Tori Amos :: 4 oktober 2009, Lotto Arena

Het Nederlandse zusje van Duffy is het nieuwe olijke vrolijke K3’tje en Tori Amos kwam nog eens optreden in Antwerpen. Het enige verband tussen beide is dat u er waarschijnlijk schouderophalend op reageert. Amos preekt de laatste jaren immers alleen nog maar voor eigen kerk. En ergens is dat zonde, dat bleek bij vlagen tijdens haar eerste zaalconcert in ons land sinds 2005.

Maar inderdaad: veel nieuwe zieltjes heeft Amos de laatste jaren duidelijk niet gewonnen. De zaal stroomt vol vrouwen die Little Earthquakes en Under The Pink als een cursus assertiviteit gebruikten tegen hun eerste liefjes. Nog steeds fantastische platen, daar niet van. Dat is de laatste jaren wel anders. In tegenstelling tot generatiegenote PJ Harvey is Amos dit decennium niet zonder kleerscheuren doorgekomen. En in tegenstelling tot Harvey, wordt Amos ook niet snel als voorbeeld of inspiratie genoemd door de nieuwe lichting rock- en popmeisjes. Die slaan haar vrolijk over en noemen eerder een Kate Bush als rolmodel.

Maar Amos’ kerk loopt nog steeds aardig vol met een hondstrouw, zelfs fanatiek, publiek dat uit haar hand eet en elke plaat nog steeds als een nieuw meesterwerk beschouwt. En dat Amos als een soort rolmodel extatisch onthaalt wanneer ze in een elegante rode cocktailjurk over het podium schrijdt. Die zweem van elegantie is Amos na amper vijf minuten echter al kwijt wanneer ze wijdbeens op een kruk nog eens opzichtig naar haar kruis grijpt tijdens het tweede nummer “Pancake”. Bovendien heeft Amos de ontzettend vervelende gewoonte om zo goed als na elke zin als een gebuisde mimespeler het publiek in te kijken. Een concert is geen poppenkast. En zo peddelt ze twee uur lang tussen de oevers van inleving en irritatie.

Net zoals haar albums is haar set wisselvallig, met ruim twintig songs die uit al haar platen zijn geplukt. Noem het een soort alternatief carrière-overzicht: voor een greatest hits moet u niet bij Amos zijn, al zit het onverslijtbare “Cornflake Girl” al als derde nummer in de set en zorgt “Spark” (van op From The Choir Girl Hotel, haar laatste plaat die er echt toe doet, uit 1998 alweer) voor een van de hoogtepunten. Dat doet het obscure, maar ontzettend beklijvend gespeelde “Siren” vlak daarna echter ook, een onterecht in de vergetelheid geraakt nummer dat nog op de soundtrack van Great Expectations stond.

Amos heeft heus geen singles nodig om een sterke set op te bouwen: “Welcome To England” uit haar laatste, lauwe plaat Abnormally Attracted To Sin wordt genegeerd, maar daaruit plukt Amos wel een prachtig “Curtain Call” en “Starling”, een niveau dat Amos op haar laatste platen veel meer had moeten halen. Atmosferisch zonder zweverig te zijn, melancholisch zonder aanstellerig te zijn. In een aandoenlijk slaapliedje (“This is for you Antwerp, when the days are long and cold, I will sing for you”) helt die balans wel bijna naar de verkeerde kant over. Zeker wel te onthouden: een zelfs “ontroerende” cover van The Cures “Lovesong”, solo aan de piano, die moeiteloos het niveau van haar halfslachtige coverplaat Strange Little Girls overstijgt.

Het concert steunt grotendeels op de percussie van Matt Chamberlain, die samen met gitarist/bassist Jon Evans al ruim tien jaar haar vaste compagnon de route is. Die tandem houdt Amos sterk in bedwang tijdens bijvoorbeeld “Beauty Of Speed” en vooral een uitstekend “Little Earthquakes” (wat een debuutplaat blijft dat toch), maar kan niet verhinderen dat Amos ettelijke keren stevig uit de bocht vliegt. Een verfoeilijk “Police Me” zal wel op chakra’s mikken waar alleen doorgewinterde fans van Amos al van gehoord hebben, “Strong Black Vine” is zes minuten lang vuil tijdverlies en “Donut Song” en “Lust” zijn heus niet de enige songs die eraan herinneren dat een uurtje Amos tegenwoordig al meer dan volstaat.

Al mag “Precious Things” — het blijft misschien wel haar allerbeste nummer — dat aan het einde van de set nog even krachtig tegenspreken met nog maar eens een zinderende uitvoering ervan. Het is trouwens een van de momenten waarop Amos’ volgelingen eerder een sekte lijken. Als op commando — is het omdat het het enige nummer is met een vaste stek op de setlist deze tour? — stormen tientallen volgelingen naar het podium voor hun spirituele leidster nog maar één noot van het nummer heeft gespeeld. Ze bouwen daarna zelfs een uitgelaten feestje op een 2 Unlimited-versie van “Raspberry Swirl” en ten slotte “Big Wheel”.

Los daarvan deed het eigenlijk deugd Amos in enkele songs gewoon nog eens uitstekend te zien musiceren zonder al te veel productionele poespas. Maar het werd vooral ook duidelijk waar het fout is gegaan — en dat het nooit meer echt goed zal komen. Amos heeft de laatste tien jaar veel te weinig goede songs geschreven om haar concerten de veredelde nostalgietrip te laten overstijgen. Haar volgelingen zal het worst wezen — het is hun gegund — en over Morrissey wordt tenslotte ook al jaren hetzelfde geschreven. Maar ergens willen we haar toch eens solo op piano in de Botanique zien staan over enkele jaren. Zolang ze dat mimespelen maar achterwege houdt. En van haar kruis blijft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 1 =