The Antlers :: 6 maart 2010, AB Club

Een concert kan soms een wereld van verschil met het album zijn. Tijdens een meer dan voortreffelijke set transformeert The Antlers de ingetogen melancholie van Hospice naar een zinderende pathos, met de nadelen van dien.

Een schokkend verhaal over een ziekenhuisverpleger die emotioneel kapot gaat aan een kankerpatiënt, gebracht door een deprimerende mix van postrock en shoegaze: Peter Silberman had niet veel nodig om een groot publiek emotioneel te overdonderen. The Antlers’ eerste optreden op Belgische bodem, op Crossing Border, was al behoorlijk meeslepend en pijnlijk mooi, al konden de Brooklyners de volledige conceptplaat niet presenteren. De fans bleven dus een beetje op hun honger zitten. Getuige de twee uitverkochte concerten op zaterdag. Het is dan ook geen wonder dat de verwachtingen voor het eerste full clubconcert torenhoog waren.

“Kettering” kon een sobere openingssong zijn, maar wordt meteen gedomineerd door de straffe ritmesectie (Micheal Lerner) en de honderden effecten en toetsencombinaties van natuurtalent-annex-multi-instrumentalist Darby Cicci. Het luid afgestelde drumstel en het orgel zinderen iets te veel na waardoor Silberman, die nochtans zeer goed bij stem zit, er meestal niet bovenuit schiet. Al hangt de geluidsontvangst af van de positie in de AB Club, vooral wat de hoorbaarheid van de toetsenist betreft.

“Sylvia” zweeft tussen de zwartgallige pop van Glasvegas en de barokke bombast van Arcade Fire. Lerners sterke ritmische werk past wel perfect in het plaatje en zorgt dat de rouwsong nog krachtiger de volgelopen club wordt ingestuurd. Silbermans wanhopige zang zit tussen wanhoop en triestheid, terwijl een verzengend noiselaag en het prachtige toetsenspel ons verder de dieperik in sturen. Terwijl buiten het zonnetje schijnt, doet de pikzwarte AB de ogen dicht en bezint. Het is even slikken.

Andere topnummers als “Bear” en “Two” komen daartegen veel minder tot hun recht en mogen een stuk subtieler gespeeld worden. Met alle respect, maar de dikke soundscapes en wilde drumslagen zijn in kinderlijke en triestige slaapliedjes helemaal overbodig. Al geeft de So there’s no open doors, and there’s no way to get though in “Two” wél een krop in de keel.

Naarmate de set vordert, wennen de oren meer en meer aan het volumineuze geluid. “Shiva” en het lekker lang uitgesponnen “Wake” blijven bloedmooie songs, al geeft Cicci’s overvloed aan orgelgeluidjes beide nummers een Pink Floyd-dimensie. Tijdens het fragiele “Epilogue” houdt drummer Lerner zich tot ieders opluchting gedeisd en komen voor een laatste keer de haartjes volledig recht.

Nooit gedacht dat voor een ingetogen band als The Antlers oordoppen broodnodig waren. De intensieve shoegazeset tovert iets te veel de magie van Silbermans stem weg. Anderen, die in The Antlers wel een indie-rockband verscholen zien, zie je er niet om rouwen. Wat ons betreft zit The Antlers met een serieus dilemma voor de toekomst. Aan hen om het op te lossen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 2 =