Charlotte Gainsbourg :: IRM

Drie jaar geleden oogstte Charlotte Gainsbourg dankzij een legertje
hipcats succes met ‘5:55‘. Deze keer zet ze
al haar geld in op Beck, haar rots in de
branding voor de derde langspeler ‘IRM’. De aardige, voortrekkende
single ‘Heaven Can Wait’ maakt hier alleszins geen geheim van, want
in de jaren ’60-gitaren horen we duidelijk de signatuur van de
meester. Toch is Beck niet van plan om aan Gainsbourg gewoon enkele
afleggertjes te verpatsen, maar zoekt hij met haar ook het pad van
het experiment op.

‘Master’s Hand’ opent de plaat als een indie versie van Vanessa
Paradis. De krakende gitaarmelodie met elektronische doorbrekingen
bouwt echter op naar een duistere tribal, waarover de zijdezachte
stem als een zigeuner fladdert. Deze gitane keert ook terug in
‘Voyage’, een woeste ronddans bij een knetterend kampvuur, gestut
op zware percussie.

Het harde slagwerk keert als beat meermaals terug op ‘IRM’: in het
verrukkelijke ‘Trick Pony’ lijkt Gainsbourg met Meg White te copuleren,
een stoere sensualiteit die we van haar nog niet gehoord hadden.
Ook ‘Greenwich Mean Time’ laat haar buiten het vakje breken door
haar stem over een zenuwachtige loop door een korrelige vocoder te
halen, met een eigenaardig, interessant experiment als
gevolg.

De titelsong haalt diepere drums boven, die een industrieel ritme
creëren dat het monotone gezang van Gainsbourg verder onderkoelt
tot een mechanische trance. De song verwijst naar haar hersentrauma
en weerspiegelt deze in het gonzende ritme. U merkt het al:
aangepord door Beck toont Gainsbourg meer lef op deze plaat, wat
voor meer persoonlijkheid zorgt.

Natuurlijk is ‘IRM’ niet alleen maar experiment. Hier en daar hoor
je nog een echo van ‘5:55’ – ‘In the End’ draagt overduidelijk de
Air-stempel en
lijkt wel uit ‘The Virgin Suicides’ geplukt. Ook de Franse canon
heeft nog enige invloed. ‘Le Chat du Café des Artistes’, van de
hand van de Canadese singer-songwriter Jean-Pierre Ferland, is het
zachtjes gefluisterde chanson die al decennia lang zijn diensten
bewijst.

Niet elk nummer is even baanbrekend, maar Gainsbourg vertrekt
vanuit degelijk materiaal, aangevuld met een mooie hoeveelheid
hoogst aangename sonore verrassingen en enkele schoten die recht in
de roos gaan. In ‘Vanities’ lijkt haar stem als de zachtste
donsveer neer te dalen op een zijden laken, tijdens een vertraagde
melodie waarin de samentrekkende strijkers een dreigende porositeit
scheppen.

Ook afsluiter ‘La Collectioneuse’ is op zijn minst een belevenis te
noemen. Gainsbourg start in het Engels en stelt zich over een
repetitieve pianomelodie voor als een verzamelaar van ervaringen en
indrukken. Middenin zoekt de song het Frans op om al filosoferend
in een zee van strijkers te verdrinken, terwijl de prachtige tekst
als een persoonlijk mantra herhaald wordt: “Et toi mon coeur,
pourquoi bats-tu? Comme un guetteur mélancolique j’observe la nuit
et la mort
“.

De samenwerking met Beck inspireerde Charlotte tot avontuur: niet
elk nummer is opgebouwd rond haar frêleheid, doorheen de 13 tracks
krijgen we meerdere facetten van de vrouw te zien. Deze tandem is
dus duidelijk goud waard. In tegenstelling tot ‘5:55’ – een
alleraardigst album, maar het toonbeeld van een producentenplaat –
klinkt ‘IRM’ ditmaal wel als een symbiose tussen beiden.

www.charlottegainsbourg.com
www.myspace.com/charlottegainsbourg

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − vijftien =