The Bony King of Nowhere :: “Jonge bands mogen veel te snel het grote podium op in Vlaanderen”


Als we het dan toch over Belgische platen van het moment hebben,
dan kunnen we niet om het heerlijke ‘Alas My Love’ van The Bony
King of Nowhere heen. The Bony King of Nowhere werd op korte tijd
heel hot in Vlaanderen toen ze het Gentse rockconcours De Beloften
en de KBC-demowedstrijd van Poppunt wonnen. Een tweetal jaar later
ligt debuutplaat ‘Alas My Love’ eindelijk in de rekken. enola ging
op zoek naar The Bony King of Nowhere – of Bram Vanparys – en vond
hem enkele dagen voor de release op de
zolderverdieping/repetitieruimte van zijn Gentse huis.

enola: Hallo, hoe gaat het ermee?
Bram: Heel goed. Of zoals onze gitarist Gerben het zei: “Het voelt
aan als stilte voor de storm.”

enola: Je debuutalbum komt heel binnenkort uit. Al
zenuwachtig?

Bram: Neen. Ik ben eigenlijk nooit zenuwachtig. Op de dag van de
release zelf wellicht. Ik heb natuurlijk al wat reacties gehoord
van journalisten of medemuzikanten en tot nu toe was daar geen
enkele negatieve bij.

enola: De band is min of meer geëvolueerd van een vijftal naar
een duo en opnieuw naar een vijftal. Was het moeilijk de juiste
mensen rondom je te vinden?

Bram: Inderdaad. Ik ben gewoon zelf nogal vervelend om mee samen te
werken. Zeker in het begin, in 2006 en ook nog in 2007 wist ik nog
niet echt wat ik wilde maar wist ik zeker wat ik niet wilde. Vele
voorstellen van mijn muzikanten vond ik niet bij de band passen. In
2006, het jaar van De Beloften (een Gents rockconcours dat
TBKoN won, kvv
) waren even met vijf, al spreek ik hier
hoogstens over tien optredens. Onze drummer was eigenlijk meer
thuis in jazz, onze gitarist wilde meer noise, enzoverder.

enola: En nu alle vijf op dezelfde golflengte?
Bram: Ongeveer. Het is en blijft natuurlijk een soloproject, dus ik
deel hier zowat de lakens uit. De meeste van de partijen zijn ook
door mij geschreven. Ook op de plaat is veel door mij ingespeeld.
Maar iedereen heeft zijn plaats nu gevonden, dus dat zit goed. Ik
heb ook geleerd wat meer input te verdragen.

Grote rol Koen Gisen

enola: In 2006 is The Bony King of Nowhere op korte tijd
uitgegroeid tot een hype in Vlaanderen. Was er op dat moment geen
druk om snel iets uit te brengen? Om die hype te
verzilveren?

Bram: Neen. Ik wist dat ik die hype niet kon verzilveren, mocht ik
iets uitbrengen. Wat ik toen had, was gewoon niet goed genoeg. Ik
was aan het wachten tot ik iemand zoals Koen (Gisen, die de
plaat producete, kvv
) tegen het lijf liep. Hij zat direct op
dezelfde golflengte.

enola: Zijn rol in ‘Alas My Love’ is niet klein, veronderstel
ik…

Bram: Die is zeer groot. Je zou eigenlijk kunnen zeggen dat dit een
plaat is van Koen en mezelf. Hij heeft bijvoorbeeld alle percussie
op de plaat voor zijn rekening genomen. Ook de meeste
percussiepartijen zijn van zijn hand. Bovendien heeft hij me
aangespoord nummers waarvan ik dacht dat het niets zou worden toch
te doen. ‘The Sunset’ bijvoorbeeld. Het werd een erg vruchtbare
wisselwerking: hij bracht iets aan, waarop ik kon inpikken of
andersom. Nooit eerder heeft het zo met iemand geklikt op muzikaal
gebied.

enola: Hoe zijn de opnames dan verlopen?
Bram: Het heeft toch enkele maanden geduurd. Het werd een lange
weg, waarop ik veel heb geleerd. Om me neer te leggen bij mijn
beperkte mogelijkheden, bijvoorbeeld. Soms raak je gefrustreerd
wanneer je merkt wat je maar kan en kijk je op naar die groten. Ik
ben tevreden met het resultaat nu, maar zoals elke muzikant wil ik
steeds beter worden.

enola: Ik las dat Kieran Hebden van Four Tet een van je songs
wil gebruiken voor een film. Hoe zit dat precies?

Bram: Kieran was via het magazine The Wire aan een exemplaar van de
Domino Festival-compilatie geraakt. Hij hoorde ‘Alas My Love’ en
schreef me persoonlijk aan of hij het mocht gebruiken. Samen met
iemand anders is hij een film aan het maken in New York waarin het
nummer gebruikt zal worden. Nu de debuutplaat eindelijk af is, mag
hij zeker een exemplaar verwachten.

enola: In zowat elke live-recensie of biografie van jou duikt
de naam Bonnie ‘Prince’ Billy op. Wat denk je daar zelf
van?

Bram: (lacht) Pfff. Enerzijds kan het me niet schelen.
Recensenten vinden het blijkbaar altijd nodig om er een naam op te
plakken. Als dit hen gelukkig stemt, geen probleem. Anderzijds zie
ikzelf de gelijkenis niet echt. Een jaar of twee geleden kon ik het
nog ergens begrijpen. Wanneer mensen me zeggen dat mijn muziek
lijkt op die van Bonnie ‘Prince’ Billy, dan denk ik dat ze niet
goed naar de plaat hebben geluisterd.

Getwijfeld over Pukkelpop

enola: Wat ook opduikt in vele live-recensies is commentaar op
je licht onzekere houding op het podium. Doet je dat iets? Of
probeer je daarop te letten?

Bram: Neen, die commentaar doet me niets. Ze is ook niet onterecht,
want ik kom ook zo over. Maar eigenlijk ben ik helemaal niet zo
onzeker. Ik ben wel wat terughoudend, maar dat is ergens wel
logisch. Op mijn zestiende stond ik niet in jeugdhuizen te spelen
of zo. Toen we wedstrijden wonnen met onze demo, moest ik
onmiddellijk dat podium van de AB op. Ik heb het met andere woorden
moeten leren op de beste podia van het clubcircuit: Dranouter,
Pukkelpop,…

enola: En denk je dat je evolutie beter anders had
gelopen?

Bram: Dat nu ook niet. Maar ik vind dat jonge bands in België echt
zeer snel op dat grote podium worden gezet. Een demo met een aantal
goede nummers volstaat al om op de beste podia te mogen spelen. Die
groepen zijn daarom niet slecht. Maar het zijn groepen die ‘iets
tofs’ hebben. Zoals ik toen ook ‘iets tofs’ had. Waar moet je nog
naartoe klimmen als je direct in de mooiste zaal mag spelen? Als ik
kijk naar het optreden dat ik in 2007 in het voorprogramma van
Jason Molia brachten, dan zie ik echt een slechte show. Het
optreden was slordig en gekunsteld. Je kan het bekijken op AB-tv.
Je ziet mijn vriendin en ik daar erg onzeker staan, terwijl we nog
niet half wisten wat een monitor was. Neen, dat optreden kwam te
vroeg.

enola: Ik neem aan dat je toch blij was met het
voorstel?

Bram: Toch. Chokri van Pukkelpop, bijvoorbeeld, belde naar mijn
booking agent om op Pukkelpop te spelen. Ik heb lang getwijfeld of
dit wel een goed idee was. Ik vond me niet goed genoeg en ik dacht
dat ik zou afgaan. Tot ik bij mezelf dacht dat het ‘ook maar
Pukkelpop’ was, en heb ik dan toch toegestemd. Uiteindelijk ben ik
blij er gespeeld te hebben. Ik kon er maar uit leren.

enola: Ik zag een nummer op het net waarin je ‘Man on the Moon’
van REM covert op ukelele. Iets voor in je
liverepertoire?

Bram: Helemaal niet. Le Soir wilde het album van REM promoten en
had twintig artiesten gevraagd een cover te brengen. Ik moest er
toevallig ook zijn voor een ukelelesessie van hen. Ik had geen zin
om mijn gitaar én mijn ukelele op de trein mee te sleuren, dus heb
ik de avond ervoor dat REM-nummer maar op ukelele ingeoefend. Dat
bleek niet zo evident want ik moest nog snel de specifieke
akkoorden leren. Het is bijgevolg een nogal klungelige set geworden
(lacht).

enola: Ben je met covers begonnen om je alles aan te
leren?

Bram: Neen, ik heb nooit covers gespeeld. Ik wilde direct iets
creëren. Ik wist aanvankelijk zelfs niet dat akkoorden bestonden.
Ik probeerde wat geluid uit mijn gitaar te krijgen. Tot ik op het
internet ontdekte hoe akkoorden te spelen. Toch zou ik beter eens
wat covers spelen want je kan er heel wat van opsteken. Technieken
en akkoordenschema’s en zo. Als ik bands zou coveren, doe dan maar
The Beatles. Of Leonard Cohen.

Een emo-song met Regi

enola: Tot slot heb ik nog enkele korte vragen die je met een
of twee woorden mag aanvullen…
De tweede plaat
van The Bony King of Nowhere komt uit in…

Bram: (denkt lang na) 2080. (lacht) Geen flauw
idee.

enola: De meest onderschatte artiest van Vlaanderen
is…

Bram: Niet makkelijk. Bestaat dat hier eigenlijk wel? Iedereen
wordt hier direct opgehemeld. Wereldwijd zijn er veel onderschatte
artiesten maar in Vlaanderen kan ik me niet onmiddellijk iemand
voor de geest halen. Je hebt hier oneindig veel wedstrijden. Elke
band komt wel eens in de pers. Dan zijn er nog programma’s als
‘Steracteur Sterartiest’ of ‘Eurosong for Kids’, waarin ze
voortdurend naar nieuw talent op zoek zijn. Ik vind dat
verschrikkelijk. Het is alsof ze op de duur talent forceren. Ze
laten talentloze mensen geloven dat ze het toch in zich hebben. Ik
word ziek van dergelijke programma’s. Het heeft niets met muziek te
maken.

enola: De band van het moment is. In twee woorden,
Bram…

Bram: Fleet Foxes heeft me echt van mijn sokken geblazen. Die songs
en zanglijnen zijn fanatstisch. Hun debuutplaat is al erg goed,
maar dit wordt nog veel beter. Dat voel ik. Als ze wat meer zin
krijgen in experiment, misschien iets minder puur americana, worden
ze echt heel groot. Ik zag ze in de AB en vond het een van mijn
beste concerten van de laatste jaren. Ik ben immens jaloers.

enola: De meeste van mijn songs gaan over…
Bram: De mensheid.

enola: De artiest waarmee ik nog het liefst van al eens op een
podium wil staan is…

Bram: Ik kan eens een emo-song maken met Regi. (lacht) Ik
sta het liefst op het podium met mijn eigen muzikanten. Het klikt
goed.

enola: Veilig antwoord. En als afsluiter: het nummer waar ik
het meest tevreden over ben, heet…

Bram: (snel) ‘My Invasions’.

enola: Mooie keuze. Bedankt!

‘Alas My Love’ van The Bony King of Nowhere is nu uit bij
EMI.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − vijf =