Port O’Brien :: Threadbare

Toen hun eerste volwaardige langspeler All We Could Do Was Sing een fel bejubeld succes bleek, besloot het duo Van Pierszalowski en Cambria Goodwin de seizoensarbeid in het barre Alaska in te ruilen voor een vrij en voltijds muzikantenbestaan in het zonnige Californië. Zoals het zo vaak gaat als alles op z’n plooi lijkt te vallen, slaat het noodlot toe: Goodwin’s jonger broer komt op tragische wijze om het leven.

Port O’Brien, op dat moment al volop bezig met de opnames van Threadbare, besluit het roer volledig om te gooien. De plaat ging tot dan toe de luchtige toer op. Niet verwonderlijk, ook het uitstekende All We Could Do Was Sing sloeg aan vanwege die mix van luchtigheid en aanstekelijke ritmes, met het bescheiden hitje “I Woke Up Today” als orgelpunt. Niet dus op Threadbare. De eerste ideeën gingen resoluut de vuilnisbak in of werden omgetoverd tot zachte luisterliedjes die moesten helpen bij het verwerkingsproces.

De groep ruilde de studio in voor de huiskamer van Jason Quever (Papercuts) die zorgde voor meer intimiteit. Na enkele weken van bezinning en rouwen trok de groep alsnog de studio om daar deel twee op te nemen. Nog altijd geen meezingbare, vrolijke pop, maar wel nummers met een voller en ritmischer geluid dan die van de huiskamersessies. Het resultaat is een plaat die niemand onbewogen kan laten, doorspekt met genoeg weemoed en tristesse om de grootste cynicus te ontdooien.

“High Without The Hope”, over het gevoel van gemis dat door de bandleden ervaren werd tijdens het opnameproces, opent en eindigt de plaat. De toon is meteen gezet. Niet de chaotische samenzang van “I Woke Up Today” maar breekbare luisterliedjes met Cambria Goodwin op zang. Het zijn dat soort akoestische, prachtig gebrachte nummers die de overhand nemen. Het bezwerende “Theadbare” bijvoorbeeld. Of “In The Meantime”, één van de vele hoogtepunten. Je kan de sfeer van dat donkere, melancholische deel van de plaat vergelijken met de kluizenaarsmuziek van Bon Iver. Het zijn akoestische pareltjes met een helende werking.

Daartegenover staan iets breder georchestreerde tracks, met een voller geluid dat dichter aanleunt bij de debuutplaat. “My Will Is Good”, wellicht de eerste single, doet denken aan Modest Mouse in z’n beginjaren, met de stem van Van Pierszalowski die erg dicht aanleunt bij die van Isaac Brock. Ook het frisse “Leap Year” en mooie meezinger “Oslo Campfire” komen duidelijk uit de tweede sessie.

Een plaat over de dood van een broer/vriend, dan dreig je al gauw een kleffe boel voorgeschoteld te krijgen. Port O’Brien weet dat struikelblok voor het merendeel te mijden. Enkel de zeemzoete ballad “Calm Me Down” neigt te veel naar plakkerige sentimentaliteit. Toch is het goed om muziek als rouwproces te gebruiken. Port O’Brien maakte met Threadbare immers een hemelsmooie plaat over verlies, herstel en gemis. Te koesteren op donkere en kille winteravonden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 − 3 =