Shugo Tokumaru + Thao With The Get Down Stay Down :: 30 januari 2010, Botanique

Hoewel de niet-aflatende promotiecampagne anders deed vermoeden, was er op deze sneeuwwitte zaterdagavond wel degelijk meer te beleven dan enkel de uitverkochte Duysteravond in de AB. De Botanique serveerde met wildebras Thao Nguyen een smakelijk alternatief.

Als voorafje wordt de Rotonde getrakteerd op Shugo Tokumaru, een Japanse jongen die op blote voeten van op een barkruk een bij momenten erg sfeervolle soloshow neerzet. De van een lichtjes timide stemgeluid voorziene Tokumaru gebruikt gitaar, viool en een loopstation — is er eigenlijk nog één artiest die dit niet in zijn koffer heeft zitten? — om een warme en herkenbare sound neer te zetten, daarbij variërend tussen simpele, Beatlesachtige popdeuntjes en singer-songwriterspul dat doet denken aan Elliott Smith en het rammelende, maar tegelijk virtuoze gitaarspel van de vroege Bright Eyes en The Dodos.

Geen idee of het tekstueel ook even straf is — ons Japans is helaas niet zo sterk. Dat Tokumaru het best bij zijn moedertaal houdt, wordt pijnlijk duidelijk in “Bideo Killed The Ladio Stal”, ‘s mans hoogstpersoonlijke interpretatie van de Bugglesklassieker op viool en kazoo, waarin hij er in één klap in slaagt alle taalclichés over Aziaten te bevestigen. Dat verhindert echter niet dat Tokumaru een fijne opwarmer is, die zelfs met compleet onverstaanbare nummers het publiek weet te boeien.

Daar heeft Thao vanaf de eerste seconde alvast geen enkele moeite mee: in een jurkje nauwelijks die naam waardig (de avond tevoren raakte ze het on stage nog kwijt) en met een witte handdoek over het hoofd, komt ze uit de coulissen gehuppeld: “I thought I’d come up as a boxer”. Het staat haar wel, zo furieus als ze later over het podium zal stuiteren, onderwijl haar haren, alle mogelijke lichaamsdelen en een gitaar in het rond schuddend. En dat terwijl zij en haar begeleidingsband eigenlijk niet eens zo’n harde rock-‘n-roll maken, maar net vrolijke, folky popsongs die gelukkig steevast van de nodige scherpe randen voorzien zijn — alleen al haar teksten zijn geregeld om duimen en vingers bij af te likken.

Neem nu “When We Swam”, waarin Thao de mannen op de eerste rij zonder schroom “Oh bring your hips to me” toezingt: ze flirt ongegeneerd met haar publiek, maar dankzij haar meisjesachtige, energieke performance is dat simpelweg charmant en aanstekelijk, getuige ook de vrouwelijke helft van de aanwezigen die voorzichtig aan het dansen slaat. En zo mikt Thao wel vaker op de onderste regionen: “Easy” is voorzien van een stevig ritme, en ook “Beat (Health, Life and Fire)” bouwt op naar een uitzinnige climax dankzij het rondje triodrummen, waarbij drummer Willis Thompson wordt bijgestaan door bassist Adam Thompson en Thao zelve.

Thao with the Get Down Stay Down is live immers een trio, terwijl de band op zijn laatste album Know Better Learn Faster bijgestaan wordt door allerlei gasten, gaande van Andrew Bird tot tUnE-yArDs. Toch wordt die versterking zelden gemist: bassist Adam zorgt voor de nodige backing vocals en het kost de band nauwelijks moeite om ook met z’n drietjes nummers als “Goodbye Good Luck” en “Bag Of Hammers” tot leven te schoppen en meer kracht te geven dan je op basis van de twee recentste platen voor mogelijk zou houden.

En hoewel Thao nooit een groot zangeres zal worden — daarvoor is haar stemgeluid te schel en bij momenten ronduit vreemd — slaagt ze er wel in om in al haar enthousiasme de hele zaal mee te slepen en tot ingewikkelde handklaprituelen te bewegen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze spontane en niet altijd even subtiele liefdesverklaringen naar het hoofd geslingerd krijgt: Thao is een behoorlijk indrukwekkende artieste.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven + twintig =