Brimstone Howl :: We Came In Peace

Rock-’n-roll met een country-touch, Ian Curtis met een tamboerijn in zijn reet, QOTSA met een nostalgie-infectie … het zijn maar enkele metaforen die voor het genreoverstijgende lawaai van Brimstone Howl te bedenken vallen. Eén ding is echter heel zeker: met We Came In Peace probeert het rock-’n-rollcombo uit Nebraska met nog meer overtuiging zijn favoriete subgenres met elkaar te combineren.

Indien er één ding is waar de groepsleden van Brimstone Howl naar eigen zeggen een hekel aan hebben, dan is het wel om voor een garagegroep versleten te worden. In dat opzicht is opener "They Call Me Hopeless Destroyer" geen goed idee: het nummer rockt je namelijk de kloten van het lijf en de manier waarop zanger John Ziegler zijn stem laat meetrillen op zijn onstuimige gitaar, maakt het zelfs heel moeilijk om te geloven dat zo hard rocken niet de bedoeling was. Het is een nummer waarmee Brimstone Howl perfect aansluiting vindt bij The Forbidden Tigers, de groep van leadgitarist Nick Waggoner en drummer Calvin Retzlaff. Dat is een band waarbij het wél overduidelijk de bedoeling is om op een onverhulde manier harde garagerock te brengen. De echo’s daarvan zijn in Brimstone Howl — willen of niet — heel duidelijk te horen.

Het is wachten op een nummer als "Easy To Dream" om erachter te komen waarin Brimstone Howl wel van een gemiddelde rechttoe rechtaan rock-’n-rollgroep verschilt: met behulp van parlando’s haalt Ziegler de predikant in zichzelf naar boven en daarbij klinkt hij als een charismatische Jim Morrison, met dat verschil dat Ziegler tergend trage bluesgitaren gebruikt, waar Morrison bij het Hammond-orgel zweerde. In plaats van psychedelische drugs bezingt Ziegler bovendien liever het oneindig grote, onheilspellende Noord-Amerikaanse woestijnlandschap, waardoor hij eveneens met woestijnrock lijkt te flirten.

Deze twee uitersten bepalen het geluid van We Came In Peace: na het rustige "Easy To Dream" rockt Brimstone Howl er met het steeds heviger wordende "Shangri La" weer helemaal op los om met "Obliterator" vervolgens weer even fel te imploderen. Daarbij lijkt de enige echte constante Brimstone Howls steengoede teksten waar uiterst interessante verhalen uit spreken. Dat karaktertrekje viel ten tijde van Guts Of Steel reeds op en het stemt tot vreugde dat Brimstone Howl er vandaag nog steeds met evenveel trots gebruik van maakt.

Dat Brimstone Howl zich uitzonderlijk wel eens een fantasietje permitteert, nemen wij er bijgevolg graag bij. Dat doet de groep bijvoorbeeld met een Coldplay-achtig openingsriffje op piano in "Summer Of Pain", wat even later trouwens maar een teaser blijkt te zijn met de bedoeling de niets ontziende kracht van rock-’n-roll aan te tonen. De groep zet het riffje namelijk verder op zijn typische gitaren om het nummer zo naar ongekende hoogtes te katapulteren. "Yield to the summer of pain!!!" brult Ziegler als een bezetene, en een echt alternatief is er niet, want in combinatie met het wervelende gitaargeweld klinkt zijn vurige stem wel héél erg verslavend en is iedere vorm van weerstand uitgesloten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + 18 =