Beak > :: Beak >

Vorig jaar dropte het uit Bristol afkomstige Portishead achteloos een bommetje in de muziekwereld. Elf jaar nadat de band er groots een punt achter zette, maakte hij opnieuw duidelijk waarom hij toen en nu relevant was en is. Hoopvolle geruchten bevestigen dat plaat nummer vier geen decennium op zich zal laten wachten. In afwachting daarvan is er Beak>, de nieuwe band/project van Portishead-brein Geoff Barrow.

Live opgenomen in één kamer gedurende twaalf dagen en zonder overdubs of andere noemenswaardige studio-ingrepen laat Beak > zich kennen als de anti-Portishead, een muzikaal Dogmaverhaal dat de essentie van het spelen en creëren voorop plaatst. Beak > is met andere woorden een uitlaatklep, een speeltuin voor Barrow wanneer hij zich niet wil buigen over de uitgekiende, doordachte en zorgvuldig opgebouwde muziek van Portishead.

Op Beak > valt geen spatje triphop te horen, noch kunnen er andere parallellen getrokken worden met pakweg Third . Tezelfdertijd is het echter duidelijk dat hier dezelfde stuurman achter het roer staat: strikte opnameregels of niet, de sfeer primeert boven alles. Geen broeierige seventies funk op valium noch tot tergend traag voortslepende ritmes herleidde drumpatronen, maar wel onversneden krautrock zoals die in de jaren zeventig uit menig Duits lokaal spatte. Beak > is met andere woorden niets minder dan Barrows eigen hommage aan bands als Can, Faust, Neu! en zovele andere.

De belangrijkste en onvermijdelijke kritiek die daar op volgt, is dat het weinig zin heeft om een muziekstijl die zo geografisch en tijdsgebonden was/is nieuw leven in te blazen, in het bijzonder wanneer er weinig tot geen toevoegde waarde in zit. En dat is een relevante kritiek, want op Beak > laten Barrow (op drums), Billy Fuller (bas) en Matt Williams (keyboard) niets nieuws of anders horen. Het album is de facto niet meer of minder dan een generische genreoefening, een herkauwen van wat eerder gedaan is. Alleen hoeft dat niet negatief te zijn.

Tracks als “I Know”, “Iron Action” bijvoorbeeld zijn pompende krauttracks, terwijl in nummers als “Backwell” en “Pill” een snedige dosis psychedelica toegevoegd wordt. Ook het elektronische “Ears Have Ears” en het echoënde “Dundry Hill” weten zichzelf een houding te geven, zodat alleen het naar white noise neigende “Barrow Gurney” echt overbodig klinkt. Jammer genoeg blijven de meeste songs (zo ook “Flax Bourton”, “Blagdon Lake” en “The Cornubia”) desondanks te schetsmatig om echt te begeesteren, zodat zelfs het spookachtige “Ham Green” en het shoegazende “Battery Point” de groep geen echte identiteit verlenen kunnen.

Beak > is geen meesterwerk noch die experimentele plaat die het volgens sommigen behoorde te zijn. Het is eerst en vooral een uitlaatklep voor Barrow, een manier voor hem en zijn kompanen om er los van alle druk en media-aandacht schaamteloos op los te jammen. Dat het resultaat in de lijn ligt van wat enkele Duitse bands in de jaren zeventig presteerden, was te verwachten. Dat het nergens dat niveau haalt, mag evenmin verbazen. Maar dat maakt van Beak > nog geen slechte plaat, vooral niet voor wie van psychedelische sfeerjams houdt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + zes =