen ze de regels van de postrock aan hun laars. Ze nemen het publiek mee in omzwervingen langs seventies rock (en stevige solo’s), stonerdreunen en enkele ingetogen cellostukken. Uiteraard mogen de obligate loodzware soundscapes en bijhorende effectjes niet ontbreken, anders zou deze band niet het voorprogramma van Mono zijn. Waanzinnig goed? Dat niet. Maar het hoeft niet altijd Motek of Transit te zijn.

In het Depot krijgen we altijd een semi-cinemagevoel, ideaal voor een band als Mono. De ravissante bassiste Tamaki Kunishi houdt zich gedeisd, de twee gitaristen zitten in hun typische gekrompen houding en drummer Yasunori Takada concentreert zich, terwijl een deel van het publiek zich rustig, met een pint in de hand, in de zetels nestelt. Het Depot is klaar voor cinema Mono. Tijdens opener “Ashes In The Snow” worden door gitarist Yoda steeds dikkere geluidslagen opgestapeld. De melodieën van Takaakira Goto piepen net boven de dikke noise uit en geven dat warme gevoel in de buik. Na de eerste stormachtige uitbarsting is het even tijd voor mooi weer. Maar dan bouwt Takada de spanning weer op tot de tweede explosie. De eerste bombastische scene is achter de rug.

”Burial At Sea” is aanvankelijk ingetogen tristesse maar ontpopt zich geleidelijk aan tot een stekende bij. Yoda en Gota zwieren wild met de haren terwijl de noise zich een weg naar de buis van Eustachius baant. Die andere tragische scene (“The Kidnapper Tree”) wordt steeds gewelddadiger maar het schokeffect blijft hier uit. Mono is het slachtoffer van zijn eigen (muzikale) koppigheid.

En zo blijven ook op maandagvond de twijfels over de live-impact van Mono terecht. Het viertal zal nooit intrigeren als Explosions In The Sky, variëren als Mogwai of evenveel verbazing als Godspeed You Black Emperor! opwekken. Tijdens de voorspelbare agressieve scènes is een geeuw nabij. We blijven dan ook apathisch tijdens clichématige songs als “Pure As Snow”. Tussen het “nieuwste” werk en enkele oudere nummers zit “Yearning”, als hét hoogtepunt, verscholen. De noise van het gitaristenduo, de alles doordringende bas van Kunishi en de overvloed aan cimbalen van Takada slepen het publiek van een sprookjesachtig moment in een tragische nachtmerrie. Eindeloos maar uiterst genietbaar.

”Follow The Map” en afsluiter “Everlasting Night” zorgen voor de sfeervolle romantische momenten, dankzij de piano van Kunishi. Maar na deze poppy soundtracks is het welletjes geweest. Een korte buiging is alles wat de Japanners nog te bieden hebben. Het — hier en daar — extatische publiek heeft nog een daverend applaus klaar, maar er komt geen staande ovatie uit het zittende gedeelte. Als symptoom van Mono’s huidige status kan dat tellen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + twaalf =